II.

OVERZIGT DER BIJ-PLANETEN OF WACHTERS, WELKE SEDERT HET JAAR 1780 TOT

OP HET EINDE VAN 1850 ZIJN ONTDEKT.

In 1780 waren er vijf wachters van Saturnus bekend; een van hen was

reeds in 1655 door Christiaan Huygens ontdekt: de vier andere van

1671 tot 1687 door Cassini. Sedert, en wel het eerst in 1788 en 1789

door W. Herschel, zijn nog twee andere Saturnus-manen waargenomen. Om

verwarring te vermijden of te doen ophouden, heeft J. Herschel aan die

zeven satellieten eigene namen gegeven. Zij heeten nu, in volgorde

der afstanden van de hoofd-planeet, te beginnen met den naasten:

Mimas, Enceladus, Tethys, Dione, Rhea, Titan, Japetus. Tusschen Titan

(den door Huygens ontdekten) en Japetus heeft Lassell onlangs nog

een achtsten ontdekt, die Hyperion wordt genoemd.

De ring, welke Saturnus omgeeft, is niet enkelvoudig, maar bestaat

uit eenige, van elkander afgezonderde, concentrische deelen. De

voornaamste kring van afscheiding in den ring werd het eerst in

1787 door W. Herschel ontdekt. Later werd eene tweede dergelijke,

doch minder breede tusschenruimte door Kater en Encke opgemerkt; en

naar luidt van 't geen gemeld wordt, zou aan de sterrekundigen te Rome

gebleken zijn, dat de gordel, welken men voor het uiterste gedeelte van

den ring hield, zelf voor een drieledig ringen-stelsel was te houden.

Nopens het aantal der wachters, die om Uranus omloopen, heerscht

groote onzekerheid. Twee althans zijn op voldoende wijze bekend. Zij

zijn die, welke W. Herschel den 11den Januarij 1787 ontdekte. Van

1790 tot 1794 kwamen in den telescoop van denzelfden sterrekundige

nu en dan lichtpunten te voorschijn, die insgelijks Uranus-wachters

schenen te zijn. Latere waarnemingen hebben het bestaan dier wachters

niet buiten twijfel gesteld; alleen meent Lamont een hunner op nieuw

te hebben gezien, 't welk aan geen anderen sedert Herschel had mogen

gelukken. Onlangs hebben zich echter Lassell en O. Struve overtuigd,

dat, behalve de twee wel bekende, nog twee andere wachters hunne

loopbanen om Uranus beschrijven.

Ook om Neptunus beweegt zich ten minste ééne maan. Zij werd het eerst

door Lassell, den 10den October 1846, gezien en later door Bond en

A. Struve vlijtig waargenomen. Een tweede satelliet zou den 17den

October 1847 door Bond ontdekt zijn. Buitendien meenen Lassell en

Challis bespeurd te hebben, dat Neptunus, even als Saturnus, omgeven

is door een ring.

Beschrijving van het Rijks-Planetarium te Franeker Van 1772 tot 1780 uitgedacht en vervaardigd door Eise Eisinga · 第 52 / 61 题