De Heer S. E. van Nooten te Schoonhoven, thans eigenaar van het
kopyregt van Van Swinden's Beschrijving van Eisinga's Planetarium,
wenschte van dit sedert eenige jaren uitverkochte werkje een nieuwen
druk te bezorgen. Bij verzocht mij, om het toezigt over die uitgave
te houden en eene historische inleiding daar vóór te plaatsen, ter
vervanging der Voorrede van Do. J. Brouwer, voor den tweeden druk
geplaatst, welke, als van tijdelijk belang, thans kwalijk herdrukt
kon worden. Uit hoogachting voor den waardigen Eisinga en zijn
beroemd kunststuk, nam ik dit gaarne op mij, na mij van de hulp eens
deskundigen te hebben verzekerd. Aan de volbrenging van die taak was
echter veel meer moeite verbonden, dan ik mij had voorgesteld. Ik
hoop echter in het volgende Leven van Eisinga en Geschiedenis van
zijn Planetarium alles bijeengebragt te hebben, wat ons omtrent beide
duurzame belangstelling kan inboezemen.
Bij de voortdurende belangstelling, welke het Planetarium mag
ondervinden, moge de uitgave strekken, om de waarde van het kunststuk
en de verdiensten van den vervaardiger meer algemeen en duurzaam te
doen kennen en op prijs stellen.
Leeuwarden,
Julij 1851.
W. Eekhoff.