AANTEEKENINGEN

[1] De spotnamen, die het Gereformeerde volk aan de hostie gaf.

[2] In onze Bijbelvertaling psalm 139: 9-13.

"Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der

zee, ook dáár zou Uwe hand mij geleiden en Uwe rechterhand zou mij

houden. Indien ik zeide: de duisternis zal mij immers bedekken, dan

is de nacht een licht om mij. (Roomsche vertaling: zoo zal toch ook

de nacht mij tot een licht zijn in mijne geneugten). Ook verduistert

de duisternis voor u niet.... (Roomsche vertaling). "Want voor u is

de duisternis niet donker."

[3] "Verlos ons van den booze!"

[4] In de jaren 1567 en 1568 werden door de Boschgeuzen in

West-Vlaanderen de kerken verwoest te Herzeele, Houtkerken,

Hondschoten, Killem, Oost-cappel, Winnezeele, Oudezeelen, Reynighelst,

Lokeren, Kemmele en Dracoultre.

De namen der door hen in die jaren vermoorde dorpsgeestelijken zijn:

Henricus Turck, pastoor van Oostcappel, Martinus Necrosius, pastoor

van Hondschoten, Franciscus de la Fosse, pastoor van Rexspoede,

Antonius van den Clyte, pastoor van Ruebrouck, Petrus Famelast,

pastoor van Richebourg (Wynckius, Histoire des Gueux-des-Bois).

[5] 't Heeft den man weinig gebaat. Hij is in 1569 te Gent onthoofd.

[6] En geen tweehands zwaarden, zooals Hofdijk ten onrechte schrijft.

[7] Thans Maassluis.

[8] "Wij en warren geen drij honderd," zegt Jonkheer Frederik van Dorp

in zijn dagboek. Vermoedelijk ziet dat op de bemanning der schepen,

die op dat oogenblik voor Brielle waren geankerd. Voor de bemanning

der geheele Geuzenvloot--immers 26 schepen--is dat getal te gering.

[9] Men heeft er den Prins een verwijt van gemaakt, dat hij Lumey,

den moordenaar der Gorcumsche priesters, tot zijn vertegenwoordiger

benoemde. Evenwel ten onrechte. De aanstelling is niet gedateerd,

maar de daarbij gevoegde instructie is van 20 Juni. Toen was Gorcum

zelfs nog niet in de handen der Geuzen. 't Is niet waarschijnlijk,

dat Oranje reeds den 22sten Juli bericht had ontvangen, van hetgeen

er in den Briel was gebeurd, maar al ware dit wel het geval geweest,

dan zou het zeer moeilijk zijn geweest, de aanstelling ongedaan te

maken. Lumey stond aan 't hoofd van een aanzienlijke krijgsmacht;

de steden aan de Maas waren in de handen van zijn Watergeuzen. Bij

het heftigste en roerigste deel van zijn volgelingen stond hij in

hoog aanzien en zeker zou hij zich niet zonder meer van zijn post

hebben laten ontzetten. Ernstige verdeeldheid onder de aanhangers

van Oranje zou op dat oogenblik noodlottig zijn geweest voor de

zaak der vrijheid. In Januari 1573 werd Lumey, na nieuwe daden van

wreedheid en verzet, gevangen genomen en van zijne waardigheden

vervallen verklaard. Hij bleef in hechtenis, eerst op 't kasteel

van Gouda, toen op het slot Honingen bij Rotterdam, eindelijk op

het fort Rammekens in Zeeland. Toen vertrok hij naar Aken. Zijne

houding was na 1573 zeer dubbelzinnig. Waarschijnlijk heulde hij met

de Spanjaarden. Hij stierf aan de gevolgen van een slecht verzorgde

wond, volgens sommigen aan den beet van een dollen hond.

[10] Cornelis Musius is eigenlijk den 10den December te Leiden ter

dood gebracht, doch zeer zeker op bevel van Lumey.

Jacob Martens: Een verhaal uit de zestiende eeuw · 第 25 / 25 题