[1] Alles wat is, kan slechts juist beoordeeld worden, als men weet,
hoe het geworden is.
[2] In de eerlang in de W.B. verschijnende monographie van Prof. Jonker
over "het ontstaan der Aarde" zal de lezer meer uitvoerige en
gedetailleerde gegevens over dit onderwerp vinden. Hier kan ik slechts
eenige der hoofdpunten aanroeren.
[3] Zooals de door Cayeux beschreven praecambrische radiolariën.
[4] In den laatsten tijd zijn er ook reeds overblijfselen van
laagstaande dieren, die evenwel volgens de auteurs al tot verschillende
groepen zouden behooren, in enkele gesteenten van de azoïsche periode
door een aantal onderzoekers beschreven. Dat juist op dit gebied nog
veel onzekerheid heerscht, en het nieuwere onderzoek telkens andere
feiten aan het licht brengt, behoeft ons, de moeilijkheden van dit
gebied in aanmerking genomen, niet te verwonderen. Het is hier niet
de plaats, hierop verder in te gaan.
[5] De mensch draagt in zijne lichaamsvormen nog steeds den
onuitwischbaren stempel van zijn lagen afkomst.
[6] Vierde druk 1908. Tübingen. H. Laupp.
[7] Herkenbaar aan de geheel verschillend bewerkte steenen wapenen,
die bij de menschelijke overblijfselen in de verschillende lagen van
eenzelfde hol werden gevonden.
[8] De tertiaire mensch staat nog slechts op den drempel van het
gebouw der wetenschap.
[9] Zie achterin.
[10] Zie achterin.
[11] Zie achterin.
[12] Men vergelijke hetgeen hierover in hoofdstuk 7 wordt gezegd.
[13] Zelfs in den slag van Hastings werden, naar men zegt, nog wel
steenen pijlpunten gebruikt.
[14] Wij weten nog in het geheel niet, hoe lang het geleden is,
dat de mensch zich van het geslacht der apen losmaakte; maar het kan
zelfs zoo lang geleden zijn als de eocaene periode.
[15] Ook dit wordt echter weer tegengesproken, door Dubois zelf en
door een Engelsch anthropoloog van groote autoriteit, Arthur Keith,
die in 1912 in een reeks lezingen trachtte aan te toonen, dat de
pithecanthropus wel in het tertiaire tijdperk thuis behoort. Voorloopig
schijnt mij echter de opvatting van Volz en Martin op degelijker
gronden te berusten.
[16] De inmiddels door Dawson en Smith Woodward gepubliceerde
uitvoerige beschrijving is niet geschikt, om bestaanden twijfel
omtrent de juistheid der voorloopige opgaven weg te nemen. Zoowel wat
betreft den hoogen ouderdom van de overblijfselen als hunne zoo uiterst
primitieve kenmerken vraagt men zich af, of de beide onderzoekers wel
altijd hunne vondsten met de noodige nauwgezetheid hebben beoordeeld.
[17] Zooals echter boven reeds werd opgemerkt, laat de inmiddels
verschenen uitvoerige beschrijving van de vondst nog wel eenigen
twijfel bestaan aan de juistheid dezer voorloopige opgaven van
Dr. Smith Woodward.
[18] Zie achterin.
[19] Door Fraipont en Lohest in 1886 beschreven.
[20] Volgens de opgaven van de Firma Krantz is er nu in den laatsten
tijd een beter gipsafgietsel van vervaardigd.
[21] M. Boule. l'Homme fossile de la Chapelle-aux-Saints. Annales de
Palaeontologie 1913. blz. 1-278. 101 afbeeldingen.
[22] Zie hierachter.
[23] Zie hierachter.
[24] De verantwoordelijkheid voor de samenstelling van dit Register
berust bij de Redactie W. B.
De eigennamen staan cursief.
[25] Deze verklaringen zijn van de Redactie der W.B.