Lieve Vadertje Langbeen,
Nu ben ik weer hier op Fergussen Hall en wel in mijn waardigheid van
Senior, daarbij nog redactrice van „De Maandelijksche”. Het is haast
niet te gelooven hè, dat zoo'n gewichtig personage nog pas vier jaren
geleden in het John Grier Home thuis hoorde. We kunnen hier in Amerika
onzen weg vinden als we maar willen!
Zeg, hoe vind je dat? Ik kreeg vanmorgen een briefje van Jongeheer
Jervie, dat hij naar Lock Willow adresseerde en dat me naar hier
opgestuurd werd. Hij zegt, dat hij tot zijn spijt in den herfst niet
op Lock Willow kan komen. Hij heeft een uitnoodiging van een vriend
aangenomen om met hem op de jacht te gaan. Hij hoopt, dat ik dezen zomer
veel plezier heb gehad en dat de buitenlucht me goed heeft gedaan.
En hij wist toch, dat ik bij de McBrides logeerde, want Julia heeft
het hem zelf verteld. Jullie mannen moesten de intrigetjes maar aan
ons vrouwen overlaten: jullie hebt daar toch geen slag van.
Julia heeft een koffer vol van de prachtigste costumes meegebracht,
o.a. een avondjapon van Liberty crêpe in een onbeschrijfelijke tint,
een geschikte kleeding voor de engelen in het Paradijs. En ik dacht
nog wel, dat mijn kleeren dezen zomer onovertreffelijk mooi waren. Ik
maakte de costumes van Mevrouw Paterson na met de hulp van een goedkoop
naaistertje en ofschoon mijn gewaden niet bepaald volkomen gelijk aan de
oorspronkelijke uitvielen, was ik er toch erg blij mee, totdat Julia
haar schatten tentoonstelde.
Lieveling, ben je eigenlijk niet blij, dat je geen meisje bent? Je zult
wel denken, dat we gansjes zijn om zooveel over kleeren te spreken en er
zoo dol veel van te houden.
Heb je wel eens van dien geleerden professor gehoord die van oordeel
was, dat vrouwen sober gekleed moesten gaan en geen versieringen mochten
dragen? Het liefst natuurlijk in zoo'n soort hobbezak. Welnu, zijn vrouw
was een lief gedwee schepseltje en ze droeg heel gewillig de door haar
echtgenoot voorgeschreven kleeding. En wat denk je nu wel, dat _hij_
deed? Wel, hij ging er met een balletdanseres vandoor!!