Liefste Vadertje Langbeen.
Ik had je eigenlijk al lang willen schrijven en je voor je chèque met
Kerstmis bedanken, maar het gaat hier in huis zoo druk toe, dat ik
nauwelijks een paar minuten kan vinden om een beetje met je te babbelen.
Ik heb een nieuwe japon gekocht. Eigenlijk had ik hem niet bepaald
noodig, maar ik wou hem zoo dolgraag hebben. Dit jaar kreeg ik mijn
Kerstcadeau van mijn ouden vriend, Vadertje Langbeen. Mijn familie
stuurde me niets, alleen maar een lieven brief.
Mijn vacantie is gewoonweg heerlijk hier bij Sallie's familie. Ze wonen
in een groot, ouderwetsch baksteenen huis met wit gekalkte gevel. Het
ziet er net zoo uit als het huis, waarnaar ik altijd tuurde toen ik nog
in het John Grier Home was, en ik verlangde er toen altijd zoo naar om
te weten hoe het er wel van binnen zou uitzien. Ik had nooit gedacht,
dat ik het ooit te weten zou komen—en nu leef ik al een paar weken in
zoo'n huis!
Alles is hier gezellig en huiselijk en smaakvol. Ik loop soms alle
kamers achter elkaar door en geniet.
Het is het mooiste huis, dat je je voor je kinderen denken kunt. Er zijn
heerlijke donkere hoekjes en gaatjes, waar je prachtig verstoppertje
kunt spelen en er is een groote zolder om op regenachtige dagen pret
te maken en heerlijke gladde trapleuningen met een knop aan het
ondereind. En dan is er een groote, zonnige keuken met een aardige dikke
keukenmeid, die hier al dertien jaar dient en altijd een stukje deeg
voor de kinderen bewaart wanneer ze bakt. Hè, Vadertje, ik verlang er
soms vreeselijk naar, om heel klein te zijn en dan hier op te groeien.
En dan de familie! Ik had nooit gedroomd dat die zóó lief kon zijn.
Sallie heeft een vader en een moeder en een grootmoeder en een schat van
een zusje van drie jaar met allemaal kleine, blonde krulletjes en een
broer van een jaar of 14, die altijd vergeet zijn voeten te vegen, en
een groote, knappe broer, die Jimmie heet, en al Junior op het Princeton
College is.
Wij hebben altijd pret aan tafel. Iedereen lacht en praat en maakt
gekheid en we hoeven gelukkig niet vóór het eten te bidden. Dat vind ik
toch zoo'n verlichting, dat je hier niet voor iederen hap eten hoeft te
danken. (Je vindt misschien, dat ik een godslasteraarster ben, maar jij
zou dat ook worden, wanneer je, net zooals ik, zooveel gedwongen gebeden
had moeten opzeggen).
We hebben al zoo'n macht dingen gedaan! Ik weet heusch niet, waar ik mee
zal beginnen. Mijnheer McBride heeft een fabriek, en op Kerstmis hebben
we een grooten boom voor de arbeiderskinderen versierd. Hij stond in een
groote zaal van het pakhuis, dat voor dien dag heelemaal met hulst en
mistletoe was versierd. Jimmie McBride was als St. Nicolaas verkleed en
Sallie en ik hielpen hem om de pakjes uit te deelen.
O lieve deugd, wat was dat eenig! Ik voelde me dien avond welwillend als
een regent van het John Grier Home. Een allerliefst klein jongetje heb
ik gekust, maar ik geloof, dat ik ze geen van allen op hun hoofd heb
getikt.
En twee dagen na Kerstmis hebben we hier in huis een bal gehad, _ter
eere van mij!!_
Het was het eerste, echte bal, dat ik ooit heb bijgewoond—die op
College tellen niet mee, want daar dansen we alleen onder elkaar.
Ik droeg een nieuwe witte avondjapon (jouw Kerstcadeau, dank je nog
hartelijk) en lange, witte handschoenen en wit satijnen schoentjes. Het
eenige wat me speet, was, dat Juffrouw Lippett me niet zien kon, toen
ik den cotillon met Jimmie danste. Spreek er haar alsjeblieft over, den
eersten den besten keer dat je weer naar het John Grier Home gaat.
Als altijd,
Je Judy Abbott.
P.S. Zou je het heel, heel erg vinden, mijn liefste lieveling, wanneer
ik geen Groote Schrijfster werd, maar alleen een heel gewoon meisje
bleef?
6.30 Zaterdag.
Liefste Vadertje.
We waren eigenlijk vandaag van plan naar de stad te gaan, maar we hadden
geen rekening met het weer gehouden: het stortregent nu. Ik houd van den
winter wanneer hij ook werkelijk winter is met sneeuw en ijs, maar niet
wanneer het regent. Julia's model-oom kwam haar vanmiddag opzoeken.
Hij bracht vijf pond bonbons mee!! Je ziet, er is ook wel eens een
voordeeltje aan verbonden, om met Julia samen te wonen. Ons gebabbel
scheen hem te amuseeren en hij besloot een lateren trein te nemen en
eerst met ons samen thee te drinken. Het was vreeselijk lastig voor
ons om daartoe verlof te krijgen. Het is al heel moeilijk om een vader
of grootvader bij ons te mogen hebben en een oom—nu, dat is weer een
graadje erger. Broers en neven zijn heelemaal contrabande! Julia moest
voor een notaris den eed afleggen, dat hij werkelijk haar oom was en
toen heeft een klerk daarvan dadelijk een certificaat opgemaakt. (Weet
ik niet een heeleboel van rechtsgeleerdheid af?) En dan betwijfel ik nog
hard, of we Oom Jervie wel bij ons hadden mogen houden, als die lieve
menschen gezien hadden, hoe jong en knap hij er uitziet.
[Illustratie]
Lieve deugd, wat regent het! Als we vanavond naar de kapel willen,
zullen we er heen moeten zwemmen!
Dag lieveling,
Je Judy.