24 September.

Lieve, vriendelijke Regent-die-Vondelingen-naar-College-stuurt!

Hier ben ik nu! Gisteren heb ik vier heele uren in den trein gezeten.

Een typisch gevoel is dat, hè? Ik was er vroeger nog nooit in geweest.

College is de grootste inrichting, die je je kunt voorstellen! Ik

verdwaal gewoonweg als ik even mijn kamer uitga! Als ik me een beetje

minder door elkaar gerammeld gevoel, zal ik u later een heel nauwkeurige

beschrijving geven en dan zal ik u ook van alles over mijn lessen

vertellen. Die beginnen pas Maandagmorgen en het is nu Zaterdagavond,

maar ik wou u zoo graag dadelijk mijn eersten brief schrijven, alleen

maar, om gauw met u bekend te raken.

't Is toch gek om brieven te schrijven aan iemand, die je heelemaal

niet kent en voor mij is het toch al erg vreemd om te schrijven. Denk

eens aan, ik heb er in mijn heele leventje pas drie of vier geschreven.

Erger u er dus alsjeblieft maar niet over, wanneer dit niet precies een

model-brief wordt!

Voordat ik gisteren eindelijk vertrok, heb ik nog een heel ernstig

gesprek met Juffrouw Lippett gehad. Ze zei me voor de duizendste maal

nog eens precies hoe ik me nu gedurende de rest van mijn leven moest

gedragen en vooral schreef ze me nog eens uitdrukkelijk mijn gedrag

voor, tegenover den vriendelijken heer die zooveel voor me doet. Ik

moest er altijd aan denken, Heel Eerbiedig aan hem te schrijven!

Maar hoe kan ik nu in 's hemelsnaam heel eerbiedig zijn (eigenlijk weer

met twee hoofdletters) tegenover een man, die zich _John Smith_ wenscht

te noemen! Hoe kwam u er eigenlijk toe, zoo'n alledaagschen naam uit

te pikken? Ik zou net zoo goed brieven aan Mijnheer Hitching Post of

Mijnheer Clothes-Prop kunnen schrijven.

Ik heb dezen zomer heel veel aan u gedacht. Nu ik eindelijk iemand heb

gevonden, die werkelijk belang in me stelt, heb ik het gevoel, alsof

ik zoo opeens een heele familie heb gekregen, het is net, alsof ik nu

ook bij iemand hoor. O, het is een zalig gevoel! Toch moet ik eerlijk

opbiechten, dat ik het erg vervelend vind dat ik zoo verschrikkelijk

weinig van u weet. Kijk, daar zijn alleen maar drie dingen, waarop ik

mijn verbeelding voortbouw:

Vadertje Langbeen · 第 9 / 103 题