VII.

Hrodgars antwoord aan Wulfgar: Ik heb Beowulf als knaap gekend;

zeelieden vertelden, dat hij de kracht van dertig man bezit; ik

hoop dat hij ons komt helpen; verzoek hem binnen te komen.--Wulfgar

kwijt zich van zijne opdracht. De lansen en schilden worden aan de

hoede van eenige krijgers toevertrouwd. Zij treden binnen. Beowulfs

aanspraak: Hij doet zich kennen; hij heeft Grendels wanbedrijven

vernomen en komt, op aanraden zijner vrienden, om hem te bekampen;

zijne vroegere wapenfeiten stellen hem omtrent den uitslag gerust;

hij verzoekt om alleen met zijne makkers het waagstuk te ondernemen;

wapenen zal hij niet gebruiken; delft hij het onderspit, zoo wordt hij

verslonden en hoeft men niet te zorgen voor brandstapel en begrafenis;

Hrodgar moet alsdan zijne wapenrusting naar Hygelac zenden.

Beówulf Angelsaksisch volksepos vertaald in stafrijm en met inleiding en aanteekeningen voorzien · 第 50 / 137 题