Hrodgars antwoord aan Wulfgar: Ik heb Beowulf als knaap gekend;
zeelieden vertelden, dat hij de kracht van dertig man bezit; ik
hoop dat hij ons komt helpen; verzoek hem binnen te komen.--Wulfgar
kwijt zich van zijne opdracht. De lansen en schilden worden aan de
hoede van eenige krijgers toevertrouwd. Zij treden binnen. Beowulfs
aanspraak: Hij doet zich kennen; hij heeft Grendels wanbedrijven
vernomen en komt, op aanraden zijner vrienden, om hem te bekampen;
zijne vroegere wapenfeiten stellen hem omtrent den uitslag gerust;
hij verzoekt om alleen met zijne makkers het waagstuk te ondernemen;
wapenen zal hij niet gebruiken; delft hij het onderspit, zoo wordt hij
verslonden en hoeft men niet te zorgen voor brandstapel en begrafenis;
Hrodgar moet alsdan zijne wapenrusting naar Hygelac zenden.