Grendel stuit op onvoorzienen tegenstand en het hart zakt hem in
de schoenen:
't Werd hem bang in 't binnenst. (767)
De «hooggestemde» Beowulf put nieuwe kracht bij het terugdenken aan
zijne uitdagingswoorden:
De wakkre neef van Hygelac geheugde
Zich toen de toespraak van den eigen avond. (774-75)
Tweemaal wordt gewezen op de gemoedsstemming van de zich buiten
bevindende Denen:
Den Denen al gewerd, den burgbewoners,
Der koenen elk, der kampers, doodsontzetting. (785-86)