Genoveva

In de omstreken van den Rijn wordt de naam van de deugdzame gemalin

van paltsgraaf Siegfried met vereering genoemd. Zij, die eens het

grootste kleinood van het hart, niettegenstaande gruwelijke

beproeving en nameloos verdriet standvastig en ongeschonden

bewaarde, werd door het volk de heilige Genoveva genoemd. In den

tijd, dat Karel, de naamgenoot van zijn voorvader, den grooten

keizer der Franken, het land der West-Franken regeerde, stond in den

"Mayenfelder Gau" ten westen van de oude stad Andernach, het slot

van den paltsgraaf. Zeer gelukkig en eendrachtig leefde de jonge

paltsgraaf met zijn liefelijke gemalin.

Doch het eerste wolkje kwam aan den horizon van hun huwelijksgeluk.

De gevreesde Arabieren waren uit Spanje gekomen en in Gallië

binnengedrongen en baanden zich moordende en alles verbrandende een

weg naar het Noorden. Een hevige schrik verspreidde zich door het

christelijke Frankenland. De vijand van het christendom moest

uitgeroeid worden, wilde het Westen niet hetzelfde lot van het door

de halve maan beschaduwde Afrika ondergaan. Ook in den burcht van

den paltsgraaf drong de oproeping van den gebieder tot deelneming

aan den strijd door. Toen trok de heer Siegfried de wapenrusting

aan, kuste zijn weenende vrouw en nam afscheid van den burcht zijner

voorvaderen. Zwaar viel hem het scheiden van de heerlijke

"Mayenfelder Au", waar hij het hoogste geluk zijns levens gesmaakt

had, maar nog zwaarder viel hem het afscheid van de bedroefde gade.

Zijn slotvoogd Golo droeg hij op, goed voor zijn beminde vrouw te

zorgen, en haar verzocht hij, dezen haar volle vertrouwen te

schenken.

De dagen der scheiding van haar geliefden echtgenoot waren voor de

paltsgravin zeer smartelijk. Hevig drukte haar de eenzaamheid in den

grooten burcht, en zeer miste ze Siegfrieds nabijheid, den klank

zijner stem en de veiligheid van zijn tegenwoordigheid. Tot den man,

die door hem als haar beschermer aangesteld was, kon ze niet

spreken als tot een vriend. Haar rein vrouwenoog schrok van den

hartstochtelijken gloed, die uit de sombere blikken van Golo

straalde. Het scheen haar, dat deze blikken heimelijk haar

bewegingen bespiedden en met een uitdrukking, die haar kinderlijk

gemoed niet begreep, op haar rusten bleven.

Dubbel miste zij dan den afwezigen gemaal. Dikwijls trad ze naar

buiten en gaf zich in het tuintje onder den vlierboom aan aangename

droomen over. Terwijl haar oogen verlangend in het schemerachtige,

blauwe verschiet staarden, dacht Genoveva aan het zalige oogenblik,

waarop ze den heer Siegfried terug zou zien; hoe zij, het hoofd aan

zijn borst geleund, hem het zoete geheim mede zou deelen, dat de

aanstaande moeder reeds bij voorbaat zoo gelukkig maakte. Misschien

zou de oorlog tegen de heidenen lang duren, en zou zij den

terugkeerenden echtgenoot het pand hunner liefde hier op de

burchtplaats toereiken. Dan klaarde het lieve gelaat der paltsgravin

op, en een glans van geluk kwam over haar trekken. Dikwijls steeg

zij dan op naar de platform en droomde van toekomstig geluk, terwijl

haar oogen verlangend in het schemerachtige verschiet staarden.

De heimelijke vrees, die de paltsgravin voor den slotvoogd

koesterde, was niet ongegrond. De engelachtige schoonheid van

Genoveva had in het jeugdig gemoed van Golo een verboden vuur doen

ontgloeien, dat hij niet in staat was te verstikken; integendeel

werd door het vele samenzijn met de lieftallige paltsgravin, die

tegen hem, evenals tegen alle ondergeschikten vriendelijk was, het

vuur van den verderfelijken hartstocht nog meer aangewakkerd, totdat

hij op een dag zich zelf niet meer meester was en zich aan de voeten

van de begeerlijke, teeder beminde vrouw wierp. In zondige

hartstochtelijke taal smeekte Golo de vrouw van zijn meester om haar

wederliefde.

Genoveva was zeer ontsteld door deze schandelijke bekentenis. Met

verontwaardiging en verachting wees zij den vermetele af. Zij

verbood hem, die zijn plicht zoo grenzenloos verzaakt had, ooit weer

voor haar aangezicht te verschijnen en dreigde hem, dat zij hem bij

haar man zou aanklagen. Toen kwam er een sombere flikkering in

Golo's oogen, en een blik van doodelijken haat trof de schoone

vrouw, die hem zoo streng terecht wees. Vergeving was niet te hopen

van de verontwaardigde meesteres; zijn vernederde trots verlangde

die ook niet, maar dorstte naar wraak. Nu moest er verder gegaan

worden op den eenmaal ingeslagen weg, teneinde Siegfrieds toorn,

waarmede hij gedreigd was, te ontgaan.

De haat en wraak deed een vreeselijk plan in Golo's binnenste

rijpen. Hij ontsloeg de onderhoorigen en stelde nieuwe bedienden in

den burcht aan. Toen trad hij op een dag, ten aanschouwe van het

geheele dienstpersoneel, op de ontstelde paltsgravin toe en

beschuldigde haar met fonkelende oogen, dat zij zich tegenover haar

afwezigen echtgenoot op schandelijke wijze aan trouwbreuk schuldig

gemaakt had, door met een gewonen knecht, die haar merrie zadelde in

ongeoorloofde verhouding te staan, waarvan zij de vrucht onder het

hart droeg. Schaamte en verontwaardiging beroofden Genoveva van haar

zinnen. Golo deelde den ontstelden bedienden, die zwijgend

toehoorden, mede, dat hij den paltsgraaf reeds van de schuld van

zijn trouwelooze gade en haar ontvluchten dienaar Drago onderricht

had en als tegenwoordig burchtbeheerder beval, de trouwelooze in een

kerker te brengen.

In een vochtige onderaardsche gevangenis van den burcht ontwaakte de

ongelukkige paltsgravin uit haar bezwijming. Diep bedroefd verborg

zij het hoofd in de handen en smeekte Hem, die haar deze vreeselijke

beproeving opgelegd had, haar in het tegenwoordige leed en in de

aanstaande gebeurtenis bij te staan. Smartelijke uren stonden

Genoveva te wachten. Zij bracht een knaapje ter wereld. Zij doopte

hem met haar tranen en gaf hem den naam Tristan, dat beteekent:

rijk aan smarten.

Sagen van den Rijn(#60942) · 第 70 / 108 题