Adjudant.—een officier die aan een anderen, hooger geplaatsten officier
wordt toegevoegd, om te zorgen voor de uitvoering van diens bevelen.
Archeologie.—oudheidkunde.
Aleng-aleng.—zeer hoog opgaand grasland.
Ambulance.—veldhospitaal.
Amputatie.—afzetting van een lichaamsdeel.
Autocraat.—alleenheerscher.
Baleh-baleh.—bed en rustbank tegelijk.
Bivakken.—plaatsen waar de militairen onder den blooten hemel rusten.
Maakt men gebruik van tenten, dan spreekt men van een kamp; logeert men
in huizen dan ligt men in kantonnement.
Carillon.—klokkenspel.
Componisten.—toondichters.
Floris de Vette.—een zinspeling op een der Hollandsche graven, die
dezen naam droeg (1091–1122).
Frontbreedte.—de breedte van een linie soldaten.
Gong.—een bekkenvormig, luidklinkend instrument.