(_Spreuk van Hendrik van Brederode._)
Jan Draaijer hangt altoos de huik naar den wind,
Van welk eenen kant het moog' waaijen;
Dan Republikeinsch en dan Koningsgezind,
Geen schoorsteengek, die zoo kan draaijen!
Zou zelfzucht ook zijn belangloosheid gebiên?
Misschien.
Ziet Teunis mooi Dientje, wat blos, die hem blaakt,
De jongen is ganschlijk beteuterd;
Hij, anders zoo goed als een Brugmans bespraakt,
Zwijgt eensklaps alsof het hem leutert!
Zou Teunis verliefd zijn op de aardige Dien?
Misschien.
Frans Blaaskaak heeft immer de wijsheid in pacht,
Hij leeft en beweegt in zijn glorie;
Al wat uit de bron zijns verstands is gebragt,
Bekraait slechts zijn haan met victorie!
Laat trotschheid en waan uit zijn mouw zich ook zien?
Misschien.
De stoom hoe gezwind, werd een stok-oude knol,
Zoo wende reeds de aarde aan zijn jagen;
't Moet telkens al sneller, 't moet holderdebol,
Die nieuwheid, hoe dol, kan behagen!
Ligt, dat zich de mensch eens van vleugels bedien'?
Misschien.
* * * * *
(1) Misschien.