"Ei zeg, is dat nu reg?
"Mijnheer heeft zoo een' ekel
"Aan Lord, dien boozen rekel,"
Sprak Piet, de brave knecht,
"En toch, hij krijgt het meest!
"Gaan niet de lekkre beenen
"Altoos naar de ondeugd henen?
"Daar heb je Does, dat beest,
"De beste van de honden,
"Die ergens wordt gevonden,
"Die 't nimmer gortig maakt,
"Bij al die vette beten,
"Hoe trouw het dier ook waakt,
"Wordt Doesje maar vergeten.
"Dat 's onregt, op mijne eer!"
"Wel, domoor!" sprak mijnheer
Die Piet had afgeluisterd,
Hoe zacht hij had gefluisterd,
"Ik dacht je meerder leep!
"Zeg, voel je niet de kneep?
"Mijn beentjes te verspillen
"Aan Does, wat dwaze grillen,
"'k Zou hem niet trouwer willen;
"De lobbes hoeft ze niet!
"Maar Lord, die kwade rakker,
"Die valsche kuitepakker,
"Door kluifjes wordt hij makker,
"Ik vrees zijn tanden, Piet!"