XXX. De zee.--Onderaardsch licht.--Onmetelijk hol.--Versterkende
zeewind.--Woud van paddestoelen.--Fossiele beenderen.--Vrees voor
voorwereldlijke monsters.--Gerustheid van den professor.
XXXI. Door een zeebad versterkt.--Vloed, ebbe en magnetische
helling.--scheepstimmerhout.--Het vlot.
XXXII. Zeilklaar.--Vertrek van Gräubenhaven.--Het
scheepsjournaal.--Voorwereldlijke visch.--Blindheid van dien
visch.--Axel's droom.--Axel ontwaakt.
XXXIII. Des professors ongeduld geboekstaafd.--De lange zeereis.--In
het ijzer gebeten.--Zeemonsters.--Ontsteltenis.--Strijd.--De
plesiosaurus bezwijkt.