I.

Freiherr von Hattersdorff zu Wiesenbrück was met een tamelijk goed

pensioen en een aanmerkelijke hoeveelheid heupjicht uit den

Pruissischen krijgsdienst getreden en logeerde met zijn corpulente

»Frau Gemahlin" en zijn »Fräulein Tochter," een spichtige,

achtentwintigjarige, groezelige blondine, met de bevallige vormen

eener asperge, sedert eenige weken te Wiesbaden, om daar, indien

mogelijk, zooal niet genezing, dan toch verlichting voor zijn

pijnlijke kwaal te vinden.

Iederen morgen om halfzeven kon men geregeld het drietal bij den

»Kochbrunnen" vinden. Papa zette voortdurend een gezicht als een

oorwurm en kneep de lippen opeen, waarover elke vijf minuten een

»Himmeldonnerwetter" scheen te zullen rollen, indien hij ze opende

onder den stoppeligen, grijzen knevel. Met de eene hand leunde hij op

den omvangrijken arm van zijn geduldige gade en met de andere op een

stok, die, minder onwillig dan zijn rechterheup, hem eenige

verlichting en gemak bij het gaan bezorgde. Driemaal, vóórdat de klok

in de Kurhalle acht uren sloeg, opende hij zijn aan Rijnwijn en

Beiersch bier gewenden mond, om met echten heldenmoed een groot glas

warm Kochbrunnenwasser te verzwelgen, echter niet zonder bij iedere

teug de woorden: »Grässlich," »Abscheulich" of »Verdammtes Zeug" te

doen hooren.

Mama dronk eveneens van het zilte vocht, terwijl zij de zoete hoop

koesterde om gedurende de badkuur van den Overste eenige kilo's aan

gewicht te verliezen; en »Fräulein Tochter" slurpte met een paar

bleeke, spitse lipjes uit een glazen pijpje hetzelfde heilzame nat,

omdat zij wel eens had gehoord, dat 't Wiesbadener water dikker maakte

en voordeelig op tint, bloedarmoede en huidvlekken werkte.

't Scheen inderdaad, alsof het geneeskrachtige water gezegend werkte,

want de oude krijgsheld begon eenige verlichting te bespeuren. Na 't

gebruik van een tiental warme baden en ongeveer zesmaal zooveel glazen

bronwater, liep hij iets minder moeielijk en sleepte zich langzaam aan

naar de beroemde table-d'hôte in 't Hôtel Dahlheim. Met een zucht van

verlichting, nam hij plaats aan tafel en een glimlach van innig

welgevallen verhelderde zijn gelaat, toen hij zijn min of meer rooden

neus en grijzen knevel weer voelde doortrekken met de geuren van

allerlei spijs en gebraad.

Op zijn kamers--hij woonde met de zijnen in een bescheiden »Hôtel

Garni"--leefde hij uiterst eenvoudig, maar toen het drietal de table

d'hôte weer kon bezoeken, bewezen zij eenparig, dat zij voor meer

uitgebreide diners ook iets voelden en voor de drie Mark, die zij per

hoofd verteerden, het noodige wilden genieten, al was 't dan ook maar

om den hôtelier de eer te geven die hem toekwam.

Met onbegrijpelijke virtuositeit verwerkte, zoowel de asperge-achtige

jonge dame, als de meer bolvormige mama, groote hoeveelheden gekookte

en gebraden spijs. Papa, die waarschijnlijk het geldelijke evenwicht

voor den hôtelier wilde bewaren, at weinig maar dronk des te meer en

verklaarde elken middag aan het dessert, als hij met glimmend

voorhoofd en kleine oogjes, na de boter en kaas, het laatste teugje

uit zijn glas dronk en zijn grijzen knevel met zijn servet afwischte,

dat »der Wein famos,--das Wasser vom Kochbrunnen aber, unter der

Kanone teufelmässig, niederträchtig gemeines Zeug" was.

Reeds op den eersten dag had de kolonel zijn aanvankelijke beterschap

met een flesch Rijnwijn, gesteund door een flesch ouden Bourgogne en

geholpen door een Hochheimer-mousseux, waarvan Mama en dochter echter

ook het hare kregen, begroet en nu ging hij voort met iederen dag die

beterschap opnieuw te herdenken, afwisselend met Nuits, Château la

Rose of Johannisberger, die hem na 't diner steeds een hoogere

gelaatskleur, een slaapje en bij 't ontwaken een knorrige luim

bezorgden.

't Duurde niet lang of de Ischias, die in den beginne voor 't in- en

uitwendige water de vlucht had willen nemen, kon de uitnoodiging van

zijn vrienden Bourgogne en Rijnwijn, om weerom te komen, niet

weerstaan, en de Overste zat, na een dag of veertien table d'hôte, op

een morgen in zijn kamer »als een blok" in zijn stoel en met zijn hand

op de heup te kermen.

Een dag later brulde en tierde hij zóó geweldig, dat Mama uit

medelijden tranen met tuiten huilde en Fräulein Tochter het op haar

zenuwen kreeg, doordien zij de meer dan ordinaire soldatenvloeken van

haar lieven papa niet langer kon aanhooren zonder zichzelve erg

onfatsoenlijk te vinden.

»Himmelhöllenhund Sakrement! dat's te erg. Schwefelelement! laat een

dokter komen!" bulderde de Overste met een stem, als stond hij voor

zijn bataillon.

»Maar welken dokter, lieve man?" vroeg sidderend mevrouw.

»'t Dondert niet! den eerste den besten,--maar niet zoo'n ouwen pruik,

zoo'n lapzalver; ik moet er een van de nieuwe richting, een

specialiteit heb... Au! Schwerenoth! 'k word nog gek van de pijn. O,

sakkrrrement! die satansche heup," schreeuwde de Overste tot ergernis

van zijn dochter, die met trillende lippen hem toevoegde:

»O! papa, u bezondigt je heusch!"

»Dat's wel mogelijk!--maar 't kan me niet schelen. Au!

Himmeldonnerwetter!"

Mama schelde vol angst den kellner en verzocht hem den eersten den

besten dokter te doen roepen.

* * * * *

Een paar passen verder in de straat dan het Hôtel Garni stond op een

koperen naamplaat aan den deurpost van een bescheiden woonhuis:

»Dr. Otto Druff, Special-Artz für Massage, etc."

De kellner wipte met zijn servet over den arm de stoep van het hotel

af, dien van den dokter op en stond een oogenblik later tegenover den

medicus, een knap, vriendelijk man, met een gunstig uiterlijk, die hem

op zijn vraag: »Dokter, of u dadelijk in ons Hôtel wil komen? Overste

von Hattersdorff zu Wiesenbrück, heeft zoo'n verschrikkelijken aanval

van jicht, op No. 26," onmiddellijk antwoordde:

»Zeker, zeer gaarne!" En toen hij vroeg: »Ik versta je immers goed: 't

is Overste von Hattersdorff?" schitterde er plotseling iets in het oog

van den dokter, dat men voor boosaardige vreugde had kunnen houden,

indien men niet wist, dat medici gewoonlijk ver boven deze minder

edele aandoening verheven zijn.

»Ik kom oogenblikkelijk; in tien minuten ben ik bij den Overste."

»Uitstekend, Dokter!"

Papieren Kinderen: novellen en schetsen · 第 18 / 47 题