Hij snelt op haar toe en fluistert: "Is het voor eeuwig?"

"Eeuwig? Hoe plechtig!" en zij tracht te lachen. "Neem dit als

een herinnering!" en van haar vinger een ring trekkende, waarin

één vlammende robijn is gevat, laat zij dien vallen in zijn hand

en verdwijnt.

En als hij zich omkeert, ademt hij zwaar en diep, als werd zijn borst

verruimd door een flikkering van hoop. Want in haar oogen heeft iets

geblonken, dat antwoord gaf op zijn woorden: "Al waart gij ook de

koningin van Spanje, toch zou ik u beminnen!"

Een strijd om de schatten van Alva: of De watergeuzen in 1572 · 第 16 / 73 题