Verschil 14.17 dollars pd. st. 3. 1.5

Minder voor vrachtkosten per vat, wanneer een 0. 5.0

vaartuig te Manilla naar Iloilo gaat laden

------

Kosten per vat, minder te Iloilo pd. st. 2.16.5

«Het eiland Panay, waarvan Iloilo de voornaamste haven is, is verdeeld

in de drie provinciën Iloilo, Capiz en Antique, die respectivelijk

527,970, 143,713 en 77,639 inwoners bevatten, zijnde een totaal bedrag

van 749,322, volgens de officiële bescheiden van 1858.

«Britsch vice-consulaat voor Panay,

«Iloilo, 2 Mei 1859. «N. LONEY.»

Niettegenstaande de gunstige vooruitzigten voor den handel te

Iloilo, is weinig of niets gedaan voor de verbetering van de haven

of ter vergemakkelijking van de uitbreiding van haren handel. Er

is geen havenhoofd, geen licht, geene aanwijzing van gevaarlijke

plaatsen, ofschoon de Oton-ondiepte zich uitbreidt, en het van het

grootste belang is dat het veilige kanaal aan de zeevaarders worde

aangewezen. De laatste instructiën der marine (1859) zijn de volgende:

«De haven van Iloilo, aan het zuidelijke strand van het Panay-eiland

gelegen, ofschoon wel beschermd en van nature goed, is niet

van inconveniënten ontbloot; zij kan echter gemakkelijk vermeden

worden. Van eene goede kaart voorzien en als men van het noorden met

eene loods nadert, kunnen groote vaartuigen veilig binnenvaren.

«De diepte van het water aan den dam bij den ingang van de kreek of

rivier Iloilo, bedraagt omtrent vijf vademen bij laag water, maar

op korten afstand verder op vermindert zij tot 15 voet en dan wordt

het weer dieper. Daar de hoogte van het getij zes voet bedraagt, kan

een vaartuig van een diepgang van 16 tot 18 voet gemakkelijk in- en

uitzeilen, en wanneer, zoo als is voorgesteld, eene maalmachine wordt

gebruikt om den modder te verwijderen, die zich op de meer ondiepe

plaatsen bij den ingang heeft opgehoopt, kunnen vaartuigen van elken

diepgang hunne ladingen binnenwaarts voltooijen. Een Spaansch schip

van 700 ton, laadde in 1857 een gedeelte van eene lading tabak binnen

de kreek en voltooide de lading buitenwaarts.

«Daar de oevers van de kreek van zachten modder zijn, bestaat er weinig

of geen gevaar om vast te raken. Wanneer men ongeveer anderhalf mijl

de kreek opvaart, die van eene halve tot drie kwart mijl in breedte

verschilt, brengen de kustvaarders de goederen tot aan de woningen der

reeders en hebben het voordeel te laden en te lossen aan de magazijnen,

zonder het gebruik van booten. Van dit punt af loopt de kreek tot

Molo, naar welke plaats kustvaartuigen vroeger konden gaan door eene

ophaalbrug. Deze is echter versleten en daar de tegenwoordige brug

geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de

Molo-handelaren hunne magazijnen hebben overgebragt. Men is echter

reeds beginnen te arbeiden aan eene nieuwe beweegbare brug voor den

doortogt van vaartuigen.

«Het eiland Guimaras vormt tegenover Iloilo een beschutten doortogt,

die ongeveer noordelijk en zuidelijk loopt, van 2 1/2 tot 6 mijlen

breed is, diep water en eene goede ankerplaats heeft. De zuidelijke

ingang tot deze passage wordt zeer belemmerd door de Oton-bank,

die zich op belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en

ongeveer eene mijl ver het doelmatige kanaal naar deze haven bekort

tot eene breedte van ongeveer twee mijlen. Deze ondiepte is bijna

een eiland geworden. Er bestaat echter geen hinderpaal voor groote

vaartuigen gedurende den noord-westelijken mousson (vooral als het

kanaal wordt uitgebaggerd), daar de doortogt geheel zuiver is, terwijl

zij in den noord-oostelijken mousson met het getij kunnen werken,

omstreeks Guimaras blijvende (waarvan de kust zuiver is en diep

water heeft), en zoo noodig aan het einde der ondiepte ankerende, die

goeden vasten grond oplevert en waar men veilig nabij kan komen. Dit

geheele gedeelte van de kust biedt dan ook eene veilige ankerplaats

aan gedurende den noord-oostelijken mousson.

«Wanneer het hard in het zuidelijke kanaal naar Iloilo waait kan

een vaartuig gaan naar de haven van Bulnagar of Santa Ana, aan de

zuidwestzijde van Guimaras, waartoe de toegang gemakkelijk is en die

vaartuigen van de grootste tonnemaat kan bevatten; zij biedt eene

goede schuilplaats aan onder bijna alle omstandigheden.

«De kustvaartuigen gaan gewoonlijk van het noorden naar den

noordelijken ingang tot Iloilo door de kleine, rijk van hout

voorziene eilanden Gigantes, Sicogon, Pan de Azucar, Apiton enz.,

die gezamenlijk de Silanga genoemd worden, welke aan de noord-oostkust

van Panay gelegen en op belangrijken afstand eene buitengewoon goede

wijkplaats aanbiedt voor vaartuigen, die in den handel met Manilla en

de meest zuidelijke Bisangas zijn betrokken. Ofschoon zich echter onder

deze eilanden eene uitmuntende ankerplaats bevindt, vooral te Pan de

Azucar en Tagal, zou het toch voorzigtiger zijn voor groote schepen,

ingeval men niet practisch bekend is met het getij, de stroomingen

enz., het buitenwaartsche kanaal te kiezen tusschen de Silanga en

het eiland Negros.

«Na de Calabazos-rotsen en Papitas-ondiepte te zijn gepasseerd en

het blokhuis van Banate in het gezigt te hebben (dat, even als vele

andere op de Philippijnsche kusten is gebouwd ter beveiliging tegen

de zeeroovers van de Soeloe-zee) moet men zuidelijk den koers houden,

tot dat men eene groep van zeven merkwaardige rotsen, de Zeven Zonden

genaamd, in het gezigt krijgt, die tusschen het noordelijk einde van

Guimaras en het Panay-strand gelegen zijn; men moet dan direct daarnaar

koers nemen en zorg dragen de Iguana-Bank te vermijden. Vaartuigen

van tamelijken diepgang kunnen de kreek binnenvaren of, zoo zij te

groot zijn, naar de oostzijde van het fort varen, waar zij tegen den

wind en de gestrengheid van het getij beschut zijn.

«Een lichttoren, met een vast licht, zal op de Zeven Zonden en een

ander op kaap Dumangas geplaatst worden. Ook zullen havenhoofden worden

aangelegd langs het kanaal nabij de Iguana en Oton-ondiepten [37].»

Het laatste verslag van de scheepvaart in de haven van Iloilo komt

in de onderstaande noot voor [38].

Iloilo biedt vele gemakken aan voor de daarstelling van werven,

havenhoofden en landingsplaatsen, maar er zijn nog geene gebouwd. De

toegang tot de rivier en hare geheele loop kunnen gemakkelijk gezuiverd

worden, maar weinig of niets wordt er verrigt tot wegruiming van den

opgehoopten modder.

Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden · 第 55 / 58 题