Van de drie laatstelijk voor den vreemden handel geopende havens
is Iloilo de meest belovende. De provincie Iloilo is eene der meest
bevolkte van de Philippijnen. Zij bevat meer dan een half millioen
inwoners, en ofschoon gedeelten van de provincie zeer dun bevolkt
zijn, is er eene gemiddelde bevolking van meer dan 2000 inwoners per
vierk. mijl. Behalve de pueblos die ik bezocht en waarvan ik een korte
beschrijving zal geven, heeft Cabatuan 23,000, Miagao 31,000, Dumangas
25,000, Janiuay 22,000, Pototan 34,600 en verschillende andere meer dan
10,000 zielen. De provincie is niet alleen eene van de meest bevolkte,
maar welligt de meest productive in den landbouw, de meest active in
het fabriekwezen en de industrie en behoort onder de meest beschaafde
der Philippijnen [33]. Zij bezit uitgestrekte en bebouwde vlakten en
met boschland begroeide bergen; hare wegen behooren onder de beste,
die ik op den Archipel heb gezien. Aan den ingang van het kanaal
bevindt zich een aantal eilanden, genaamd de zeven (dood)zonden (los
Siete Pecados). Het groote eiland Giumaras grenst ten zuiden van het
kanaal; sommigen onzer bezochten het en keerden terug, verrukt over
de uitgestrekte dropsteenen holen, die zij doorgingen, nadat zij ze
niet zonder moeite bereikt hadden over de rotsen, door de bosschen en
over de stroomen, die hun voortgaan belemmerden. De bosschen zijn vol
wild en de rivier Cabatuan vloeit over van krokodillen. Er zijn vele
beekjes en rivieren, die den bebouwer tot groote hulp strekken en wij
vonden eene groote hoeveelheid vee. De ponies van Iloilo behooren
onder de beste in den Archipel en men heeft de aandacht gevestigd
op de schapenfokkerij. Er wordt veel zout gemaakt en er bestaat eene
belangrijke visscherij van tripang (zeeslakken) en schildpadden, wegens
de schillen. Het eiland is voorts zeer beroemd om de pina-fabrikatie,
nipas en sinamays genaamd, waarvan sommige uiterst fijn en schoon
zijn; zij worden in groote hoeveelheid uitgevoerd en zij zijn zelfs
in Europa zeer vermaard.
Bij de komst der Spanjaarden vonden zij het district bezet door
beschilderde Indianen, vol bijgeloof, dat, niettegenstaande het
onderrigt van de Augustijner-monniken, nog altijd voortheerscht,
vooral ten tijde van openbare ongelukken. Zij behooren onder de best
gevormde der Indianen, spreken een dialect van het Bisajaansch, dat
zij Hiligueyna noemen, maar in de meer verwijderde gedeelten komt
een andere tongval, het Halayo, meer voor. De Augustijnen bogen er op
50,000 familiën in 1566 te hebben bekeerd, maar zij konden hen niet
bewegen hunne landen te bebouwen en hunne overproducten in te zamelen,
en toen de sprinkhanen het district hadden verwoest, kwam meer dan de
helft van de bevolking in de twee volgende jaren van honger om. Maar
de zendelingen maakten geen vorderingen onder de Negritos, die in de
woestere gedeelten van de bergachtige streken woonden en waarheen
menigeen zich begaf, die zich aan de magt der vijanden wenschte te
onttrekken. Deze wilden hebben niet zelden de dorpen aangevallen van
de bekeerde Indianen, maar in latere jaren hebben zij het voorzigtiger
en voordeeliger geacht daarheen hun was en pek te brengen en ze voor
rijst en kleederen te ruilen. Zij hebben geen algemeenen bestuurder,
maar iedere stam heeft zijn erkend hoofd, en men zegt, dat, wanneer
zij tot de keus moeten overgaan van een opvolger voor een vertrokken
hoofd, zij deputatiën naar de zendelingen zenden en deze hunnen raad
en bijstand in hunne keus vragen. Vroeger werd het district dikwijls
door zeeroovers aangevallen, die groote verwoestingen aanrigtten en
verscheidene steden vernielden. In 1716 vielen de Hollanders de sterkte
van Iloilo aan, doch werden gedwongen af te trekken na een belangrijk
verlies aan dooden en gewonden. Er heeft eene groote vermeerdering
in de bevolking plaats gehad, die in 1736 bedroeg, 67,708, in 1799,
176,901 en in 1845, 277,571 zielen; terwijl bij den laatsten census er
527,970 inwoners bleken te zijn, waarvan 174,874 belasting betalen. Er
is een klein aantal Spanjaarden; daarentegen zijn er vele mestizen,
waarvan de meesten sangleys zijn, de afstammelingen van Chinesche
vaders en inlandsche moeders. De vermeerdering van de bevolking moet
groot zijn, daar de census in 1857, 17,675 geboorten en slechts 9,231
sterfgevallen gaven.
Men komt naar Iloilo door een kanaal tusschen een zandbank (die bijna
een mijl de grenzen overschreden heeft, in de kaarten aangegeven)
en het eiland Guimaras. De stad schijnt nabij, als men ze nadert,
maar de rivier, waardoor de vaartuigen komen, maakt eene belangrijke
kronkeling en loopt rondom digt bij de stad. Wij ontdekten eene groote
fortificatie, maar het kon voor ons geene salutschoten doen, en wij
werden daardoor ontheven van den pligt om H. M. kruid te verschieten,
maar zoo niet in den vorm van veel geraas makende groeten, betoonden
de Spaansche autoriteiten toch de meeste hoffelijkheid jegens de
officieren en het scheepsvolk van ons fregat, voor de dienst en het
onderhoud waarvan al het mogelijke werd gedaan. Wij werden spoedig
begroet door een heer van het Britsche vice-consulaat. De vice-consul
keerde naar Iloilo terug, den dag na onze komst. Het zou inderdaad
goed zijn, als alle Britsche ambtenaren zooveel bekwaamheid, kennis en
geneigdheid om nuttig te zijn bezaten als wij in den heer Loney vonden,
waaraan de handel van de Philippijnen in het algemeen en de haven van
Iloilo in het bijzonder, groote verpligtingen heeft. Hem, meer dan een
ander, is de ontwikkeling van den handel van Panay veel verschuldigd.
Vooral van den gouverneur van Iloilo, kolonel José Maria Carlès,
ondervond ik zeer veel goedheid. Hij ging onder eene treurige ramp
gebukt--rampen komen overal op de wereld voor--het verlies van een
eenigen en veelbelovenden zoon, die hem als gouverneur van de provincie
voorgegaan en zoo algemeen bemind was, dat het volk ernstig bij den
Kapitein-Generaal er op aandrong, dat de vader hem mogt opvolgen,
hetgeen werd toegestaan. Het was treffend de verschillende blijken van
de sympathie en het leedwezen des volks te zien, die den dood en de
begrafenis van Don Emilio Carlès vergezelden, wien niet minder dan 50
rijtuigen naar zijn graf in Arévalo volgden. Ik ging meer dan eens met
den treurenden vader door het dorp; ten tijde dat ik zelf onder hevige
smarten gebukt ging, vond ik dien troost bij het herdenken van en de
herinnering aan anderen van de deugden des overledenen. Deze zijn de
beste monumenten, hoezeer zij niet op steenen tafels zijn geschreven.
De principalia van Molo kwamen ons op een bal verzoeken, dat in het
meeste genoegen afliep. De plaats is zeer nijver; zij was in oude
tijden eene Chinesche kolonie en wordt nu bewoond door mestizen en
hunne afstammelingen, waarvan de meeste met Chineesch bloed vermengd
zijn. De pueblo telt 16,428 inwoners, waarvan 1,106 mestizen zijn. Het
is eene der drukste steden van het eiland en alles ziet er voorspoedig
en werkzaam uit. In sommige woningen vindt men in hetzelfde vertrek
vele werktuigen, waarmede pina-stoffen worden vervaardigd. De plaats
was bij gelegenheid van het bal schitterend geïllumineerd en de
gobernadorcillo hield eene redevoering in het Spaansch, waarbij hij
verklaarde dat de plaats zeer vereerd was door onze tegenwoordigheid,
en dat de herinnering aan dezen dag hun lang zou bijblijven. Vele
mestizen houden rijtuigen, die ter beschikking van onze vrienden
werden gesteld en die zich bij den optogt voegden, toen wij met
muziek en vuurwerk door de stad begeleid werden. Molo is een eiland,
dat door twee beeken wordt gevormd en waarop men aan beide zijden
over bruggen komt. Ik meen dat het eene der weinige plaatsen is,
die door een wereldlijken geestelijke worden bediend. Zij ligt vier
mijlen van Iloilo, de weg is goed en men ziet vele Indiaansche huizen
aan beide zijden van den weg. Achter bijna al deze vindt men tuinen,
waarin plantanen, kokosnoten, broodvruchten, cacao, betel en andere
gewassen groeijen. De suikerkultuur scheen uitgestrekt te zijn en
men heeft vele padievelden benevens eene groote maïs-kultuur.
De Gouverneur en Britsche vice-consul vergezelden ons op onze
genoegelijke uitstapjes in het binnenland, waarbij wij sommige der
meest bevolkte pueblos van de provinciën bezochten. Wij reisden in
gemakkelijke rijtuigen, terwijl de monniken of de gobernadorcillos ons
van versche paarden voorzagen; in de kloosters werden wij gewoonlijk
ontvangen en wij vonden daar steeds het meest gastvrije onthaal. Wij
hadden een dag bepaald om Janiuay te bezoeken en wij hielden eerst te
Jaro, een pueblo van meer dan 22,000 zielen, halt. De wegen waren op de
gewone wijze versierd; van de Indiaansche hutten wapperden de vlaggen,
de principalia te paard kwamen tot ons geleide en de inlandsche
muziekkorpsen vergezelden ons toen wij het volkrijke gedeelte der stad
intraden en verlieten. Jaro wordt als de rijkste plaats op het eiland
Panay geacht. Het werd in 1584 of 1585 gesticht. Op eenigen afstand
rondom de plaats wordt veel verbouwd. Zij boogt op hare steenen brug,
die meer dan 700 voet lang en 36 voet breed is. De bouw daarvan,
even als de daarstelling van de uitmuntende wegen, die naar de
pueblo geleiden, is men verschuldigd aan de milddadigheid van een'
geestelijke, die door zijn' souverein wegens zijne vaderlandslievende
opofferingen tot ridder werd gemaakt. Ofschoon het land vlak is, maakt
het rijke gewas aan de oevers der stroomen en langs den hoogweg het
landschap schilderachtig. Er worden vele fijne stoffen en katoen,
pina en zijde vervaardigd. Deze fabrikaten worden te koop gebragt
op eene wekelijksche markt, die donderdags gehouden en druk bezocht
wordt door lieden uit alle deelen der provincie; zij is de grootste
van de Iloilo-missen. Van Jaro begaven wij ons naar Santa Barbara,
een pueblo van 23,000 zielen. Hier werden wij in het klooster der
Augustijner-monniken ontvangen, in wier handen al de geestelijke ambten
van Iloilo zich bevinden; aan een hunner hadden wij het genoegen om
hem naar Manilla mede te nemen, waarheen hij zich moest begeven als
afgevaardigde op de jaarlijksche vergadering van de broederschap. Hier
bezochten ons andere Augustijner-monniken, die ons allen uitnoodigden
van de gastvrijheid in hunne ruime kloosters gebruik te maken. Santa
Barbara is eene nieuwerwetsche stad, die in 1759 is gebouwd en onder de
speciale bescherming staat van den heilige, wiens naam zij draagt. Zij
heeft in de algemeene welvaart der provincie gedeeld: in 1820 had
zij geene fabrieken, maar zij heeft thans eene wekelijksche markt tot
verkoop van de producten harer werktuigen, die hoofdzakelijk bestaan
uit katoen, zeildoek, matrassen, dekens, enz. De bosschen leveren fijn
timmerhout en materialen voor kabinetwerk en zijn gevuld met wilde
bijen, wier was en honig een belangrijk artikel van trafiek vormen. De
rijtuigen en paarden der monniken waren uitmuntend. Onze volgende
pleisterplaats was Cabatuan, dat iets grooter dan Santa Barbara
is. Cabatuan werd in 1732 gesticht. Zij ligt aan de oevers van de
rivier Tiguin, die somtijds bijna droog is en op andere tijden het land
sterk overstroomt. De talrijke krokodillen maken het visschen onveilig
en de scheepvaart zelfs van kleine booten wordt dikwijls afgebroken,
hetzij door den overvloed, hetzij door het gebrek aan water. Er is
veel productie van rijst en van kokosnoten-olie tot verlichting. Van
Cabatuan gingen wij naar Janiuay, waarmede wij onze dagreize en ons
bezoek in het binnenland eindigden. Deze plaats wordt op de oude
kaarten der provincie Matagul genoemd en telt ongeveer hetzelfde
aantal inwoners als Santa Barbara. Het klooster en de kerk staan op een
eenigzins hoogen grond en leveren een schoon gezigt op over de pueblo
en het omringende land. Vele vrouwen houden zich met den arbeid aan
de werktuigen bezig, maar de landbouw is de voornaamste industrie van
den omtrek. Wij hadden gehoopt den Dingle-berg te bezoeken, waarvan
een der holen of grotten het aanzien moet hebben van een tempel van
schilderachtigen bouw, met rots-kristal en massa's marmer en albast
versierd, die de wanden vormen, terwijl een ander hol uit graniet
bestaat, waarvan men veel op deze plaats vindt,--maar wij moesten naar
Iloilo terugkeeren om met voorname personaadjes aan een diner deel
te nemen, dat, als gewoonlijk, door een bal werd gevolgd. Daar het
huis van den gouverneur zich op eenigen afstand van de stad bevond,
werden wij beleefd onthaald in dat van een der inlandsche kooplieden,
lief aan de kade van de rivier gelegen. Verscheidene monniken,
die onze gastheeren geweest waren, vonden wij hier als gasten, en
het gulle onthaal, dat wij hier ondervonden, regtvaardigde niet de
voortdurende beleefde betuiging van leedwezen over het verschil in
de ontvangst, de lompheden van de inlandsche bedienden (waarmede wij
ons soms vermaakten) en het contrast tusschen de gemakken, die Europa
en die welke eene afgelegene Spaansche kolonie op de Philippijnen
konden aanbieden; maar er heerschten zulk eene gulheid, goed onthaal
en vriendschappelijkheid, dat het onmogelijk was anders dan dankbaar
en tevreden te zijn en wanneer wij op dit ondermaansche al doen wat
wij kunnen, volbrengen wij ruim onzen pligt.
Den volgenden dag maakten wij ons gereed voor een bezoek van de
verschillende pueblos aan de kust, en vroeg in den morgen in onze
rijtuigen stappende, kwamen wij door Molo en Arévalo naar Oton. Arévalo
heeft eenige vermaardheid in de jaarboeken der Philippijnen en had
een bijzonder belang voor den gouverneur, daar hier laatstelijk de
genegenheid der Indianen voor zijn zoon gebleken was, wiens begrafenis
zij met zooveel bijzondere bewijzen van sympathie en leedwezen hadden
vereerd. Arévalo was vroeger de residentie van den gouverneur; zij
werd in 1581 door Ronquillo gebouwd, die haar den naam van zijne
geboorteplaats gaf. Door de Indianen geplunderd, door zeeroovers
aangevallen en terwijl haar bestuur geheel was gedesorganiseerd,
bleef het geruimen tijd verlaten, en daar de zetel der magt naar
Iloilo is overgebragt, levert Arévalo niet veel levendigs op; er
bevinden zich ongeveer 8,000 inwoners in dit district. Te Oton
zagen wij van uit het Augustijner-klooster eene belangwekkende
plegtigheid. Het was op een zondag en bij het verlaten van de kerk
werden de inwoners bij trommelslag gewaarschuwd eene proclamatie van
het Gouvernement te hooren lezen. Zij waren allen in hunne fraaiste
kleederen, en mannen, vrouwen en kinderen vormden een kring rondom
een der inlandsche Indiaansche autoriteiten, die, met luider stemme,
in de Bisajaansche taal het document voorlas, dat hem bevolen was
aan het volk mede te deelen. Er heerschte eene volmaakte stilte
gedurende de lezing en de menigte verspreidde zich rustig. Langs de
kust zijn fortificatiën opgerigt en eene groote verscheidenheid van
fabrikaten werd ons voorgelegd. Er worden veel Engelsche katoenen
twist verkocht, die de schering van de meeste fabrikaten uitmaken
[34]. Wij zagen zijden en katoenen dekens; verschillende soorten van
gekleurde ginghams; weefsels, waarin de vezelen van de abaca en de pina
met onze katoenen draden waren vermengd, waarvan de invoer echter tot
de kleuren is beperkt, die de Indianen zelve niet kunnen verwen. Oton
telt ongeveer 23,000 inwoners. Ik heb opgemerkt dat de evenredigheid
van de geboorten tot de sterfgevallen ongeveer vier tot één staat,
en dat terwijl er vijf geboorten op een huwelijk plaats hebben,
er nog geen derde meer sterft dan huwt, zoodat de vermeerdering der
bevolking zeer groot kan geacht worden. In 1818 bedroeg zij nog geene
9,000 zielen. Tigbauan, met zijne 21,000 inwoners, was onze volgende
pleisterplaats. Zijn algemeen uitzigt gelijkt dat van Oton. Rijst is
de voornaamste landbouw-productie, maar de vrouwen houden zich het
meest bezig met het weven van stoffen, die op de markten in Albay en
Camarines worden verkocht. Wij werden uit het Augustijner-klooster
door een monnik van Giumbal vergezeld, die blijkbaar veel invloed
uitoefende over zijne broeders en over de geheele gemeente. Zijne
conversatie was onderhoudend en leerzaam. Hij had een fraai span
paarden, een schoon rijtuig en hij besteedt zijne ruime inkomsten met
edelmoedige milddadigheid. Om niet te herhalen wat reeds zoo dikwijls
heeft plaats gehad, maakten de Indianen, gedurende onze geheele reis,
feestdagen tot onze ontvangst, die overal het aanzien van publieke
feesten hadden. Nadat de principalia ons tot de kloosters hadden
vergezeld, ik hen bedankt en de gouverneur en de monnik hen hun
afscheid gegeven hadden, werd een aantal jonge meisjes binnengebragt,
wie de bediening van de tafel en van de gasten was opgedragen. Er lag
eene vreemdsoortige afwisseling van nieuwsgierigheid, vrees en eerbied
in haar gedrag, doch zij verzamelden zich rondom mijn armstoel; hare
helderzwarte oogen zagen mij vragend aan en schenen mijne bevelen te
vragen, terwijl eene, die wel eene kleine van den geestelijken vader
scheen, haar hand in de krullen van mijn wit haar stak, die zij eenige
bewondering waardig scheen te achten; maar de monnik zeide mij dat zij
onder elkander vroegen hoe het mogelijk was dat ik een generaal en
voornaam man kon zijn, terwijl ik toch geen goud op mijne kleederen
droeg; ik was niet half zoo fraai gekleed als de ambtenaren, die zij
gewoon waren te zien. Zij waren zeer fier op sommige pina-kleederen,
die zij droegen, en de eene na de andere kwam bij mij om de fijnheid
daarvan te laten zien. Zij droegen zorg mij van cigaren te voorzien
en dat er licht gereed stond als de cigaar uitgebrand was, en toen
wij aan onzen welvoorzienen maaltijd zaten, waren verscheidene bij
de hand om de schotels weg te nemen, andere aan te brengen en toe
te zien of wij wel voorzien waren van de lekkernijen van den dag. Op
onzen terugweg naar Iloilo, vernamen wij dat de principalia van Molo
ons in hunne rijtuigen naar onze woning zouden geleiden; zij wachtten
ons op den grooten weg, zoodat wij te zamen eene geheele processie
uitmaakten. Zij hadden vooraf kapitein Vansittart en de officieren
der Magicienne op hun bal uitgenoodigd en velen wachtten, terwijl
zij tot in den vroegen morgen dansten.
Den volgenden dag verlieten wij Iloilo. De gouverneur en verschillende
van de voornaamste lieden, waaronder zich eene groote groep
Augustijner-monniken bevonden, vergezelden ons met muziek naar het
schip. Drie luide uitroepen van een dankbaar hoerah deden zich van ons
dek hooren en werden vriendschappelijk door onze gastheeren beantwoord
en zoo wenschten wij Iloilo het vaarwel en voortdurend welzijn toe.
Ik heb sir William Hooker, ten behoeve van het Museum der
Koninklijke tuinen te Kew, zestig soorten van hout gezonden, dat in
de noordelijke en westelijke districten van het eiland Panay en in de
provincie Antigue groeit, waarvan de voornaamste zijn: het molave,
het nuttigste en meest vaste van de Philippijnsche houtsoorten, dat
voor alle bouwwerk wordt gebruikt; bancaluag, voor fijn werk; dungon,
voor schepen en gebouwen; bagoarour, bouw- en kabinetwerk; lumati,
eene soort van teak; guisoc, eene buigzame soort voor schepen en
huizen; ipil heeft gelijke verdiensten; naga, dat op mahony gelijkt
en voor meubelen wordt gebruikt; cansalod, planken voor vloeren;
maguilomboy, voor hetzelfde doeleinde; duca, baslayan, oyacya,
voor scheepsbouw; tipolo, voor muziek-instrumenten; lanipga, eene
soort van ceder, dat voor graveer- en beeldhouwwerk wordt gebruikt;
bayog, voor masten en raën; bancal, voor zolderingen en graveerwerk;
malaguibuyo, voor vloeren; ogjayan, buigzaam voor verbindingen enz.;
lanitan, voor guitars, violen enz.; janlaatan, voor meubelen; lauaan,
voor schepen; basa, in groote blokken voor bouwwerk en schepen;
talagtag, voor kabinetwerk; nino, de bast, die voor roode en gele
kleurstof wordt gebruikt; bacan, bouten; panao, een medicinaal hout,
dat de Indianen voor zeere oogen gebruiken; banate, eene fijne en
sterke kist- en houtsoort, die voor biljard-queuen naar Europa is
uitgevoerd; bancolinao, ebbenhout; casla, heeft eene vrucht, die op
eene Fransche boon gelijkt, waarvan de olie door de inlanders voor
hunne lampen wordt gebruikt; jaras, voor den bouw van huizen. Men
zal opmerken, dat al deze hunne Indiaansche namen dragen, die de
Spanjaarden ze gewoonlijk geven.
Ten opzigte van den handelstoestand en de vooruitzigten daaromtrent
van al de centrale en zuidelijke eilanden van den Philippijnschen
Archipel, heb ik de meest gunstige bijzonderheden verkregen, die de
vice-consul van Iloilo, de heer Loney, in 1857 aan den consul van
Manilla heeft gegeven en waaraan ik het volgende ontleen.
Dat gedeelte van de Philippijnen, die de Bisajas genoemd worden, kan
men over het algemeen beschouwen als al de eilanden ten zuiden van
Luzon omvattende, ofschoon, strikt genomen, zij alleen beslaan die
van Samar, Leyte, Panay, Negros, Cebu, Bohol (met de onderhoorigheden
Tablas, Romblon, Sibuyan, enz.) en vier provinciën: Misamis, Caraga,
Zamboanga en Nueva Guipuzcoa, van het belangrijke eiland Mindanao,
na Luzon het schoonste en grootste van den Archipel.
De administratie van de inkomsten der Bisajas was vroeger opgedragen
aan een bijzonder bestuur (Gobierno Intendencia de Bisayas) in de stad
Cebu gevestigd, doch daar deze administratie in 1849 is afgeschaft,
staan al de provinciën, wat hare inkomsten betreft, nu gelijkelijk
onder de contrôle van de super-intendencia te Manilla. Terwijl echter
de provinciën en districten van Luzon (met uitzondering van Cavite,
La Isabela, Nueva Viscaya, El Abra, San Mateo en La Union) door
burgerlijke ambtenaren (alcaldes mayores) worden bestuurd, is het
beheer over de Bisajas opgedragen aan militaire beambten (gobernadores
militares y politicos) van den rang van kapitein tot kolonel, die bij
vele gelegenheden worden bijgestaan door een luitenant-gouverneur,
een civiel beambte en gewoonlijk door een regtsgeleerde, die kennis
neemt van alle gewone civiele en criminele zaken.
De groep der Bisajas wordt meestal door een ras bewoond, dat in alle
hoofdtrekken op het Tagalog- en andere Maleische rassen van Luzon
gelijkt. Hunne taal kan als een dialect van het Tagalogsch worden
aangemerkt, ofschoon de klank harder is en het niet zoo woordenrijk,
zoo verfijnd en aan grammaticale regels onderworpen is als deze laatste
tongval. In het Bisajaansch vindt men meer Maleische woorden dan in de
op Luzon gesproken dialecten. De inlanders van deze eilanden en die
van Luzon verstaan elkander slecht, ofschoon hunne talen blijkbaar
van dezelfde hoofdtaal zijn afgeleid.
De Bisajas leveren een gehard, zeevarend volk, maar als regel kan
eene algemeene neiging tot luiheid, die aan den Philippijnschen
«Indiaan» wordt toegeschreven, in een welligt nog hoogeren graad worden
toegeschreven aan de bewoners van de geheele zuidelijke groep, en maakt
tegenwoordig, bij gemis aan eenige doelmatige middelen tot dwang,
een der voornaamste hinderpalen uit tegen eene snellere uitbreiding
van den landbouw door de invoering van Europeesch kapitaal.
De Christen-bevolking van de Bisajas wordt gerekend als volgt:
Samar 118,000
Leyte 115,000
Romblon 16,600
Panay:
Capiz 135,000
Iloilo 450,000
Antique 80,000
Cebu en Bohol 385,200
Negros 108,000
Calamianes 18,000
Mindanao:
Misamis 44,500
Carago (Surigao) 15,300
Nieuw Guipuzcoa (Bislig en Davao) 11,200
Zamboanga 12,000
---------
Totaal 1,508,800
Onder deze zijn niet begrepen de onafhankelijke stammen, die de bergen
in het binnenland bewonen; men kan hun aantal eenigzins berekenen
uit eene aanteekening van het aantal dergenen, welke in 1849 in de
onderstaande provinciën hebben gewoond, als:
Misamis 66,000
Samar 25,964
Leyte (niet met zekerheid bekend).
Negros 8,545
Panay 13,900
Cebu 4,903
-------
Totaal 119,312
De meeste niet-onderworpen stammen (vooral Mohammedanen) bewonen
Mindanao, waarvan de totale bevolking algemeen op bijna een millioen
zielen wordt berekend.
Het eiland Panay, gunstig omstreeks het centrum van de groep der
Bisajas gelegen, is aan zijn naaste punt, zijnde Potol--op 11°
48' NB. en 122° WL. van Greenwich--180 mijlen in een regte lijn
van Manilla verwijderd. Het is bijna driehoekig gevormd en heeft
eene uitgestrektheid van ongeveer 300 mijlen. Het is het vijfde in
grootte van de Philippijnsche eilanden en volgt in dit opzigt op
Luzon, dat 1,059, op Mindanao, dat 900, op Paragua, dat 420, en op
Samar, dat 390 mijlen in omvang heeft, doch hoezeer kleiner dan de
zoo even genoemde eilanden, is het, na Luzon, het meest bevolkte van
den Archipel, wanneer Mindanao, met zijne onbekende bevolking van
voormelde onafhankelijke stammen, daarbuiten gerekend wordt.
Panay is verdeeld in de drie provinciën Capiz, Antique en Iloilo,
die te zamen eene bevolking van ongeveer 665,000 zielen hebben.
Capiz beslaat het geheele noordelijke gedeelte van de kust van Panay,
een afstand van 77 mijlen. Zijne grenzen in het binnenland kunnen
bepaald worden door een kromme lijn, die een weinig ten oosten van Punt
Bulacan begint, langs de Pico de Arcangel, in de Siauragan-bergen, en
westwaarts naar Pandan, aan de kust loopt. Zijne hoofdstad is Capiz,
aan de rivier van dien naam gelegen. Ofschoon ten zuiden en ten westen
door eene ongeregelde serie van bergketenen afgebroken, bestaat het
grootste gedeelte van het grondgebied van Capiz uit uitgestrekte laag
liggende vlakten, die rijst in groote hoeveelheid produceren. Het
eiland bezit een paar goede havens, vooral die van Batan en Capiz
zelf, aan de zamenvloeijing van de rivieren Panay en Capiz gelegen,
biedt eene veilige ankerplaats aan. De belasting-betalende bevolking
wordt officiëel op 135,000 zielen berekend.
Antique neemt de westelijke zijde van het eiland in, langs eene
uitgestrektheid van 84 mijlen--van punt Naso ten zuiden tot Pandan
ten noorden--is van driehoekigen vorm en wordt aan het noorden door
de provincie Capiz, ten zuiden en oosten door Iloilo en ten westen
door de zee begrensd. Antique is zeer bergachtig en, betrekkelijk
dun bevolkt, produceert het tegenwoordig niet veel voor den uitvoer,
vooral ook omdat de meerdere ontwikkeling van zijne hulpbronnen
wordt belemmerd door het gebrek aan goede havens, waarvan het geen
enkele langs de geheele linie van de kust bezit. Aan zijne hoofdstad
en haven, San José de Buenavista, is een zeebreker in aanbouw, die,
wanneer hij voltooid zal zijn, meerdere levendigheid aan den handel
in de provincie zal bijzetten, omdat de vaartuigen hier dan het
geheele jaar door zullen kunnen laden. Te San José nemen vreemde
walvischvaarders en andere schepen niet zelden water en provisie
in. Het aantal zijner inwoners, behalve de remontados en monteses,
die de berg-districten bewonen, wordt op 80,000 zielen berekend.
Iloilo strekt zich over het zuid-oostelijke gedeelte van het eiland
uit, is mede driehoekig gevormd en grenst ten noorden aan Capiz, ten
westen aan Antique en ten zuid-oosten aan den zeearm, waardoor het
van het eiland Negros wordt gescheiden. Dit eiland, dat het grootste,
rijkste en meest bevolkte der drie provinciën is, verdient meer
bijzondere vermelding.
Iloilo, de hoofdstad en de residentie van den gouverneur van het
eiland, is 254 mijlen in een regte lijn van Manilla verwijderd, en
wordt door Spaansche hydrographen op 10° 48' WL. van de middaglijn
van San Bernardino geplaatst; het is nabij de zuid-oostelijke grens
van het eiland, digt aan de zee, aan den oever van het enge kanaal
gelegen, dat door het eiland Giumaras wordt gevormd, hetwelk tegenover
Iloilo op een afstand van 2 1/2 mijlen van het Panay-strand ligt. De
stad is voornamelijk op lagen, moerassigen grond gelegen, en staat
bloot aan den invloed van het getij; zij ligt deels tegenover de
zee en deels langs den regter oever van eene kreek of inham, die
naar Jaro leidt, en ontmoet, na een halven cirkel te beschrijven,
op nieuw de zee bij Molo. Hoezeer de voornaamste zeehaven en zetel
van het Gouvernement der provincie, is de bevolking niet zoo sterk
als die van vele steden in de nabuurschap. Zij bedraagt tegenwoordig
niet meer dan 7,500 zielen, terwijl die van Jaro, Molo en Oton,
steden in de onmiddellijke nabijheid gelegen, respectievelijk
33,000, 15,000 en 20,000 zielen sterk zijn. Deze betrekkelijke
schaarschheid van inwoners ontstaat hoofdzakelijk uit het gebrek
aan ruimte voor verdere uitbreiding aan de enge landtong, waarop
de stad hoofdzakelijk is gebouwd. Deze hinderpaal tegen de verdere
vermeerdering van de bevolking zou in den loop der tijden uit den weg
geruimd kunnen worden, daar doeltreffende maatregelen zijn genomen
om de bevolking meer landwaarts te brengen; onder anderen behooren
daartoe de oprigting van een nieuw gouvernementshuis en publieke
bureaux op een meer centraal punt; de voorgenomen verplaatsing van
de tegenwoordige kerk naar eene meer voordeelige en opene plaats
en het scheppen van nieuwe en meer directe wegen (thans in aanleg),
die naar en van de naburige volkrijke steden leiden.
Niettegenstaande het gebrek aan meerdere ruimte, is de grootte en de
belangrijkheid der stad in de laatste jaren merkbaar toegenomen,
terwijl het aantal Europesche inwoners, dat in 1840 slechts
3 bedroeg, in 1857, 31 in Iloilo en 30 in de overige steden der
provincie beliep. De meesten dezer kwamen in de jaren 1855 en 1856
aan, en het gevolg van deze vermeerdering van Europeanen, hoezeer
hun aantal nog klein is, toont zich reeds in de daarstelling van
nieuwe gebouwen en de plannen tot oprigting van vele anderen. De
rijzing van de waarde der eigendommen blijkt uit het feit, dat het
huis, waarin het vice-consulaat is gevestigd en dat van hout met
een palm-dak is gebouwd, voor 33 dollars per maand of ongeveer 80
pd. st. per jaar verhuurd wordt. De waarde van land ter bebouwing is
ook in evenredigheid toegenomen.
De bevolking der provincie wordt officiëel op 511,066 zielen
aangegeven, maar er bestaat reden hier aan eene belangrijke
overdrijving te denken en het getal op niet meer dan 400 à 450,000
te schatten.
De haven van Iloilo, hoezeer wel beschermd en van nature goed, is
niet van inconveniënten ontbloot; zij kunnen echter met weinig moeite
verholpen worden en, voorzien van eene der uitmuntende kaarten door
de Comision Hidrografica (en wanneer men van het noorden komt met
eene loods) kunnen groote schepen veilig binnenvaren.
Het eiland Guimaras, dat 22 mijlen lang en 3 mijlen breed is, vormt
tegenover Iloilo een beschutte passage, die ongeveer noordelijk en
zuidelijk loopt, 2 1/2 à 6 mijlen breed is, diep water en eene goede
ankerplaats heeft. Het binnenkomen in deze passage van het zuiden wordt
voor een groot gedeelte beperkt door de Oton-ondiepte (Bajo de Oton),
die zich op een belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en
ter lengte van ongeveer eene mijl het doelmatige kanaal dààr tot eene
breedte van ongeveer twee mijlen uitbreidt. Dit is intusschen geen
hinderpaal voor groote schepen gedurende den zuidwest-mousson (vooral
als het kanaal behoorlijk is uitgebaggerd), daar de passage geheel
zuiver is, zoover het zich uitstrekt, terwijl bij een tegenwerkenden
noord-oost-mousson zij zich kunnen doorwerken of slepen met het getij,
als zij op Guimaras aanhouden, welks kust zuiver is en tot digtbij
diep water heeft, zoodat zij, zoo noodig, aan het uiteinde van de
ondiepte kunnen ankeren, die vasten grond aanbiedt en die men, daar
zij uit zacht zand bestaat, veilig kan naderen. Deze geheele kust,
door Guimaras, het Panay-strand en voor een belangrijk gedeelte
door het eiland Negros beschermd, biedt eene veilige ankerplaats
aan in den noord-oost-mousson, terwijl de schoone haven van Buluanga
of Santa Ana, aan het zuidwestelijke gedeelte van Guimaras gelegen,
die zeer geriefelijke toegangen heeft voor vaartuigen van de grootste
tonnenmaat, in bijna alle omstandigheden eene schuilplaats aanbiedt. De
kustvaartuigen naderen den tegenovergelegenen of noordelijken
toegang gewoonlijk door de keten van kleine eilanden (Gigantes, Pan
de Azucar, Sicogon, Apiton, enz.), gezamenlijk de Silanga genaamd,
die aan de noordoost-kust van Panay gelegen zijn en eene uitmuntende
wijkplaats langs een geruimen afstand aanbieden voor vaartuigen, die
in den handel met Manilla en de meest zuidelijke Bisajas gebruikt
worden. Maar hoezeer onder deze eilanden goede ankerplaatsen zijn,
vooral te Pan de Azucar en Tagu, zou het voor zwaar beladen vaartuigen
voorzigtiger zijn, ingeval men niet practisch bekend is met het
getij en de stroomen, het meer buitenwaarts gelegen kanaal tusschen
de Silanga en het eiland Negros te nemen. Na de Calabazas-rotsen en
Pepitas-ondiepte te zijn voorbijgevaren en het kasteel of blokhuis
van Banate te hebben aangedaan (dat vroeger, even als vele andere,
langs de Philippijnsche kusten is gebouwd, ter verdediging tegen de
zeeroovers van de Soeloe-zee), wordt de koers zuidelijk genomen, tot
dat een groep van zeven merkwaardige rotsen, de «zeven zonden» genaamd,
in het gezigt komt, waarnaar men dan regtstreeks stevent, wel zorgende
de Iguana-bank te vermijden, die naauwkeurig op de genoemde kaarten
is aangeduid; ten zuiden van het Iloilo-fort kunnen dan vaartuigen
van zekere tonnemaat de kreek binnengaan, of, zoo zij te groot zijn,
naar de oostzijde van het fort stevenen, waar zij tegen den wind en
de gestrengheid van het getij beschut zijn. De diepte van het water
aan den slagboom bij den ingang van de kreek, bedraagt ongeveer vijf
vademen bij laag water; maar op weinig afstands verder, meer inwaarts,
daalt het water tot vijftien voet bij laag water en wordt dan weder
dieper. Daar de rijzing en daling zes voet bedraagt, kan een vaartuig
van 300 ton, dat, geladen, een diepgang van 16 tot 18 voet heeft,
gemakkelijk met eene volle lading passeren. Met eene maal-machine,
die gebruikt wordt om den modder te verwijderen, dien men op de meer
ondiepe plaatsen bij den ingang heeft laten ophoopen, kunnen schepen
van bijna elke diepte hunne ladingen landinwaarts voltooijen. De Santa
Justa, een Spaansch schip van 700 ton, laadde in 1851 het gedeelte
eener tabakslading in de kreek en het overige daar buiten.
Het dient opgemerkt te worden dat, daar de banken der kreek uit zachten
modder bestaan, men weinig of geen gevaar loopt vast te raken. Wanneer
men ongeveer anderhalve mijl op de kreek is doorgevaren (die van 1
tot 3/4 mijl in breedte verschilt en voldoende beschutting voor wind
en zee aanbiedt), komen de kustvaartuigen tot bijna voor de woningen
van de reeders en hebben het groote voordeel aan de pakhuizen te
laden en te lossen zonder booten behoeven te gebruiken.
Van dit punt af, strekt de kreek zich tot Molo uit. Vroeger was
men gewoon met de kustvaartuigen zoo noodig tot Molo te varen,
maar daar de ophaalbrug, waardoor de schepen gingen, versleten is
en de tegenwoordige brug (die nu in slechten toestand verkeert)
geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de
handelaren van Molo hunne magazijnen hebben overgebragt.
De uitvoerhandel van Iloilo, die zich tot nog toe tot de haven
van Manilla en de naburige eilanden beperkte, wordt tegenwoordig
hoofdzakelijk gedreven door vier Spaansche firma's, die te Iloilo
wonen en de betere soort van inlandsche vaartuigen bezitten, die deze
haven uitzeilen, maar er is ook nog een belangrijk aantal mestizen,
voornamelijk van Chinesche afkomst, die in de naburige steden Molo en
Jaro wonen en waarvan vele vaartuigen bezitten en belangrijke sommen
in den handel bezigen.
De voornaamste producten van uitvoer zijn tabaksbladeren, suiker,
sapanhout, rijst in den bolster (of padie), hennep en huiden,
behalve andere artikelen in geringer hoeveelheid, waaronder hoorn,
beche-de-mer, paarlemoerschelpen, bijenwas, riet enz. en een groot
aantal inlandsche gefabriceerde goederen. Blad- of ongefabriceerde
tabak, is tegenwoordig het meest belangrijke artikel en dat, hetwelk
de Spaansche handelaren als het meest lucrative hebben bevonden. Zij
koopen het van de kleine inlandsche planters en verzenden het naar
Manilla tot uitsluitenden verkoop aan het Gouvernement, tegen prijzen
die de factory-taxateurs bepalen, naarmate van de grootte en kwaliteit
van het blad. Van Iloilo werden zoo wat 30,000 quintals in 1856 naar
Manilla verscheept en van Capiz 20,000; ongeveer 50,000 quintals
worden van de jaarlijks in Panay geproduceerde bladen uitgevoerd.
De uitvoer van tabak naar Manilla, tot het jaar 1845, beliep in deze
provincie niet meer dan 10,000 quintalen per jaar; maar nadat in dat
jaar de agent van een firma uit Manilla de gewone lage prijzen, die de
handelaren uit Iloilo betalen, van 10 realen tot een gemiddelden prijs
van 20 tot 21 realen voor de drie eerste kwaliteiten had verhoogd,
was de uitvoer spoedig tot 24,000 quintalen gestegen.
Toen het gouvernement zijn aandacht op het toenemend gewigt van dit
product had gevestigd, besloten de gouverneur en eenige inzamelaars
een systeem van «collecion» in te voeren, gelijk de «colleciones» die
te Cagajan, La Union en Nueva Ecija bestaan. Door dit systeem werd de
aankoop van en de uitvoer naar Manilla der particuliere handelaren,
ofschoon niet bepaald ontzegd, (zoo als in de evengenoemde provinciën)
zóózeer benadeeld door de onbillijke mededinging met het gouvernement
(waaraan de particuliere koopers ten laatste moesten verkoopen wat
zij verscheepten), dat de totale uitvoer van Iloilo gedurende de zes
jaren van 1848 tot 1853 van 25,000 tot 18,900 quintalen daalde. In
dit laatste jaar werd de collecion ontbonden. In 1853 werd aan
eene maatschappij, die zich te Madrid had gevormd, het uitsluitend
privilegie toegestaan van de fabrikatie en uitvoer van cigaren en
tabaksbladen naar vreemde markten. Een groot en uitgebreid steenen
factorij-gebouw werd nabij Iloilo opgerigt, de fabrikatie van cigaren
georganiseerd en aankoop van bladen gedaan, terwijl ten laatste de
operatiën der maatschappij werden uitgestrekt tot den bouw van de
plant in verschillende gedeelten van de provincie. Eene clausule
in haar reglement belette de maatschappij echter de factorijen te
Manilla, wanneer dit noodig was, van eene belangrijke jaarlijksche
hoeveelheid tabaksbladen en cigaren te voorzien, zoo noodig
gelijkstaande met het bedrag dat jaarlijks in de provincie uit andere
bronnen werd verkregen. Dien ten gevolge werden de aanvragen voor
de Manilla-factorijen (naar men zegt met voordacht vermeerderd door
de vijandige gezindheid van den toenmaligen Intendente de Hacienda
jegens de maatschappij) zoozeer uitgebreid, dat de maatschappij
in werkelijkheid van de gelegenheid beroofd werd voor hare eigen
rekening te handelen, en na een bestaan van ongeveer drie jaren moest
zij ontbonden worden, met het verlies van een belangrijk gedeelte van
het oorspronkelijk gestorte kapitaal. Zoo de autoriteiten van Manilla
tot hare ontwikkeling hadden medegewerkt, dan waren de resultaten,
hoezeer noodwendig belemmerd door het schadelijke beginsel, aan alle
monopoliën verbonden, gunstiger geweest, daar, met de vrijheid tot
fabrikatie van en verscheping naar vreemde markten, zij goede prijzen
had kunnen maken en de kultuur van de tabaksplant uitbreiden. Een feit,
in verband met dit onderwerp beschouwd, is dat een der Europeanen,
die vroeger in dienst van de maatschappij was geweest, sedert cigaren
voor lokaal verbruik had gefabriceerd, die hij tegen 8 dollars per
duizend verkocht, terwijl zij bijna, zoo niet geheel, van dezelfde
kwaliteit waren als de «Imperiales», die in de factorij te Manilla
tegen 25 dollars worden gefabriceerd.
Sedert 1853 en gedurende de operatiën van de maatschappij, zijn de
aankoop en verscheping van tabak door particulieren weder op den
ouden voet teruggebragt, en terwijl het op die wijze verscheepte
bedrag gestadig, hoezeer zeer langzaam, is vermeerderd, zijn de
prijzen weinig stijgende gebleven. De hoogste prijzen echter, die
de plaatselijke handelaren de inlandsche planters kunnen aanbieden,
zijn niet hoog genoeg om eene snelle uitbreiding der aanplant te
verkrijgen, of de laatste er toe te leiden tijd en werk genoeg te
besteden tot verbetering van de hoedanigheid der plant, waarvan de
geschikte kultuur speciale aandacht vereischt en meer kapitaal en
intelligentie, dan het in hunne magt is aan te wenden. De verschepers
te Iloilo klagen over de arbitraire wijze, waarop de verdeeling
der soorten te Manilla plaats vindt, en over het feit, dat, zelfs na
aflevering van de tabak in de gouvernements-pakhuizen, zij geheel voor
hunne risico wordt gehouden, tot dat zij onderzocht, herpakt en voor
de verscheping naar Spanje gereed is. De uit Iloilo verzonden soorten
worden verdeeld in de eerste (waarvan onder het tegenwoordige stelsel
eene zeer kleine hoeveelheid wordt geproduceerd), tweede, derde,
vierde en vijfde soort, en al wat de onderzoekers te Manilla van de
vijfde soort afkeuren, wordt achtergehouden en verbrand, ofschoon aan
den verkooper daarvoor geen tegemoetkoming wordt verleend. De prijzen,
die de factorij voor de vermelde kwaliteiten geeft, zijn 7.75, 6.75,
5.25, 4 en 3 dollars per quintal respectievelijk. De plant wordt in
Januarij gezaaid en het grootste gedeelte van den oogst komt in Mei
en Junij binnen. De bodem van het grootste gedeelte der Bisajas is
gunstig voor den groei van de tabak. Het eiland Negros produceerde
vroeger ongeveer 8000 quintals, van zeer goede kwaliteit, die de
handelaren van Iloilo, door middel van hunne agenten, gewoon waren
te koopen van de onafhankelijke stammen in het binnenland, maar
daar de maatregelen, door den tegenwoordigen gouverneur genomen om
de laatsten te onderwerpen, in 1856 hebben geleid tot het verslaan
van vele honderden en de verdwijning van de overigen, hebben de
toevloeijingen uit die bron tegenwoordig opgehouden te bestaan. Cebu
produceert ongeveer 15,000 quintalen van veel minder kwaliteit. Te
Leyte, vooral in het district Moasin, groeit tabak van uitmuntende
kwaliteit en kleur, maar zij wordt niet genoeg geproduceerd om in
groote hoeveelheid voor den uitvoer naar Manilla te worden gezonden,
en wordt dien ten gevolge bijna uitsluitend in de Bisajas gebruikt,
waar zij op hoogen prijs wordt gesteld. In Samar groeit ook tabak
voor plaatselijk gebruik. De fabrikatie van cigaren is in de Bisajas
vergund, doch niet ter verkoop te Manilla of elders.
Voor het oogenblik heeft de uitvoer van tabak van Panay en de overige
eilanden weinig direct belang voor Britsche of vreemde kooplieden,
daar de transactiën met het Gouvernement, zoo als zij thans geleid
worden, van geen bevredigenden aard zijn. Het behoeft intusschen niet
gezegd te worden, dat, zoo het bestaande Gouvernements-monopolie
werd afgeschaft en vervangen door een systeem van verpachting van
landerijen, eene directe grondbelasting op de hoeveelheid die verbouwd
wordt of een regt op den uitvoer, en zoo de vrije fabrikatie voor
en directe verscheping naar eene vreemde markt werden vergund,--de
uitvoer van Panay onmiddellijk van groot gewigt voor den vreemden
handel zou worden. Daar de grond van een groot gedeelte van het eiland
zeer goed voor de kultuur van de plant geschikt is, zou de uitvoer,
onder den prikkel van veel hoogere prijzen en ten gevolge daarvan,
de aanwending van meer en beter besteed kapitaal, vatbaar zijn voor
groote uitbreiding, vooral wanneer, hetgeen hoogst waarschijnlijk
het geval zou zijn, de kultuur door Europeanen werd ondernomen en
het tegenwoordige systeem van bebouwing van kleine strooken door
inlanders, plaats maakte voor kultuur op eene groote schaal, zoo als
in Cuba. De voordeelen, die de inlandsche bevolking zouden ten deel
vallen door de opening van meerdere bronnen van industrie, behoeven
niet aangewezen te worden.
De quaestie van de opheffing van het bestaande monopolie is van groot
gewigt voor de Philippijnen en het is te hopen dat het Gouvernement te
Madrid, aangemoedigd door de voordeelige resultaten van de opheffing in
1819 van het monopolie in Cuba, spoedig zal besluiten de zwarigheden
te trachten uit den weg te ruimen, die thans de quaestie omgeven,
vooral daar hare oplossing jaarlijks dringender en meer van de zijde
èn van Europeanen èn van inlanders verlangd wordt.
Suiker, als een artikel van uitvoer, mag gezegd worden tot nog
toe betrekkelijk in de ontkieming te zijn. Uit een uittreksel van
aanteekeningen van provinciale ladingen, die dagelijks door den Boletin
Oficial van Manilla worden gegeven, blijkt dat bijna 12,000 pikols in
1856 uit deze provincie naar Manilla gingen, waarvan men kan aannemen
dat ongeveer 3,000 van de Isla de Negros werden overgebragt en naar
de hoofdstad verzonden als Iloilo suiker. Zoo groot is de prikkel
geweest, dien de hooge prijzen aan dit artikel hebben gegeven, dat
de hoeveelheid, alleen uit Iloilo uitgevoerd, niet minder dan 20,000
pikols bedroeg, of, met bijdragen van Negros, ongeveer 25,000 pikols,
of bijna 1,600 vaten, en zoo de tegenwoordige snelle uitbreiding of
aanplant gedurende drie jaren in dezelfde mate voortging, zou het
uitvoerbare bedrag in dien tijd, dewijl er geen gebrek aan geschikt
land bestaat, bijna 80,000 pikols of 5,000 vaten bedragen, hetgeen
nog voor verdere vermeerdering uit andere bronnen vatbaar is, zoo
vreemde vaartuigen zouden beginnen in deze haven te laden [35]. Op
het eiland Negros, van waar de reis zes tot tien uren duurt, en
waarvan de grond buitengewoon vruchtbaar is en onmetelijke plekken
bezit, die bijzonder geschikt zijn voor de suiker-kultuur, heeft
eene gelijke uitbreiding der kultuur plaats, in spijt van den grooten
hinderpaal, die de betrekkelijke schaarschte der bevolking veroorzaakt,
en waardoor alleen deze provincie geen grootere hoeveelheid suiker en
hennep voortbrengt dan eenige andere in de Philippijnen. Tegenwoordig
produceert Negros ongeveer 14,000 pikols of bijna 900 vaten suiker,
waarvan meer dan twee derden direct naar Manilla gaan en het overige
langs den weg van Iloilo verzonden wordt. Er is bovendien nog eene
goede bron, waaruit suiker (ingeval vreemde vaartuigen te Iloilo
laden) zou kunnen worden geput op het aangrenzende eiland Cebu, dat
meer dan 90,000 pikols of 5,695 ton produceert voor de Manilla-markt
en slechts twee of drie dagen varens van Iloilo is verwijderd.
De werking van den prikkel, door de tegenwoordige prijzen gegeven,
zal men begrijpen, wanneer men in overweging neemt dat de waarde van
Iloilo-suiker, die in vroegere jaren tot 1855 in het algemeen van 2 tot
2.10 dollars per pikol op de Manilla-markt had bedragen, nu 5.68 3/4
dollars per pikol te Manilla beloopt, tegen 3.2 tot 3.3 dollars, met 25
pCt. voor premie op zilver, of gelijk 4.06 tot 4.21 1/2 dollars hier,
en zoo lang de prijs te Manilla niet beneden 3 dollars per pikol van
140 pond daalt, zal de aanplant worden uitgebreid. In de laatste jaren
was door de onevenredig lage prijzen, die te Manilla betaald werden, de
suiker-kultuur in vele districten ter zijde gesteld als improductief,
maar gedurende de jaren 1858 en 1859 is zij snel toegenomen, vooral
sedert de invoering van een zuiniger soort van fornuis, waarin het
uitgeperste riet in vrij aanzienlijke mate wordt gebruikt in plaats
van het vele hout, dat vroeger verbruikt werd.
De zeer gebrekkige wijze van behandeling door de inlandsche en
mestizen-planters is oorzaak dat in Iloilo geen betere soort suiker
wordt geproduceerd, en al wat naar Manilla wordt verzonden, kan
men als «ordinair ruw» aanmerken, maar de korrel is gewoonlijk zeer
goed en wanneer zij de verdere behandeling in Engeland en Australië
ondergaat, levert zij fijne kandij op, die zeer gewild is voor het
uitdampen in de Glasgow-raffinaderijen. Zoo een beter stelsel van
vermaling en koken hier was ingevoerd, zou suiker van eene uitmuntende
kwaliteit worden geproduceerd, en het is zeer te wenschen dat eenige
Europeanen met voldoend kapitaal en ervaring etablissementen in deze
nabijheid zouden oprigten. Tegenwoordig bestaat geen enkele ijzermolen
op het eiland. De ongeraffineerde suiker van de Philippijnen op gewone
tijden, zelfs onder de tegenwoordige gebrekkige en kostbare wijze van
productie, wordt voor de goedkoopste in de wereld gehouden. De enkele
Europeanen, die zich thans in dit gedeelte met de suikerkultuur bezig
houden, zijn een Fransche planter te Negros, die uitmuntende suiker
produceert (welke altijd ruim 1 dollar per pikol meer dan die van
Iloilo gewoonlijk opbrengt), en een planter van dezelfde natie in
die provincie, die laatstelijk op eene kleine schaal is begonnen.
Wanneer men de bovenvermelde prijzen als basis neemt (4.21 1/2
dollars hier tegen 5.68 3/4 dollars te Manilla), is het verschil
ten gunste van de plaats van productie nu 1.47 1/4 dollar per pikol,
maar wanneer men aanneemt dat de vreemde exporteur die 47 1/2 centen
hier moet geven, ten einde een zoodanig gedeelte van den oogst te
verzekeren als noodig zou zijn een vaartuig te beladen, zou er nog
eene belangrijke winst van 1 dollar per pikol overblijven, of 17 1/2
pCt. minder dan de kosten te Manilla. De vrachten naar Manilla, die
tegenwoordig door de kustvaartuigen worden geladen, kosten 50 cents per
pikol. De geheele suikeroogst wordt van Februarij tot Maart afgeleverd.
Sapanhout wordt in belangrijke hoeveelheid uit de provincie Iloilo
uitgevoerd. Het wordt hoofdzakelijk geproduceerd in de nabijheid van
de zuidelijke kuststeden Guimbal, Miagao en San Joaquin (waarvan de
verste twintig mijlen van Iloilo is verwijderd), van waar het grootste
gedeelte ter zee naar Iloilo wordt verzonden voor den uitvoer naar
Manilla en het overige direct uit Guimbal verscheept. In 1858 werden,
volgens de onvolledige aanteekeningen van den Boletin Official,
32,723 pikols of 2,045 vaten naar Manilla en 789 pikols uit Antique
verscheept.
De hooge prijzen, die te Manilla betaald werden, hadden de vorming
van nieuwe plantaadjes ten gevolge, waardoor de uitvoer nog meer zal
toenemen. Eene groote hoeveelheid wordt jaarlijks naar Singapore en
Amoy verzonden en maakt het geheel der lading van die vaartuigen uit,
welke te Manilla naar eerstgenoemde haven wordt verzonden. De qualiteit
van het Iloilo-sapanhout zou nog beter zijn, zoo de inlanders niet
een groot gedeelte afsneden vóór dat de boomen voldoende gegroeid
zijn. Wanneer men het behoorlijk laat ontwikkelen, moet het even goed
of nog beter zijn dan dat van Misamis of Bolinao, die thans de beste
kwaliteiten op de Manilla-markt brengen. Daar zoowel de verkoopers
als de makelaars het hout zoo spoedig mogelijk na het afsnijden
trachten af te leveren, moet het verlies aan gewigt op de reis naar
Manilla somtijds meer dan 12 à 14 pCt. bedragen. De tegenwoordige
prijs van het sapanhout, dat te Iloilo wordt afgeleverd, bedraagt,
met inbegrip van 25 pCt. voor kosten van zilver, 1.08 dollars per
pikol tegen den koers te Manilla van 1.75 tot 1.875 dollars, waarbij
eene aanzienlijke tijdbesparing komt ten gunste van schepen, die hier
voor eene vreemde markt laden. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen
31.25 cts. per pikol.
Hennep (zoogenaamd, ofschoon het in wezenlijkheid het product van eene
soort plantaan is), die in Iloilo wordt geproduceerd, heeft meestal
een langen, witten vezel, gelijk die op de Londensche markt als
«Lupiz» bekend is, welke in de inlandsche fabrieken wordt gebruikt;
men hecht er thans weinig aan als een artikel van uitvoer. Maar
ofschoon Iloilo weinig of geene overproductie van hennep oplevert,
brengen de kleine kustvaarders hier zoo wat 350 vaten uit de naburige
eilanden en provinciën Leyte, Samar, Negros, Camarines en Albay,
die op deze plaatsen in ruil voor de padie en de inlandsche goederen
der provincie wordt genomen.
Zoowel Leyte als Samar produceren tegenwoordig groote hoeveelheden
uitmuntende hennep voor de Manilla-markt, vooral eerstgenoemd eiland,
en de reis daarheen gedurende het grootste gedeelte van het jaar is
zóó kort (tegenwoordig nemen vaartuigen aan in zes dagen daarheen te
gaan en in twee dagen de terugreis te doen), dat, zoo de inlandsche
handelaren een gereede markt te Iloilo zouden vinden, tegen prijzen,
betrekkelijk gelijkstaande met die van Manilla, meer dan waarschijnlijk
eene belangrijke hoeveelheid meer naar Iloilo in plaats van naar de
hoofdstad zou worden verzonden.
Op het eiland Negros neemt de productie zeer snel toe; een groote
hoeveelheid werd gedurende 1858 geplant, daar verscheidene pueblos en
districten stukken gronds voor meer dan 100,000 en 200,000 planten
bezitten, die in de twee volgende jaren in gebruik zullen komen,
en daar de plant merkwaardig is om hare groote voortteelende kracht,
zou de te verkrijgen hoeveelheid jaarlijks in een dubbele verhouding
vermeerderen. De uitvoer van hennep van het Isla de Negros bedraagt
thans 13 à 14,000 pikols of ongeveer 850 vaten per jaar, vooral uit
de haven van Dumaguete, aan de oostelijke zijde van het eiland.
Wanneer men in aanmerking neemt dat in 1831 de geheele uitvoer van
hennep uit de Philippijnen niet meer dan 346 vaten bedroeg, dat hij
in 1837 reeds tot 3,585 vaten was gestegen, en dat gedurende het
jaar 1856 niet minder dan 22,000 vaten uit Manilla naar de Vereenigde
Staten en Europa werden verzonden, dan zal men zich eenig denkbeeld
kunnen vormen van de toekomstige resultaten van dit belangrijke
artikel op het vruchtbare eiland Negros, zelfs bij den bestaanden,
reeds genoemden hinderpaal van eene schaarsche bevolking. Ik hecht te
meer aan de feiten betreffende Negros, omdat dit eiland door zijne
onmiddellijke nabijheid, ingeval van regtstreekschen uitvoer uit
Iloilo, als een integrerend deel kan beschouwd worden van het eiland
Panay. De hennep, in 1858 uit Capiz verscheept, bedroeg 6,458 pikols
of 400 ton, die vooral echter was vervaardigd van eene mindere soort,
uit de vezelen van de pácul, een wilde soort van de plantaan. Daar
deze mindere soort van hennep echter onvoldoende prijzen oplevert,
meen ik dat de plant, die het echte artikel produceert, nu meer
algemeen te Capiz wordt gecultiveerd. De koers van hennep hier mag
op 5.375 dollars, of met 25 pCt. voor de kosten van zilver, op 6.715
dollars per pikol geschat worden, tegen den koers te Manilla van 7.75
à 8 dollars. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen 50 cents per pikol.
Rijst in den bolster of padie is een niet minder gewigtig artikel
in den landbouw van Panay, ofschoon het thans van weinig werkelijk
belang met betrekking tot den vreemden handel is. De jaarlijksche
productie van de provincie Iloilo mag, hoezeer niets zekers daaromtrent
bekend is, op 850,000 zakken worden geschat, waarvan waarschijnlijk
40,000 naar de naburige eilanden en Manilla worden uitgevoerd. Capiz
produceert ongeveer 900,000 zakken en voert ongeveer 100,000 op
dezelfde wijze uit. Antique draagt mede een belangrijke hoeveelheid
bij voor de consumptie van het eiland en voert meer dan 15,000 zakken
uit. Deze hoeveelheden echter moeten als gissingen beschouwd worden
van het tegenwoordige bedrag van consumptie en verzending.
De uitgevoerde padie wordt voornamelijk in kleine schoeners (pancos
en barotos) naar de naburige eilanden Leyte en Samar en ook naar
Camarines en Albay verzonden, in ruil tegen hennep en kokosnotenolie
(welke laatste te Leyte verkregen wordt), die òf naar Iloilo ter
verkoop òf naar Manilla zijn verzonden. Als de prijzen in Manilla eene
voldoende ruimte toelaten (die zij gewoonlijk het geheele jaar doen),
dan wordt eenige padie in die rigting verzonden, welke een deel van de
lading der vaartuigen uitmaakt, die naar de hoofdstad vertrekken. De
uit Iloilo verscheepte padie wordt voornamelijk van de uitgestrekte
vlakten van Dumangas, Zarraga, Pototan, Santa Barbara en Barotac-Viejo
verkregen. Wanneer een groot gedeelte land tot bebouwing werd gebruikt,
zou de vermeerderde opbrengst van deze graansoort geschikt zijn voor
den uitvoer naar China, waarvoor vreemde vaartuigen konden worden
gebruikt, daar zij voortdurend te Sual in Pangasinan zijn, en men kan
gereedelijk aannemen dat in den loop der tijden schepen, die de haven
van Iloilo bezoeken en naar China gaan, natuurlijk bij hunne ladingen
een aandeel van rijst zullen voegen en daardoor de kultuur nog meer
bevorderen. Thans is, ten gevolge van de schaarschte aan rijst in
Camarines en Leyte, de prijs van padie te Iloilo tot 10 realen per
provinciale zak gestegen, die gelijk staat met anderhalf van de maat
(cavan del rey), welke te Manilla gebruikt wordt. De overige artikelen
die uit Panay worden verscheept en eveneens van gewigt zijn voor den
directen uitvoerhandel, zijn:
Huiden van buffels en koeijen, waarvan de uitvoer in 1858 naar Manilla
bedroeg 128 vaten van Iloilo, 60 van Capiz en 24 van Antique. De
prijzen hier, die thans zeer hoog zijn, kunnen op 5 tot 8 dollars
voor buffel- en 10 à 14 dollars voor koeijenhuiden per pikol gerekend
worden.
Horens.--Eene beperkte hoeveelheid uit de drie provinciën. Prijs van
2 à 3 dollars per pikol.
Schelpen.--430 zakken werden in 1858 uit Capiz, 42 uit Antique en 33
uit Iloilo verscheept. Dit artikel, dat vroeger te Manilla 2.50 à 3
dollars per zak heeft gegolden, is later tot 15 dollars gerezen.
Gomelastiek.--2,359 pikols of 147 vaten werden in 1858 van Capiz
naar Manilla verzonden, waar men er gewoonlijk 1.50 tot 3 dollars
per pikol voor betaalt.
Paarlemoerschelpen.--Hiervan kan slechts een kleine hoeveelheid uit
deze haven en uit Capiz verkregen worden; zij worden voornamelijk
uit Soeloe, via Zamboanga, en uit de naburige eilanden van de Silanga
aangevoerd. Zij worden hier gewoonlijk op 18 à 22 dollars per pikol
geschat.
Rotting,--tot het pakken van producten te Manilla gebruikt; 401,000
werden in 1856 uit Capiz; 104,000 uit Iloilo en 97,000 uit Antique
verzonden.
Matten zakken, die uit het blad van den sago-palm vervaardigd en ook
tot inpakking gebruikt worden; 155,850 werden in 1856 uit Capiz naar
Manilla verzonden.
Bijenwas.--Hiervan worden jaarlijks eenige weinige pikols uit de drie
provinciën naar Manilla verzonden.
Gutta-percha.--Eenige hoeveelheid van deze nuttige zelfstandigheid is
van hier naar Manilla verzonden, maar, hetzij ten gevolge van bederf
of wel door onbekendheid met de geschikte wijze van bereiding, er zijn
geene aanmoedigende prijzen voor gemaakt. De boom die ze voortbrengt
en die de Bisajers nato noemen, komt in overvloed in deze provincie
en in Guimaras voor, en zoo het de eigenlijke Isonandra gutta van de
Straits en van Borneo blijkt te zijn, zal het artikel later van groot
gewigt worden. Het monopolie tot verscheping naar Manilla, aan Senor
Elis geschonken, werkt nadeelig op de productie van dit artikel.
Hout,--voor gebouwen en verschillende soorten van hout voor meubelen,
komen in overvloed in Panay voor en de eilanden van de Silanga en
Guimaras zijn bijzonder rijk aan goede boomen. Van daar wordt de
toevoer naar Iloilo en de naburige steden verkregen, alsmede het voor
den bouw van schepen benoodigde, die nu en dan te Guimaras worden
gebouwd, waar nu (1857) een van 350 tonnemaat in aanbouw is, maar tot
nog toe heeft men weinig acht geslagen op de onmetelijke hoeveelheid,
die men kan verkrijgen.
Van andere artikelen, die òf niet geschikt zijn voor Europesche
markten, òf tot nog toe in onbeduidende hoeveelheden geproduceerd
worden, wil ik alleen noemen: cacao, van uitmuntende kwaliteit,
arrowroot, teer, waarvan eene belangrijke hoeveelheid naar Manilla
wordt verzonden, tarwe, die veel in de hooger gelegene districten
van het eiland groeit en waarvan 1,125 zakken in 1856 uit Iloilo en
Antique werden verzonden; maïs, bêche-de-mer, gedroogde groenten
(boonen enz. in groote hoeveelheid), sago, katoen, schildpad,
dassen-huiden, gember en stofgoud.
Gom, verwstoffen en droogerijen van verschillende soorten komen
in overvloed in Panay voor, en er bestaat groote behoefte aan een
wetenschappelijk onderzoek van de vele producten van dien aard, waarvan
weinig of geen gebruik wordt gemaakt. Men moest zich herinneren dat
de meeste der mindere bovengenoemde artikelen ook door de naburige
eilanden geproduceerd worden en dus in groote hoeveelheden konden
worden verkregen, wil men de verwachting dat Iloilo in groote mate
het emporium van den handel der Bisajas zal worden, in de toekomst
verwezenlijkt zien.
Van den mineralen rijkdom van het eiland is weinig of niets met
zekerheid bekend. Goud vindt men in de bedding van eene rivier nabij
Abacá in deze provincie en bij Dumárao in Capiz. IJzer en kwikzilver
moeten ontdekt zijn, het eerste op verschillende plaatsen van het
eiland, en kolen zegt men dat in Antique bestaan, maar dit zijn punten
waarop men tot nog toe weinig acht heeft geslagen. Op eene reis naar
het binnenland met den gouverneur van Iloilo door de Silanga gedaan,
langs het geheele noordoostelijke gedeelte van de provincie en tot de
grenzen van Capiz, nabij Dumárao, werden den heer Loney verschillende
soorten van mineraalstoffen vertoond, die blijkbaar veel ijzer
bevatten. Met betrekking tot dezen togt bevestigt ook de getuigenis van
den heer Loney, uit persoonlijke ondervinding, de berigten omtrent de
vruchtbaarheid van het eiland en den handelsvoorspoed, die het in de
toekomst schijnt te wachten. De wegen zijn in het algemeen tamelijk
goed tot dat de hevige regens van Augustus tot October invallen; maar
tegenwoordig bestaat er op vele plaatsen gebrek aan voldoende bruggen,
hetgeen het vrije vervoer van producten naar de kust belemmert. Het
eiland biedt geen groote oppervlakte genoeg aan tot daarstelling van
belangrijke stroomen en de voornaamste en eenig belangrijke rivier in
deze provincie, de Jalaur, die bij Dumangas in de zee uitloopt en door
middel waarvan een groote hoeveelheid padie naar de kust verzonden en
naar Iloilo overgebragt wordt, kan alleen in het drooge jaargetijde
vaartuigen van zeer weinig diepgang dragen.
Het stelsel van aankoop van producten te Iloilo bestaat, zoo als men
in bijna alle provinciën gewoon is, in het gebruik van makelaars of
personeros, die de producten van de inlandsche en mestizen planters
en handelaren in de verschillende pueblos in het binnenland en langs
de kust koopen en een commissieloon van 5 pCt. op het afgeleverde
bedrag ontvangen. Het is meestal noodzakelijk door middel van deze
makelaars voorschotten te doen op de aanstaande oogst, ten einde
van eenige hoeveelheid zeker te zijn, en aan zulke voorschotten
is altijd eenige risico verbonden. De prijs, voor het artikel te
ontvangen, wordt gewoonlijk bepaald op den tijd van de betaling van
het voorschot en voor alle meerdere productie, die van den planter
ontvangen wordt, wordt de loopende koers tijdens de aflevering algemeen
aangenomen. Ingeval een voortdurende directe handel wordt gevestigd, is
het mogelijk dat hij meer gelijk wordt aan dien van Manilla, d. i. dat
schippers op de plaats zullen kunnen koopen van of contracteren met
mestizen, Chinesche of Spaansche producenten, hetzij direct of voor
een klein makelaarsloon. Daar bijna alle betalingen aan de inlanders
in zilver geschieden--wijl zij nooit goud willen ontvangen--is het
noodig fondsen hier te beleggen in eerstgenoemde muntspecie.
Behalve de bovengenoemde natuurlijke producten brengt Panay eene
groote hoeveelheid fabriekgoederen op, zoowel voor uitvoer als voor
huisselijk gebruik. Van deze worden de grootste en beste gedeelten,
die men onder de inlandsche benaming sinamay begrijpt, van de teedere
vezelen vervaardigd van het blad van den pijnappel (pina), hetzij
zuiver of met uit China ingevoerde zijde vermengd en eene evenredige
hoeveelheid van de fijnere soorten van de Britsche gefabriceerde
katoenen draad. Daar de wijze van afscheiding der pina-vezelen
en de sortering daarvan in knotten vóór de fabrikatie, zoo mede
de fabrikatie zelve veel tijd en zorg vereischen, zijn de zuivere
pina-weefsels betrekkelijk duur. Sommige van de fijnste soorten zijn
zeer fijn geweven. Die met zijde vermengd, ofschoon niet zoo duurzaam,
zijn goedkooper en hebben in latere jaren trapsgewijze de zuivere
pina-fabrikatie vervangen, hoezeer de laatste nog veel gedragen
worden door de meer vermogende inlanders en mestizen. Zijde wordt dan
ook uit China in zulk eene hoeveelheid in deze provincie ingevoerd,
dat, volgens den voornaamsten Chineschen handelaar in dit artikel te
Manilla, eene waarde van 400,000 dollars jaarlijks uit de hoofdstad
naar Iloilo wordt gezonden. De prijs van zijde is laatstelijk van 40
tot 45 dollars per chinanta of tien katties tot 80 en 90 dollars of
van 450 tot 900 dollars per pikol gerezen.
De meeste pina- en gemengde pina-, zijde- en katoen-fabrikaten worden
tot hemden voor de mannen of tot korte jakjes of hemden voor de vrouwen
gebruikt. De prijs verschilt aanmerkelijk, naarmate van de fijnheid
of grofheid van het weefsel en het meerdere of mindere mengsel;
zoo kosten sommige stukken voor manshemden wel 7 dollars (waarvan
de waarde, zoo zij te Manilla fijn geborduurd worden, somtijds tot
50 of 100 dollars wordt opgevoerd) en de mindere soorten 50 cents
tot 2 dollars per stuk van 4 1/2 varas. Het gebloemde werk van deze
fabrikaten is meestal van Europeesch katoenen naaigaren of gekleurd
Duitsch en Engelsch garen en de strepen van getweernd of gekleurd
garen en witte zijde. Goedkooper weefsels worden ook veel van hennep
en andere vezelen vervaardigd, die ieder 2 à 4 realen kosten. Er
worden ook vele gekleurde zijden en katoenen goederen gefabriceerd
voor «sarongs» (gelijk die, vooral van Boegineesch fabrikaat, in
den Maleischen Archipel worden gebruikt), Cambajas en zijden en
katoenen hoofddoeken. De betere soort van zijden fabrikaten munten
uit door soliditeit en fijnheid. Die van katoen worden meestal van
Duitsch en Britsch gekleurde twist en van inlandsch garen gemaakt,
dat uit katoen wordt gefabriceerd, dat in verschillende districten
in deze provincie groeit en ook uit Luzon wordt ingevoerd. De fijnere
soorten zijn goed en digt geweven en de ordinaire goedkoopere soorten
tot meer algemeen gebruik geschikt. Kousen en sokken van katoen en
gemengde zijde en katoen, worden in eenige hoeveelheid gefabriceerd,
maar de Manchester en Glasgow gedrukte drills vervangen hen bijna als
artikelen van algemeene consumptie. Onder de overige fabrikaten kan
men tafelkleeden, servetten, handdoeken, dekens, katoenen beddedekens
enz. noemen. Van borduurwerk, dat zoo veel in de industrie van de
provinciën Bulacan en Manilla voorkomt, wordt weinig in Iloilo gedaan,
met uitzondering van het bloemwerk dat op de uit veter- en netwerk
vervaardigde mantilles, die veel gebruikt worden door de vrouwelijke
bevolking, wanneer zij ter kerke gaat.
Behalve de bovenvermelde goederen, wordt eene belangrijke hoeveelheid
ruwe fabrikaten vervaardigd van het blad van de sago-palm of hennep en
van andere vezelen. Deze zijn op de Manilla-markt bekend als Saguran,
Guináras en Medrinaque en worden naar de Vereenigde Staten en Spanje en
in kleiner hoeveelheid naar Engeland verscheept. Saguran en guináras
worden veel in de gouvernements-factorijen gebruikt ter inpakking van
de tabaksbladeren, die naar Spanje worden gezonden. De prijs is van
25 tot 37 1/2 dollars per pikol of 7 1/2 tot 8 varas. Medrinaque is
eenige jaren geleden in grootere hoeveelheid naar de Vereenigde Staten
en Europa uitgevoerd, waar het hoofdzakelijk wordt gebruikt tot het
stijven van kleederen, linnens enz. Dit artikel wordt voornamelijk te
Samar, Leyte en Cebu vervaardigd, van waar het, bij direct vervoer,
ter verscheping kan worden verkregen. De prijzen op de Manilla-markt
bedragen voor Cebu 20 en Samar 18 dollars per 50 stuks.
In aanmerking genomen, dat de Philippijnen veeleer eene landbouw-
dan eene fabriekstreek zijn, mag men zeggen dat de weefproducten van
Iloilo eene aanmerkelijke ontwikkeling hebben erlangd. Niets trekt
meer de aandacht op de wekelijksche markten, die in de verschillende
steden gehouden worden, dan de overvloed van de inlandsche ter verkoop
aangeboden goederen en ook het aantal in werking zijnde werktuigen
in de meeste steden en dorpen geeft stof tot bewondering. In bijna
ieder gezin vindt men eene dezer machines, met een eenvoudig toestel,
uit stukken bamboe zamengesteld en in de meeste huizen der mestizen en
de gegoede Indianen, zijn zes tot twaalf werktuigen in het werk. Het
geheele aantal in deze provincie wordt op 60,000 geschat, en ofschoon
deze cijfers de tegenwoordige hoeveelheid welligt te hoog opgeven,
kunnen zij niet veel minder zijn. Al het weefsel wordt door vrouwen
verrigt, wier loon gewoonlijk 1 à 1.50 dollar per maand bedraagt. In
het algemeen--en dit is eene handelwijs die ongelukkig maar te zeer
in zwang is onder de inlanders in iederen tak van arbeid--worden deze
bezoldigingen maanden lang vooruit betaald, en de arbeiders besteden
dan soms jaren (worden eigenlijk werkelijke slaven gedurende langen
tijd) voordat eene oorspronkelijk kleine schuld is afbetaald. Er zijn
nog andere werksters, die van tijd tot tijd bezig zijn om de goederen
in het werktuig «op te zetten»; daarmede kunnen zij 1 à 1.50 dollar per
dag verdienen. Hierbij moet nog gevoegd worden, dat Capiz en Antique
ook, in mindere hoeveelheid dan Iloilo, fabriekgoederen produceren.
Niettegenstaande den toenemenden invoer van Europesche stukgoederen
in Panay, is het een verblijdend verschijnsel, dat de hoeveelheid
uitgevoerde gemengde pina-stoffen veeleer vermeerdert dan omgekeerd
met de trapsgewijze toeneming van de algemeene bevolking en de
vermeerderde middelen die zij verkrijgt door de snel toenemende
ontwikkeling van de hulpbronnen der eilanden. Te oordeelen naar de
waarde der hoeveelheden die door bijna elk vaartuig worden ingenomen,
dat naar de haven van Manilla vertrekt, wordt de jaarlijksche uitvoer
in die rigting niet te hoog geschat, als men dien op 400,000 dollars
berekent. De goederen, onder dit bedrag begrepen, worden, men lette
dit wel op, niet alleen in de stad en provincie Manilla gebruikt,
maar komen ook in de consumptie voor van Pampanga, La Laguna,
Camarines en andere provinciën van Luzon. Den uitvoer van pina
naar de hoofdstad daaronder begrepen, wordt eene waarde van 30,000
dollars aan katoenen en zijden sarongs en handdoeken jaarlijks naar
Camarines verzonden. Eenige hoeveelheid wordt ook naar Leyte en Samar
uitgevoerd, doch zelfs eene approximative berekening van de waarde
der op die wijze verscheepte goederen kan niet opgegeven worden. Men
heeft hier zoo weinig acht geslagen op het onderwerp van statistiek,
noch van de zijde der autoriteiten, noch van die der plaatselijke
handelaren zelven, dat aan het slot van zijne aanteekening der
voornaamste artikelen, die uit Panay worden uitgevoerd, de heer Loney
het zelf betreurt niet in staat te zijn eene complete opgave van de
gezamenlijke waarde te kunnen geven. De Estadistica de Filipinas, in
1855 uitgegeven en te Manilla gecompileerd door de Comision Central,
voor dat doel benoemd, geeft van cijfers, die waarschijnlijk van de
zeer onvoldoende tolregten zijn verkregen, de volgende opgaven voor
de waarde van den invoer uit Panay naar Manilla in 1854:
Dollars.
Iloilo.
Iloilo 264,416
Guimbal 39,850
------- 304,266
Capiz.
Capiz 181,681
Calwo 114,124
Ibajay 7,095
Batan 15,147
------- 318,047
Antique.
Antique 18,866
San José 2,925
Cagajancillo 3,061
Cûlasi 1,199
------- 26,051
-------
648,364
Maar het meest vlugtige onderzoek van hetgeen de waarschijnlijke waarde
der meer belangrijke uitgevoerde artikelen moet zijn, zelfs wanneer
men de als waarschijnlijk aangenomen hoeveelheden in de voorafgaande
cijfers aanneemt, leidt tot de conclusie dat de uitvoer naar Manilla
uit de provincie Iloilo alleen moet gelijk staan met of meer bedragen
dan het bedrag, dat de Estadistica als de totale som voor de provinciën
heeft gegeven.
Wanneer men de hoeveelheden en waarde als volgt aanneemt, dan zijn
de resultaten van:
Dollars.
Pina, zijde, hennep en andere fabrikaten 400,000
Tabak 30,000 quintals, gemiddeld 3 1/2 doll. 105,000
Padie 30,000 zakken, id. 1 doll. 30,000
Suiker 20,000 pikols, id. 3 doll. 60,000
Sapanhout 33,000 id. id. 1 doll. 33,000
Hennep 5,000 id. id. 5 1/2 doll. 27,500
Huiden 2,050 id. totale waarde 19,800
Alle andere artikelen oppervlakkig geschat op 45,000
-------
720,300
Naar deze som, wanneer daarbij komt de uitvoer naar andere eilanden
en provinciën, mag men veilig aannemen, dat de totale waarde van den
uitvoer uit Iloilo niet veel minder bedraagt dan 800,000 dollars,
een bedrag dat in het geheel niet buiten evenredigheid tot het aantal
inwoners schijnt te staan. Uit deze cijfers blijkt, dat wanneer de
uitvoer van Capiz op 700,000 en die van Antique op 70,000 dollars
wordt berekend, de jaarlijksche uitvoer van Panay eene gezamenlijke
waarde van meer dan 1,500,000 dollars bedraagt.
Maar zelfs de onvolledige opgaven van de Estadistica kunnen eenig
denkbeeld geven van de snelle vermeerdering in den uitvoer der drie
provinciën. Zoo bedroeg b. v. in 1852 de waarde der producten uit
Iloilo, Capiz en Antique 271,335; in 1853 302,605 en in 1854 648,369
dollars, gevende eene vermeerdering in 1854 van veel meer dan het
dubbele bedrag in 1852. Te dien opzigte moet nog opgemerkt worden, dat
het plaatselijke tolkantoor ongelukkig geene volledige bijzonderheden
van den uitvoer van 1856 heeft opgeteekend, maar daarmede eerst in
1857 is begonnen. Deze bijzonderheden zijn intusschen van betrekkelijk
minder gewigt dan die van regtstreeksche buitenlandsche verzendingen,
die later de aandacht zullen trekken.
De heer Loney schetst den tegenwoordigen toestand van den invoerhandel
in Iloilo aldus:
«Ofschoon welligt het grootste gedeelte der kleeding voor de
bevolking van Panay door de inlandsche werktuigen wordt vervaardigd,
wordt nog eene groote hoeveelheid Europesche goederen jaarlijks
uit Manilla ingevoerd. Ik reken dat gemiddeld (voor zoo ver men
dit kan doen bij volslagen gemis van eenige bepaalde opgaven) voor
ongeveer 30 à 40,000 dollars per maand aan goederen naar de haven
van Iloilo wordt gebragt door de mestizen en Chinesche handelaren,
waarover achtereenvolgens op de grootere markten van Jaro, Molo, Oton,
Mandurriao, enz. wordt beschikt, van waar een zeker gedeelte naar het
binnenland gaat. Deze tak van handel wordt tot nog toe hoofdzakelijk
gevoerd door de mestizen-handelaren van Molo en Jaro, die bij het
doen hunner aankoopen van inlandsche goederen voor de Manilla-markt,
zich daarmede (ten getale van zes tot tien, vijftien en soms twintig)
in de kustvaartuigen inschepen, die naar de hoofdstad vertrekken. De
opbrengst van deze speculatiën, die zij meestal in vreemde (vooral
Britsche) manufacturen terugbrengen, worden tegen lage prijzen
van de groote Chinesche winkeliers te Manilla verkocht. De verkoop
van deze goederen in het klein heeft hier nog op de aloude wijze
plaats, door ze namelijk op zekere bepaalde dagen van plaats tot
plaats te brengen. Op deze wijze worden goederen, die heden op de
wekelijksche mis of markt te Jaro verschijnen, achtereenvolgens te
Molo, Mandurriao, Oton of Arévalo te koop aangeboden. Zij worden naar
en van de verschillende pueblos gebragt in wagens, van sterke wielen
voorziene rijtuigen, die door buffels en ossen worden getrokken,--eene
wijze van vervoer, die gedurende het natte jaargetijde veel oponthoud
en gevaar veroorzaakt. De Chinesche handelaren te Molo en eenige
kleinhandelaren te Iloilo zijn echter begonnen voortdurende winkels te
openen, en het is waarschijnlijk dat het aantal daarvan trapsgewijze
in de provincie zal toenemen; daar intusschen de missen ook het
centrale aantrekkingspunt zijn voor al de producten binnen zekeren
kring van iedere pueblo, en daardoor veel volk bijeen brengen, zal het
wekelijksche vervoer van stuk- en andere goederen van de eene naar de
andere plaats altijd in groote hoeveelheid blijven voortduren. Ongeveer
dertig Chinezen zijn bepaald te Molo gevestigd, alwaar zij meestal
met anderen te Manilla in betrekking staan, hetzij als deelgenooten,
dan wel als agenten, terwijl twee of drie zich te Jaro gevestigd
hebben. Een zeker aantal houdt zich ook bezig met reizen naar en van
Manilla met goederen, na te hebben gerealiseerd wat zij hier voor
een nieuwen voorraad terug brengen, terwijl zij de opbrengst in geld
of in producten nemen. Een der Chinesche handelaren te Molo, die wel
voorzien wordt door de hoofdstad, koopt goederen tot een bedrag van
30,000 à 40,000 dollars per jaar. Ten gevolge echter van de te groote
concurrentie tusschen elkander en de overige handelaren, kan ik, met
het oog op de prijzen, waarvoor zij gewoonlijk verkoopen, niet denken
dat hunne winsten in het algemeen zeer groot zijn. Het feit, dat de
mestizen-handelaren hunne voorname winst in de pina-goederen zoeken,
die zij naar Manilla voeren, en zich betrekkelijk weinig bekommeren
om een voorschot te verkrijgen op de goederen die zij terug brengen,
houden ook de prijzen laag, in vergelijking met den koers te Manilla.
«Zoo als in de meeste provinciën, waar de Chinezen zijn doorgedrongen,
bestaat er een meer of minder onderdrukt gevoel van vijandschap tegen
hen van de zijde der inlanders en willen, zoowel de mestizen als
de Spanjaarden, hen wel als smokkelaars beschouwen. Maar ofschoon
het gouvernement te Manilla herhaaldelijk gepoogd heeft hen uit
de provincie te verwijderen en hunne handelsoperatiën slechts tot
Manilla te beperken, schijnt het niet genegen een maatregel te nemen,
die blijken zou nadeelig te werken op den algemeenen handel van
de kolonie. Het is waar, dat wanneer men een gedeelte der Chinezen
er toe kon brengen landbouwers te worden (voor welk doel alleen zij
oorspronkelijk in de provinciën werden toegelaten), groote voordeelen
zouden ontstaan door vermeerderde productie; maar tot nog toe bevinden
zij zich in het binnenland in te geringen getale om hen den grond op
eene groote schaal te doen bebouwen, terwijl zij in kleine groepen
niet genoegzaam beveiligd zouden zijn tegen de ongunstige gezindheid
der inlanders.
«De voornaamste artikelen van vreemde fabrikaten, die in deze provincie
worden ingevoerd, zijn: handdoeken (gedrukte) met heldere kleuren,
geweven en gedrukte kousen en sokken, ginghams, fantaisie-cambajas,
effen drills, witte shirtings, grijze shirtings en grijze longcloths,
grijze twills (29 duim, zoowel Amerikaansche als Engelsche), gebleekte
twills, neteldoek, witte jaconets, gestreept mousseline, katoenen
naaigaren, katoenen sarongs, katoenen twist, of garen en wollens
(waarnaar niet veel navraag is). Er bestaat ook verkoop in kramerijen,
glas- en aardewerk en andere kleinere artikelen.
«Invoerregten worden in Iloilo geheven naar een tarief of volgens
den marktprijs bij den invoer. Het zijn dezelfde als die te Manilla
geheven worden, namelijk: voor de meeste soorten van vreemde goederen
14 pCt. wanneer zij in vreemde, en 7 pCt. als zij in Spaansche
vaartuigen zijn aangevoerd. Hierop bestaan de volgende uitzonderingen:
voor cambajas, ginghams, handdoeken enz. geheel van zwart, purper
en blaauw, met of zonder witten grond wordt 25 of 15 pCt., naar het
genoemde verschil in de wijze van invoer; voor garens van dezelfde
kleur 50 en 40 pCt.; voor roode, gele, rosé en groene garens geen
regt, evenmin als voor werktuigen, goud en zilver, planten en zaden;
voor opgemaakte kleederen, schoenen enz. wordt 50 en 40 pCt.; voor
ale of porter in flesschen 25 en 20 pCt.; voor wijnen, likeuren en
azijn 50 en 40 pCt. en voor sterke dranken 60 en 30 geheven.
«Tropische producten, gelijk die van de Philippijnen, worden niet
ter consumptie toegelaten, evenmin als vuurwapenen, zonder eene
speciale vergunning.
«Alle goederen mogen opgeslagen zijn tegen betaling van 1 pCt.
«De uitvoerregten op alle soorten van producten naar vreemde havens
zijn: 3 pCt. met vreemde en 1 1/2 pCt. met Spaansche vaartuigen,
met de volgende uitzonderingen: hennep betaalt aldus 2 en 1 1/2 pCt.;
schildpad, paarlemoer 1 pCt.; rijst 4 1/2 en 1 1/2 pCt.
«Geene regten worden geheven van goederen, die langs de kust aankomen
of vertrekken met kustvaartuigen.
«Havenregten.--Geene speciale regten worden thans van vaartuigen
geheven, die te Iloilo aankomen, maar men kan ze ongeveer gelijk
stellen met de te Manilla geheven wordende, als: van vreemde vaartuigen
die in ballast aankomen of vertrekken 18 3/4 c. per ton; met lading
in- of uitwendig 34 3/4 per ton; met lading van binnen en van buiten
37 1/2 c. per ton.
«De arbeidsloonen zijn gematigd te Iloilo. Landbouwers ontvangen 12
1/2 c. à 18 3/4 c. per dag; timmerlieden 18 3/4 à 25 c.; metselaars
25 c. per dag.
«Versche provisie kan men tegen lage prijzen verkrijgen.
«De gebruikelijke maten en gewigten voor de producten zijn: de
quintal, van 4 arrobas of 100 ponden Spaansch, gelijkstaande met 101
3/4 Eng. ponden; de pikol van 100 catties of 140 Eng. ponden. De zak
rijst (cavan de provincia) staat gelijk met 1 1/2 zak van Manilla
of cavan del rey; hij weegt ongeveer 190 Eng. ponden en bedraagt in
maat 8,997 kubiek duim. De pesada, waarmede men sapanhout verkoopt,
weegt 13 arrobas, 13 pond of ongeveer 2 1/2 pikols.
«De munt is geheel dezelfde als te Manilla, maar voor meest alle
aankoopen worden zilveren dollars betaald, daar goud moeijelijk
circuleert.
«Uit het voorafgaande overzigt van den handel in deze haven zal men
zien dat tegenwoordig, met een jaarlijkschen uitvoer van ongeveer 1600
vaten suiker, meer dan 2000 vaten sapanhout en 350 à 400 ton hennep,
zij (met het oog op de hoeveelheid die vreemde schippers zouden kunnen
verzekeren) de ladingen kunnen opleveren voor twee vreemde vaartuigen
van tamelijk groote tonnemaat; en ten opzigte van de suiker, die
de geheele lading van vreemde vaartuigen, die van hier vertrekken
zal, uitmaken, zal de toevoer in het volgende jaar waarschijnlijk
verdubbeld worden. Het meer gewigtige vraagstuk echter, met betrekking
tot den vreemden handel van Iloilo, betreft niet de tegenwoordige
hoeveelheid van productie (die nog zeer beperkt is), welke dit eiland
kan opleveren, maar of men tot de bijeenvoering van de producten uit
de naburige eilanden en provinciën in wezenlijkheid zal kunnen geraken.
«Een overzigt van de feiten nopens de zuidelijke Philippijnen zou tot
eene bevestigende conclusie schijnen te leiden. Met een gezamenlijken
jaarlijkschen uitvoer van 4,000 vaten hennep uit Leyte en Samar,
meer dan 5,000 vaten suiker uit Cebu, eene (snel toegenomen)
productie van ongeveer 900 vaten suiker en 800 vaten hennep uit
Negros en zonder nog den mogelijken toevoer van hennep te rekenen,
die de zuidelijke Camerines en Albay zouden kunnen opleveren, (die
verreweg het grootste gedeelte van den bestaanden uitvoer van hennep
uit de Philippijnen produceren en, gedurende den noordoostelijken
mousson, op korter afstand van Iloilo dan Manilla zijn), mag men
gewis aannemen, dat, bij betrekkelijk gelijke prijzen die hier te
verkrijgen zijn, Iloilo in den loop van tijden eene langzamerhand
toenemende hoeveelheid van de producten zal tot zich trekken, die nu
naar Manilla gaan. Men mag verder onderstellen dat Misamis (dat eene
belangrijke hoeveelheid van opmerkelijk goede hennep oplevert), Caraga
en de overige provinciën van Mindanao, ook in den loop van tijden hun
aandeel zullen bijdragen in de producten, die men in eene haven kan
verkrijgen, welke hunne handelaren op hunnen weg naar Manilla moeten
voorbijtrekken, ofschoon de geheele ontwikkeling van het verkeer
der naburige eilanden met Iloilo grootendeels zal afhangen van het
bedrag van Europesche invoergoederen, waarmede deze laatste haven
langzamerhand hare nieuwe bezoekers zou kunnen voorzien. Ofschoon men
de opinie van de inlanders zelven niet als een gids kan aannemen,
kan zij eenigermate als eene aanwijzing dienen van hetgeen men kan
verwachten. Bij het bespreken van het onderwerp met de eigenaars van
de kleine vaartuigen, wier ladingen hennep naar Iloilo zijn gebragt,
hebben zij dikwijls gezegd: «Als vreemde vaartuigen hier komen en
hoogere prijzen geven, zou er veel meer hennep uit Leyte en Camarines
naar Iloilo komen.»
«Daar Cebu rijst en manufacturen voor eigene consumptie produceert,
bestaat er tegenwoordig weinig communicatie daartusschen en Iloilo,
maar het is verblijdend te vernemen dat een der deelhebbers van de
meest ondernemende Spaansche firma op deze plaats het voornemen heeft
zich zoowel naar Cebu als Leyte te begeven, ten einde, zoo mogelijk,
eene handelsconnectie daar te stellen, met het oogpunt bovendien
suiker en hennep naar dit gedeelte te verzenden.
«Het is ook een gunstig teeken dat de handel der naburige eilanden meer
en meer de aandacht trekt van sommige vreemde firma's te Manilla. De
Amerikaansche huizen (gewoonlijk de eerste in de ondernemingen van
dien aard) hebben reeds, door Spaansche tusschenkomst, agentschappen
te Negros, Leyte en Cebu opgerigt, tot aankoop van hennep en suiker,
en uit Manilla wordt, op schijnbaar goede gronden, berigt dat een
hunner laatstelijk eene som van 170,000 dollars voor dit doel heeft
voorgeschoten, waarvan de verdeeling veel tot de vermeerdering zou
bijdragen en dus indirect zou medewerken tot de toekomstige toeneming
van den uitvoer uit Manilla.
«Met het oog op de groote voordeelen, die uit de vestiging van
liniën van kleine koopvaardijstoombooten tusschen de eilanden zouden
voortvloeijen, is het feit dat het Gouvernement laatstelijk bevel
heeft gegeven om de uitgebreide steenkool-districten in Cebu te
beginnen te exploiteren, niet van gewigt ontbloot. Het onderwerp van
stoomvaart in den Archipel trekt de aandacht te Manilla en het is niet
onwaarschijnlijk dat binnen weinige jaren de eilanden op die wijze met
elkander zullen zijn verbonden, die veel tot hun voordeel zal strekken.
«Het had vooraf vermelding verdiend dat de reis van Iloilo naar
Manilla gedurende den noord-oostelijken mousson (van November tot
Maart) gewoonlijk de betere soort ravaartuigen in den handel van 10
tot 15 dagen en op terugreis van 4 tot 6 dagen ophoudt. Ten gevolge
van de beschutting, die de eilandengroep, de Silanga uitmakende, en
andere havens op den weg aanbieden, behoeven schepen hier niet (zoo
als gewoonlijk tusschen de havens aan het noordelijke gedeelte van
de meer opene kust van Luzon en de hoofdstad) het anker gedurende de
stormachtige maanden van September tot November uit te werpen, en de
communicatie met Manilla, hoezeer gedurende deze maanden minder druk,
wordt zelden voor eenigen tijd geheel belemmerd. Gemiddeld verlaat
een vaartuig de hoofdstad iedere acht of twaalf dagen.»
Ik voeg hierbij eenige verdere extracten uit een verslag over den
handel van 1858, die de heer Loney mij welwillend heeft afgestaan en
het gewigt van de kultuur van Iloilo helder aantoont:
«De invoerhandel, in regtstreeksch verkeer met Britsche en vreemde
huizen, is in het afgeloopen jaar in eene mate vermeerderd, die niet
kan worden verwacht. Vroeger bedroeg hij niet meer dan 7,000 dollars;
maar nu is hij, gedurende een tijdvak van twee jaren, tot ruim 140,000
dollars gestegen en er bestaat uitzigt dat hij in de toekomst nog
meer vermeerderen zal, wanneer het meer bekend zal worden dat eene
aanzienlijke hoeveelheid manufacturen ter markt kan worden gebragt.
«Ten gevolge van het bestaan van een voorraad vreemde artikelen in
Iloilo, die door de inlandsche koopers als algemeene regel (en als
een gevolg van de meer directe wijze waarop zij in hunne handen komen)
tegen goedkooper prijzen dan in de Chinesche winkels te Manilla kunnen
worden verkregen, hebben vele inlandsche en ook eenige Chinesche
handelaren het voordeel hunne aankoopen te kunnen doen op de plaats
zelve in plaats van te Manilla en sommige der eerste hebben zelfs
de uitgaven niet te doen en het verlies van tijd niet te ondergaan,
die zij vroeger verspilden in het gaan naar Manilla om voorraad op
te doen, terwijl anderen niet zoo dikwijls meer als vroeger naar de
hoofdstad reizen en hunne pina-goederen aan de zorg van vrienden
en agenten toevertrouwen; dien ten gevolge begint de handel op
eene minder verouderde wijze dan vroeger te worden gedreven, toen
iedere kleinhandelaar zelf zijne goederen aanbragt, die hij tegen
hooge prijzen van de Manilla-winkeliers heeft gekocht. Handelaren
van Antique, van het eiland Negros en van Leyte vinden thans ook te
Iloilo een voldoende voorraad goederen voor hunne behoeften. Een ander
voordeelig gevolg is, dat zij, die in het groot te Iloilo koopen, hunne
goederen aan de kleinhandelaren of aan hunne agenten kunnen afstaan,
die ze in het binnenland tegen lager prijzen dan vroeger verkoopen. De
goederen zijn dus door de goedkooper prijzen verkoopbaar op plaatsen
in het binnenland van het eiland, waar men ze vroeger zelden kocht en
een natuurlijk gevolg daarvan is eene belangrijke vermeerdering der
consumptie. Het algemeene getuigenis van al de oudere ingezetenen in
de provincie is, dat gedurende de laatste paar jaren eene opmerkelijke
verandering heeft plaats gegrepen in de kleeding en in het algemeen in
het uitwendige van de inwoners der grootere pueblos, hetgeen in groote
mate aan het betrekkelijke gemak is te danken, waarmede zij artikelen
verkrijgen die vroeger òf niet ingevoerd werden òf die om de hooge
prijzen niet onder hun bereik vielen. In het inwendige der huizen is
dezelfde verandering ook merkbaar in de meubelen en andere zaken en
in het blijkbare verlangen om versierselen bij de noodige artikelen
van huishoudelijk gebruik te voegen; en zij die overtuigd zijn van
de wenschelijkheid om, bij den buitengewoon onverschilligen aard der
inlanders, in hen eene zucht op te wekken tot verbetering van hunnen
toestand en dien van hunne gezinnen, of dien van anderen na te streven,
door binnen hun bereik te stellen de meer aantrekkelijke en nuttige
artikelen van Europesche productie, zal te gelijker tijd in deze feiten
de heilrijke strekking naar vermeerderden en goedkooper invoer zien.
«Ten opzigte van de regten, die van den invoer worden geheven, moeten
wij de meer of minder spoedige waarschijnlijkheid van directen invoer
uit Europa of China naar Iloilo, in aanmerking nemen. Men behoeft
slechts weinig bekend te zijn met den trapsgewijzen en langzamen gang
der handelszaken om de traagheid te erkennen, waarmede zij voor nieuwe
kanalen van communicatie geschikt wordt. Vooral is dit het geval ten
opzigte van deze zuidelijke eilanden, ten gevolge van de afsluiting
waarin zij met betrekking tot den handel werden gehouden en die zoo
groot is dat men gerust kan zeggen, dat het eiland Panay, met zijne
750,000 inwoners, naauwelijks zelfs bij naam bekend is op eenige der
handelsmarkten van Europa, Amerika en zelfs van Azië. Men behoeft er
zich dus niet over te verwonderen, dat geene directe transactiën in
den invoer hebben plaats gehad. Men moet in aanmerking nemen dat de
jaren 1857-58 hoogst ongunstig voor nieuwe handelsbelangen van elken
aard zijn geweest door den toenmaligen gedrukten toestand van den
handel op alle markten ter wereld. Deze gedrukte toestand, ofschoon
hij nog gevoeld wordt, oefent echter thans geen invloed meer uit en de
Iloilo-markt zal onder anderen ongetwijfeld de aandacht trekken van
Europesche fabrikanten en kapitalisten, ofschoon noodwendig eenige
tijd zal moeten verloopen, vóórdat een voldoend aantal reeders kan
gevonden worden om verzendingen te doen van zulk een verscheiden aard
en sortering als noodig zouden zijn eene lading vol te maken, ten einde
in de behoeften van Panay en de naburige eilanden te voorzien. Reeds
zijn langs Manilla verzendingen aangekomen, die bijzonder voor de
Iloilo-markt werden bestemd en deze omstandigheid en het feit dat de
Manchestersche fabrikanten belang beginnen te stellen in de navraag van
Iloilo, waarborgen stellig de verwachting dat het niet lang meer zal
duren, dat verzendingen uit Europa langs Manilla op uitgebreide schaal
zullen plaats hebben en den weg tot directe verscheping naar Iloilo
zullen banen. Ofschoon het bijna nutteloos is in dergelijke gevallen
voorspellingen te doen, waar zoo vele omstandigheden de ontwikkeling
van eene nieuwe markt kunnen belemmeren of bevorderen, aarzel ik toch
niet te verklaren dat het meer dan waarschijnlijk is, dat in den loop
van twee jaren Spaansche vaartuigen direct uit Liverpool zullen komen
of Manilla zullen aandoen en een gedeelte van hunne ladingen daar
laten, waardoor meer bijzonder dan thans regtstreeksche uitvoer zal
plaats hebben en de suikeroogst tot eene hoogte gebragt worden, die
het aan de schepen, welke met stukgoederen aankomen, gemakkelijk zal
maken, om ladingen van suiker, sapanhout en huiden terug te nemen,
alle welke producten--het behoeft niet gezegd te worden--te Iloilo
veel goedkooper dan te Manilla kunnen worden verkregen.
«Het is ook waarschijnlijk dat spoediger regtstreeksche invoer
uit China dan uit Europa zal plaats hebben. Het gebruik van ruwe
Shangaï-zijde is veel grooter te Iloilo dan in eenige van de andere
Philippijnsche provinciën en de consumptie bedraagt meer dan 30 pikols
per maand, die gemiddeld 600 dollars zilver per pikol of wel 18,000
dollars per maand waardig zijn.
«De uitvoerhandel van Iloilo regtstreeks naar vreemde markten is
inderdaad de eerste gebeurtenis, waarvan het handelslot, om zoo te
zeggen, van de Bisaja-eilanden afhangt. De voornaamste hinderpaal,
behalve de bovengemelde, die het begin heeft vertraagd, was de
buitengewoon geringe opbrengst van suiker. In 1855-56 bedroeg de
oogst te Iloilo, daaronder eenige hoeveelheid uit het eiland Negros
gerekend, naauwelijks 12,000 pikols en in plaats van te vermeerderen,
is zij verminderd ten gevolge van de ontmoedigende werking der uiterst
lage prijzen van 1,875 tot 2 dollars per pikol van 140 lbs., hetgeen
alles was, wat men er voor kon krijgen, na de kosten van verzending
naar Manilla te hebben ondergaan. In 1856-57 beliep de opbrengst,
onder den prikkel van hoogere prijzen, 35,000 à 37,000 pikols. In
1857-58 hadden deze hooge prijzen een nog beter gevolg voor het planten
van riet, en men berekende dat de oogst minstens 50,000 pikols zou
opleveren; maar veel regenachtig weder deed de jaarlijksche opbrengst
tot ongeveer 30,000 dalen. De oogst van 1858-59 is echter het gevaar
van regen ontkomen en men berekent, dat hij ongeveer 80,000 pikols
van Januarij tot Julij zal opleveren. Hij wordt zelfs wel op 100,000
pikols geschat, maar ik geloof dat hierin overdrijving bestaat.
«Daar de opbrengst van suiker te Iloilo (ongerekend de oogst van Isla
de Negros, die nu berekend wordt 30,000 pikols op te leveren en die van
Antique, welke men op 20,000 pikols schat, beide zeer geschikt voor
de markt van Iloilo) gelukkig het bovengemelde bedrag heeft bereikt,
is regtstreeksche uitvoer van suiker nu mogelijk geworden en er worden
toebereidselen gemaakt om regtstreeks naar Australië verzendingen te
doen plaats hebben gedurende de eerste maanden van het volgende jaar.
«Het bereiken van markten van consumptie langs den regtstreekschen
weg, het vermijden van overscheping en van dubbele vrachtkosten,
zijn punten, die uit een handelsoogpunt van het grootste belang
zijn [36]. De zaken nu staan zoo, dat het des te meer noodig is,
met opzigt tot den Philippijnschen handel, om deze punten in
het oog te houden. Australië is nu, na Groot-Brittannië, de meest
belangrijke markt voor de Philippijnsche suiker en bijzonder voor de
ruwe Bisajaansche suiker van Iloilo en Cebu, die daar ter raffinering
gebruikt worden en het zal ongetwijfeld spoedig de grootste consument
van de suiker op deze eilanden zijn. In 1857 bedroeg de uitvoer van
Iloilo- en Cebu-suiker van Manilla naar Australië respect. 18,178
en 51,519 pikols, terwijl naar al de andere markten en daaronder
naar Groot-Brittannië 11,519 en 41,699 pikols werden verzonden; in
hetzelfde jaar beliep de totale uitvoer van alle soorten van suiker
naar Australië zelfs meer dan naar Groot-Brittannië, namelijk: 17,847
vaten of 285,552 pikols naar de eerste, tegen 16,675 vaten of 266,800
pikols naar de laatste markt. In dit jaar (1858) bedroeg de totale
uitvoer van Manilla naar Australië, ten gevolge van een tekort in
de Pampanga-oogst en de ontmoediging, die de hooge prijzen van 1857
aan de Australische invoerders berokkenden, slechts 9,038 vaten of
145,028 pikols.
«Terzelfder tijd voorzien Mauritius, Java en Bengalen Australië
met groote en toenemende hoeveelheden suiker, en Mauritius in het
bijzonder, dat de groote voordeelen geniet van meerdere nabijheid
(wat den tijd betreft) en van machines en andere benoodigdheden, die
van veel beter hoedanigheid zijn dan die welke in de Philippijnen
in gebruik zijn, voorziet de Australische markt van eene groote
hoeveelheid gekristalliseerde en geele suiker, die in Sydney en
Melbourne veel gezocht worden, waar de voortdurende toeneming van
de bevolking en van de algemeene welvaart de navraag naar betere
soorten suiker vermeerdert. In 1857 kregen de Australische koloniën
24,000 vaten of 384,000 pikols suiker uit Mauritius, en de laatste
verslagen doen voorzien, dat de verschepingen dit jaar naar dezelfde
gedeelten 30,000 vaten of 480,000 pikols zullen bedragen. De Port
Louis Commercial Gazette van 10 Augustus 1858 zegt het navolgende:
«Er is geen twijfel dat de tegenwoordige oogst 240 millioen pond,
dat is 120,000 vaten (bijna 2 millioen pikols), zal bedragen, maar
daar de Australische koloniën 24,000 van den laatsten oogst trokken,
kunnen wij verwachten dat zij van dezen minstens 30,000 zullen nemen,
daar onze gekristalliseerde en geele suikers daar meer gewild worden.»
Hetzelfde dagblad van 27 October voegt er bij: «Deze gemakkelijkheid om
voor de producten billijke prijzen te maken, heeft levendigheid aan de
zaken bijgezet en de vooruitzigten van de kolonie verbeterd. Er zijn nu
150 vaartuigen in onze haven, die naar en van verschillende gedeelten
der wereld laden en lossen. Op onze marine-etablissementen houdt men
zich druk bezig met het herstellen van schepen van verschillende
natiën, die zich gelukkig geacht hebben hier eene schuilplaats te
kunnen vinden; onze uitgestrekte kaden zijn te klein voor onzen handel;
de doelmatige nieuwe pakhuizen, die laatstelijk gebouwd zijn en tot de
verfraaijing van onze haven zullen bijdragen, zijn gevuld met goederen
en producten; onze bevolking is dit jaar met 25,000 immigranten
vermeerderd, terwijl slechts 6,500 personen zijn vertrokken. Onze
openbare inkomsten zijn belangrijk vermeerderd; de maatschappijen
nemen in bloei toe; de landbouw is uitgebreid, suiker-machines en
werken verbeterd en vermeerderd, en particuliere gebouwen in het
voornaamste gedeelte der stad vergroot en uitwendig verbeterd.»
«Gelukkig voor de Philippijnen, met het oog op hunne krachtiger
mededingers, Mauritius, Java en Bengalen, zijn de mindere soorten
van ruwe suikers van Iloilo, Capiz en Antique, Isla de Negros en
Cebu, in gewone tijden, goedkooper dan die van eenige der laatste
koloniën en dien ten gevolge meer geschikt ter raffinering; maar
niets kan helderder dan de bovengenoemde feiten nopens den uitvoer
van Mauritius, het groote gewigt doen uitkomen van het openhouden der
wegen van uitvoer voor de ruwe Philippijnsche suikers naar Australië
tegen de goedkoopst mogelijke prijzen voor de invoerders.
«De grootere uitgestrektheid en de buitengewone vruchtbaarheid der
Philippijnen, in vergelijking met Mauritius, moeten ten slotte, zoo
geene kunstmatige hinderpalen op nieuw aan de productie van de eerste
in den weg gelegd worden, tot de ontwikkeling leiden van meerdere
suikeroogst dan die van de laatste kolonie.
«De resultaten van de opening der havens van Soerabaja, Samarang
en Cheribon en van andere op het eiland Java, zijn aanmoedigende
omstandigheden, daar zij, onder meer gelijke voorbeelden, aantoonen
van hoe groot gewigt Iloilo, als de centrale haven van de Bisajaansche
eilanden, kan worden. Soerabaja en Samarang (en vooral de eerste),
die gunstig nabij de hoofdplaatsen van productie zijn gelegen,
voeren nu eene onmetelijke hoeveelheid producten uit en er worden
orders voor de directe verscheping naar Europa van rijst, suiker,
koffij, tabak en andere Javaansche producten door den telegraaf door
de Bataviasche huizen aan hunne agenten in deze havens gegeven over
een afstand van meer dan 350 mijlen. Ik kan voor het oogenblik niet
meer doen dan kortelijk wijzen op het begin van uitvoer van hout
voor gebouwen en meubelen van Iloilo en Antique naar China. Het
Spaansche vaartuig Santa Justa laadde dit jaar eene groote lading
hout voor Hongkong, die laatstelijk tegen 63 1/2 cents per voet
werd gekocht. Sedert is de prijs ten gevolge van de navraag voor
den herbouw van Canton, in Hongkong gerezen en zijn toebereidselen
gemaakt om andere ladingen met een groot vaartuig, hetzij Spaansch
of buitenlandsch, naar China te verzenden; er bestaat veel uitzigt
dat binnen kort eene groote trafiek in dit artikel zal komen, dat,
gelijk wij reeds zeiden, van uitmuntende hoedanigheid, in groote
hoeveelheid, goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar is bij Iloilo en
de aangrenzende provincie Antique.
«Vaartuigen, die de reis naar Iloilo uit Australië of van eenige
plaats in het zuiden der Philippijnen maken, moeten, gedurende den
Z. W. mousson, den archipel tusschen de eilanden Basilan en Zamboanga
binnenvaren en, wanneer zij kaap Batalampon voorbijgaan, in den omtrek
van kaap Gorda blijven en het Murcielagos-eiland aandoen, om daardoor
te vermijden om naar de westzijde te worden gedreven door de sterke
stroomen, die van de Mindanao-kust opkomen gedurende de beide moussons.
«Gedurende den N. O. mousson is het best een omweg te maken naar
het oosten der Philippijnen en den archipel langs de straat van San
Bernardino in te varen. Deze moeten langs Samar en Masbate binnen
gevaren worden. Vaartuigen, die van Manilla of van noordelijke
havens komen, kunnen langs de Mindoro-passage gaan, maar zij moeten
Don Claudio Monterio's kaarten raadplegen. Na Tables en Romblon
(waar eene uitmuntende haven is) te zijn gepasseerd, moet men de
Silanga-eilanden aandoen, waarvoor het hooge eiland gelegen is,
Suikerbrood (Pan de Azucar) genaamd. Gedurende den N. O. mousson moeten
de vaartuigen zich tusschen de eilanden Jintotolo en het grootere
Zapato (Schoen-eiland) houden, maar gedurende den zuidwestelijken
tusschen Olivaja en het kleinere Zapato passeren. Het beste kanaal is
tusschen Sicogon en Calaguan, maar de uitwendige en breeder passage
tusschen de eilandgroepen en het eiland Negros, is verkieslijk voor
groote vaartuigen. In den binnenweg is eene veilige ankerplaats. Te
Bacuan en Apiton vindt men voorraad.
«Het getij door de Silanga-eilanden en de Zeven Zonden stroomt drie
of vier mijlen per uur en van de Zeven Zonden naar Iloilo dikwijls
zes tot zeven mijlen per uur.»
De bloei van den handel is zoo naauw verbonden met de algemeene
welvaart en de vermeerdering van menschelijk geluk, dat men niet
anders dan met belangstelling de resultaten kan beschouwen van
eene wetgeving, die den handel van banden verlost en de industrie
aanmoedigt, en het eiland Panay kan als een veelbelovend veld voor de
toekomst beschouwd worden. Uit de jongste verslagen blijkt, dat de
rietaanplant zeer snel in deze provincie is toegenomen, ten gevolge
van de voortdurend hooge prijzen van de suiker en ook van het feit,
dat de directe uitvoerhandel naar Australië is begonnen. De planters
zien nu, dat de aankomst van vreemde vaartuigen tot eene voortdurende
navraag voor hunne suiker zal leiden tegen betere prijzen, dan die
zij vroeger op de markt te Manilla maakten, van waar, vóór de opening
van de haven van Iloilo voor den vreemden handel, al de suiker van
deze en de naburige provinciën moesten worden verscheept tegen groote
onkosten door hooge vrachtprijzen, landings- en overschepingsregten,
zee-assurantie, commissie, makelarij enz., al hetwelk nu door directe
verscheping naar de plaats van productie wordt vermeld.
«De prikkel aan de aanplant gegeven, heeft dit jaar eene vermeerdering
in de opbrengst te weeg gebragt van 60,000 pikols (3,750 vaten) en te
oordeelen naar de groote hoeveelheid riet, die voor den volgenden oogst
wordt geplant, kan men verwachten dat in 1860 ongeveer 140,000 pikols
(7,500 vaten) zullen worden geproduceerd, zonder de hoeveelheid te
rekenen die de naburige provinciën Antique (30,000 pikols) en het
eiland Negros (35,000 à 40,000 pikols) opleveren, uit welke beide
plaatsen suiker wordt aangebragt en uitgevoerd.
«Het verschil in de kosten van de suiker te Iloilo en Manilla bedraagt
tegenwoordig 2 p. 16 sh. 5 d. per vat, vrij aan boord, zoo als blijkt
uit de volgende