Voor vreemde volkeren--vooral voor de Engelschen--is het bijzondere
belang, dat voor den toestand der Philippijnen gekoesterd wordt,
natuurlijk meer uit een oogpunt van handel dan van politiek. Die
eilanden moeten in handelsgewigt toenemen; reeds is genoeg gedaan om
eene achteruitgaande of zelfs eene stilstaande staatkunde onhoudbaar
te maken. Iedere stap, die genomen is om de oude banden los te maken,
waarmede onwetendheid en monopolie den vooruitgang belemmerden,
is gelukkig en productief genoeg geweest om voortgang te beloven en
bijna te verzekeren op een weg, die nu gebleken is heilzaam te zijn
zoowel voor 's Rijks schatkist als voor de algemeene welvaart. De
statistieke tabellen, die ik heb kunnen verzamelen, zijn veelal
onvolledig en niet accuraat, maar kunnen over het algemeen geacht
worden als de waarheid te naderen en zijn zeker niet van belang
ontbloot als middelen van vergelijking tusschen de resultaten van
het beperkte stelsel van uitsluiting, dat zoo geruimen tijd door het
Spaansche bewind en de administratie van las Indias werd voorgestaan,
en de wijzer en meer vrijzinnige beginselen, die hun licht verspreiden
door de dikke duisternis van het verledene.
De nadeelen en misslagen van een gepriviligieerden en geprotegeerden
handel en de onheilen die monopoliën tevens aan de algemeene belangen
toebrengen, kan men inderdaad wel leeren kennen in de oude wetgeving
van Spanje, wat hare koloniën aangaat. In den beginne mogt slechts
één vaartuig van de Philippijnen naar Mexico varen; het moest
worden gekommandeerd door officieren van 's Rijks marine, als een
oorlogsschip zijn uitgerust en aan een aantal ongerijmde beperkingen
en voorschriften onderworpen: zoo moesten gelukzoekers 20,000 dollars
betalen voor hun privilegie en niemand werd als zoodanig toegelaten,
wanneer hij niet was een vocal de consulado, waarvoor een verblijf van
verscheidene jaren op de eilanden en het bezit van grondeigendom tot
eene uitgestrektheid van 8,000 dollars werd vereischt. Het privilegie
ging dikwijls heimelijk, door koop, in de handen van monniken,
ambtenaren, vrouwen en andere speculanten over, en men kan dus wel
onderstellen tot welke prijzen de goederen gesteld werden. Zoo was
de geoorloofde plundering in Azië, bij de aankomst te Acapulco, in
Amerika, naar welke plaats de lading gedwongen werd geconsigneerd
te worden, 33 1/3 pCt. opgelegd naar de facturen van Manilla. En
bij de terugkomst van het schip werden gelijke of nog ongerijmder
voorwaarden opgelegd: het dubbele van de lading, die verzonden was,
moest worden teruggebragt, maar daar de winsten dikwijls ontzaggelijk
waren, werd elke soort van fraude uitgeoefend om fictive waarde aan
de ingevoerde artikelen te geven; van het begin tot het einde van de
onderneming schenen de betrokken partijen als het ware te wedijveren
in het plegen van bedrog.
De oprigting van de Compagnie der Philippijnen, in 1785, gaf een
anderen vorm aan het monopolie, maar leidde tot eenige ontwikkeling
van de koloniale industrie.
Het is naauwelijks noodig de geschiedenis te volgen van den handel der
Philippijnen, zoo als hij door de vele phasen tot zijn tegenwoordigen
betrekkelijken voorspoed is gekomen, welke moet afgemeten worden naar
de vrijheid, die ingevoerd is. Wanneer de Spaansche autoriteiten den
moed gehad hadden de tooverwoorden: «Laissez faire, laissez passer!»
uit te spreken, welk een overvloed van zegeningen hadden niet over
den Archipel kunnen uitgestort worden!
Maar het kon naauwelijks verwacht worden van een Gouvernement als het
Spaansche, om, hetzij uit eigene beweging, hetzij door de noodige
vrijheid aan den Gouverneur-Generaal te geven, een zoo grootsch
werk te verrigten, als dat van eene vrije productie, vrijen handel,
vrije kolonisatie en vrije opvoeding in de Philippijnen; en toch zou
een zoo grootsche en edele stap, naar ik geloof, in een paar jaren
gevolgd worden door een vooruitgang en voorspoed, die nog verre de
berekeningen zouden overtreffen, welke men heeft durven maken. Het
weinige, dat voor vrijheid van handel is gewaagd, hoe haastig en
gebrekkig ook, kan niet anders dan toekomstige pogingen aanmoedigen
en te gelijker tijd zijn vele zegenrijke hervormingen onder de
aandacht van het Gouvernement gebragt, met zulke sprekende cijfers
en onweerstaanbare redenen, dat, zoo het slechts van deze afhing,
de Philippijnen de hoop mogten voeden, spoedig in het genot te worden
gesteld van een vooruitzigt op toekomstigen voorspoed. De herziening
der tarieven, de afschaffing van kleine lastige fiscale formaliteiten,
verbetering van de rivier-scheepvaart, het zuiveren der havens,
het plaatsen van lichttorens en andere voorzorgmaatregelen voor de
veiligheid der scheepvaart, zijn de meest dringende en onmiddellijke
verlangens van den handel. Te Manilla wordt het gemis van dokken voor
het herstel en het beschermen van schepen zeer gevoeld; het tolhuis
bevindt zich aan de kwade zijde van de rivier, ofschoon het beter
ware dat het aan geen enkele zijde stond; er bestaan geen middelen van
geregelde postcommunicatie met de eilanden van uit het schiereiland;
sleepstoombooten, reddingbooten, kaden- en havenhoofden, zeemanshuizen,
marine-hospitalen ontbreken, maar de noodzakelijkheid daarvan is
zoo sterk bepleit, dat men op eene spoedige voorziening daarin mag
hopen. In waarheid, het is verblijdend in zoo verwijderde landstreken,
die zoo lang onder de meest ontmoedigende en tegenhoudende invloeden
hebben verkeerd, dat streven, dat de pionnier van en de sleutel tot
alle verbetering is, zoo krachtdadig en niet te vergeefs aan het werk
te zien.
In 1858 werd aan de kamer van koophandel door den Gouverneur-Generaal
het verzoek gedaan, dat de kooplieden hem de best mogelijke middelen
zouden aanwijzen om de rijkdommen van de Philippijnsche eilanden te
ontwikkelen, door hunnen buitenlandschen handel uit te breiden. De
Britsche kooplieden drukten den algemeenen wensch uit, dat de eilanden
de zegeningen mogten ondervinden van dat stelsel van vrijen handel en
vrije handelspolitiek, waarvan de «grootsche resultaten» aan allen
bekend waren, en wezen daarna de volgende speciale bezwaren aan,
die dringende verbetering vereischten:
1o. Het tegenwoordige stelsel van gedwongene verloven voor iedere
ladingboot, die men gebruikt, leidt tot menige noodelooze last,
misbruiken en oponthoud.
2o. Herziening van de tarieven, die op sommige artikelen zeer
zwaar drukken, tot bescherming van eenig gering fabriekbelang op het
eiland. Dit is vooral het geval met katoenen goederen, voor dagelijksch
gebruik bestemd; de gekleurde met de op het eiland gefabriceerde
verw worden het zwaarst belast, om de inlandsche verwerijen aan
te moedigen. Vele artikelen worden veel boven de wezenlijke waarde
geschat, zoodat de percentmatige belasting te groot wordt. Kamerdoek
bijv., wordt met het dubbele van den marktprijs belast. IJzeren
ketenen, die vijf dollars per cwt. waard zijn, worden met 12 dollars
belast. Daar er eene kleine hoeveelheid wit, zwart, blaauw, purper
en rozenkleurig katoen wordt geproduceerd, wordt daarvoor een regt
van 40 tot 50 pCt. geheven, terwijl roode, gele, groene enz., die
de inlanders niet kunnen verwen, vrij worden ingevoerd. Dit zijn
sprekende voorbeelden van de werking van een beschermend stelsel.
Andere blaauwe goederen worden geprohibeerd, omdat de eilanden indigo
produceren, en ter bescherming van de inlandsche schoenmakers (die in
den regel bijna altijd Chinezen zijn en slechts trekvogels in het land)
betalen buitenlandsche schoenen en laarzen van 40 tot 50 pCt., tot
groot nadeel van de openbare gezondheid, daar het inlandsch gelooide
leder niet tegen regen en modder bestand is, terwijl de beschermende
regten den Chineschen kolonist aanmoedigen fabrikant te worden, hoezeer
die minder noodig is dan de landbouwer. Op dezelfde wijze worden de
kleedermakers beschermd, d. i., hun wordt vergund om den verbruiker te
hoog te belasten tot 40 à 50 pCt. toe, zijnde het regt op ingevoerde
kleederen, die meestal in handen der Chinezen komen. Buitenlandsche
ingemaakte vruchten en likeuren hebben gelijke lasten te dragen, en
toch kunnen de Philippijnen geen inmaaksel en zoetigheden genoeg voor
zich zelven opleveren. Zoo volgt de eene dwaasheid en misrekening op de
andere. 1200 flesschen Spaansch bier werden in 1857 in de Philippijnen
ingevoerd en ten einde een zoo gewigtig belang te beschermen en aan
te moedigen, werd een buitensporig invoerregt geheven op 350 pijpen
en bijna 100,000 flesschen niet-Spaansch bier.
3o. Voorts maken de hooge differentiële regten ten voordeele van
Spaansche schepen een zeer gegrond punt van ontevredenheid uit,
en strekken die zeer ten nadeele van het algemeen belang. Over de
tonneregten op in- en uitzeilende schepen met ladingen zijn maar al te
juiste klagten gerezen. De nabijheid van zoo vele vrijhavens--Hongkong,
Macao en Singapore--en het meer vrijzinnige stelsel van de Australische
en Polynesische streken, plaatsen den Philippijnschen handel in
eene nadeelige positie. Onder de door mij verzamelde stukken behoort
een van een inlandsch koopman, waarin deze zegt: «De beschouwingen
van staathuishoudkundigen en de practische resultaten van vrije
handelswetgeving bevestigen het feit, dat het publiek crediet en de
publieke voorspoed gelijkelijk worden begunstigd door de vrijheid van
handel, en hij ziet uit een beperkt oogpunt, die, alleen met het oog op
tijdelijke derving van inkomsten door de vermindering van invoerregten,
de ontzaggelijke vermeerdering van al de bronnen van inkomsten vergeet,
die uit lage prijzen en toenemende aanvraag zal voortvloeijen.» Op die
wijze zullen de groote waarheden die stil en met succes eene omkeering
in de handelswetgeving hebben gebragt, zich overal verspreiden en
ten slotte de wereld in den grooten band van broederschap omvatten,
tot vrede en voorspoed van hen, die er getuigen van zijn.
Bij besluit van 18 Junij 1857 werden de beperkingen in den handel
in rijst en padie opgeheven en vreemde granen in den vrijen invoer
begrepen niet alleen in de voor den vreemden handel geopende, maar
in verschillende ondergeschikte havens. Ofschoon het verlof toen
slechts tijdelijk was, is het thans duurzaam geworden, en ik bevond
dat de vrijdom op deze gewigtige artikelen van alle tusschenkomst met
de tolkantoren de beste resultaten had opgeleverd door geregelde en
gelijke prijzen vast te stellen, zonder eenig nadeel voor de inlandsche
productie. Hoe meer algemeen de beginselen van den vrijen handel
worden toegepast, hoe meer men beveiligd zal zijn tegen schaarschte
en hongersnood aan de eene, tegen overvloed en vraatzucht aan de
andere zijde.
Rijst wordt bij de cavan verkocht. De prijs is gewoonlijk het dubbele
van die van padie. De gemiddelde fluctuatie beloopt 1 tot 2 dollars.
In 1810 bedroeg de invoerhandel op de Philippijnen slechts 5,329,000
dollars, waarvan meer dan de helft bestond uit kostbare metalen,
die uit de Spaansche koloniën van Amerika werden gezonden. Uit Europa
en de Vereenigde Staten beliep de handel slechts 175,000 dollars. De
uitvoer bedroeg 4,795,000 dollars, waarvan 1 1/2 millioen uit zilver
naar China bestond, terwijl het geheele bedrag van den uitvoer naar
Europa en de Vereenigde Staten 250,000 dollars beliep. De groote
sprong had in 1834 plaats, toen het monopolie van de Philippijnsche
Compagnie eindigde en de handel van dien tijd als in bloei toenemend
mag worden beschouwd. Van den handel met de omringende eilanden,
is die met Jolo, vooral door Chinezen gevoerd, belangrijk. Een van
de voornaamste artikelen van uitvoer zijn de eetbare vogelnesten,
van wier verzameling een Spaansch schrijver het volgende berigt
geeft: «De nesten worden tweemaal 's jaars verzameld; die uit
diepe en vochtige holen zijn het meeste waard. Om de plaatsen te
ruimen waar de nesten worden gevonden, is vroegtijdige schoonmaking
noodig en deze taak is altijd gevaarlijk. Om de kelders te bereiken
moet men verscheidene honderde voet loodregt afdalen, ondersteund
door een touw van bamboes of riet, dat over de zeegolven hangt,
waar deze tegen de rotsen stooten.» Uit Jolo bestaat ook een
belangrijke uitvoer van schildpad. Tripang (zeeschelp, Holothuria)
en haaivinnen worden naar de Chinesche markten gezonden, even als
paarlemoer, was en stofgoud. De reis van Manilla naar Jolo en terug
duurt gewoonlijk zeven à acht maanden. Een bijna gelijke handel als
die van Jolo wordt tusschen Manilla en de Molukkos gevoerd. Daarbij
komen echter ook specerijen onder den invoer voor. Er bestaat een
groote handel tusschen Singapore en Manilla, en met Amoy in China
worden zeer belangrijke zaken gedreven. Vaartuigen worden gewoonlijk
uit en naar die haven geladen. Rijst, padie, kokosnoten-olie, suiker,
fijn hout, lekkernijen en eene verscheidenheid van kleinere artikelen,
worden uitgevoerd; zijde, nankin, thee, vermiljoen, zonneschermen,
aardewerk en duizende kleinere zaken worden daartegen gegeven.
De binnenlandsche handel lijdt veel onder de groote inconveniënten
in de communicatie en het verschillende bederf, waaraan de koopwaren
blootstaan. Men zegt dat in den doorvoerhandel van het noorden van
Luzon naar de hoofdstad, er meer dan honderd houtvlotten zijn, waarop
de goederen over de verschillende stroomen moeten worden vervoerd;
bij elken overtogt heeft een langdurig oponthoud plaats, daar het vlot
(balsa) zelden gevonden wordt wanneer en waar het noodig is. Gedurende
een half jaar is bovendien het inlandsch vervoer het eenige middel
van vervoer, daar de moussons die zeereis onmogelijk maken voor
kustvaartuigen. Op de meer verwijderde eilanden gaan dikwijls maanden
voorbij zonder dat schepen uit de hoofdstad aankomen. Sommige missen
in het binnenland worden dikwijls bezocht door mohammedaansche en
heidensche inlanders, die de havens of grootere steden niet willen
bezoeken. Die van Yligan (Misamis, in Mindanao) wordt veel door
Mooren bezocht, die daar padie, cacao, koffij, stofgoud, katoenen
goederen, krissen en oorlogswapenen ter verkoop brengen, bij vele
andere inlandsche artikelen, die zij meestal tegen Europesche en
Chinesche goederen inruilen. Panaguis, in Luzon, is eene andere markt,
die door de Igorotte-Indianen veel wordt bezocht. Vele van de oude
riviercommunicatiën hebben opgehouden door overstroomingen, die eene
nieuwe rigting aan den stroom hebben gegeven en door het invallen
van blokken, boomen en rotsen uit de bovenlanden. Er bestaat veel
reizende kleinhandel in het binnenland; de Chinezen vooral zijn active
venters en rondloopers, en gaan overal om te koopen en te verkoopen,
waar iets te verdienen valt. Zij zijn in een groote mate de pionniers
van den handel en daardoor dienstig tot behulp en medewerkers bij het
openen van nieuwe velden, die later op meer uitgebreide wijze konden
worden geëxploiteerd.
Men vindt te Manilla zeven Engelsche, drie Amerikaansche, twee
Fransche, twee Zwitsersche en een Duitsch handels-etablissementen. In
de nieuwe havens is geen Europeesch handelshuis, behalve te Iloilo,
waar eene Engelsche firma bestaat, waarvan de Britsche vice-consul
het hoofd is.
Onder de curiositeiten van de handelswetgeving behoort een besluit van
den gouverneur der Philippijnen, gedagteekend van nog weinige jaren
geleden, waarbij bevolen werd dat geen schip eene lading uit China
of Oost-Indië mogt invoeren, zonder dat de kapitein zich verbond
te Manilla vijf honderd levende vogels (mimas?) mede te brengen;
men zeide toch dat deze vogel het best de insecten vernielde, die
destijds veel schade aan den oogst toebragten. Ik geloof niet dat er
ooit een vogel werd ingevoerd. Men had even gemakkelijk en redelijk den
invoer van eenige stukjes van de maan kunnen eischen, daar het vangen
en het houden naauwelijks onder het bereik van menschelijke krachten
valt en 500 vogels was het verlangde minimum, door ieder schip aan
te voeren. Niet het minst merkwaardige gedeelte van dat besluit of
die vordering was, dat zij allen gratis moesten worden afgeleverd.
Voor de bescherming der belastingen bestaat een gewapend ligchaam,
de Carabineros de Real Hacienda genaamd. Het bestaat uit inlanders
onder Europesche officieren en is belast met de land- en zeedienst. Zij
dragen een militairen uniform en een breeden hoed, die op een grooten
punschschaal gelijkt, doch zeer goed togen de zonnestralen beveiligt.
Groot-Brittannië heeft een bezoldigden consul en vice-consul te
Manilla en vice-consuls te Iloilo en Sual. Frankrijk heeft ook een
bezoldigden consul in de hoofdstad. De Vereenigde Staten, Portugal,
België, Zweden en Chili worden vertegenwoordigd door leden van
handels-etablissementen, die consulair gezag te Manilla uitoefenen. De
Amerikaansche consul is de heer Charles Griswold, en de meesten,
die deze eilanden bezocht hebben, hebben zijne gastvrijheid kunnen
op prijs stellen en voordeel getrokken van zijne ondervinding.
De post-etablissementen zijn onvolmaakt en onvoldoende en de lasten,
aan de verzending van brieven verbonden, talrijk. Er bestaat eene
wekelijksche postcommunicatie van uit de hoofdstad met de provinciën
op het eiland Luzon en zuidwaarts tot aan Samar en Leyte, maar
al de overige oostelijke en zuidelijke eilanden zijn aan de kansen
overgelaten, die de kusthandel aanbiedt, en daar gaan dikwijls maanden
voorbij, zonder dat er eenig nieuws uit de hoofdstad of het moederland
wordt ontvangen. Eene geregelde dienst, die in de behoeften van deze
belangrijke districten, vooral van Panay, met zijne meer dan een half
millioen bedragende bevolking, voorziet, is zeer wenschelijk.
Er bestaat thans eene veertiendaagsche dienst, die door de stoomschepen
van de Peninsular and Oriental Company wordt verrigt, die meestal
aankomt 48 uren vóór het vertrek en vertrekt 48 uren vóór de aankomst
van de stoomschepen uit Europa. Zij heeft geregeld plaats en de
brieven uit Spanje komen in omstreeks 50 dagen aan; maar verscheidene
dagen zouden nog gespaard worden zoo er eene stoomvaart bestond van
Malta naar Alicante. Voor deze dienst wordt eene jaarlijksche som (in
maandelijksche termijnen) van 120,000 dollars door het gouvernement
van Manilla aan de Compagnie betaald. De stoomschepen zijn vrij van
alle havenlasten, behalve loodsgelden.
Het Gouvernement heeft voorstellen gedaan voor de oprigting van eene
stoompakketvaart voor de dienst van de eilanden, onder aanbod van
45,000 dollars jaarlijks, als een staatssubsidie, maar ik geloof dat
er voorloopig geen uitzigt tot de verwezenlijking van dit plan bestaat.
De Banco Español de Isabel II is eene maatschappij, waarvan het
kapitaal 400,000 dollars bedraagt, in duizend aandeelen van 400 dollars
elk. Zij werd opgerigt in het jaar 1855 en aan de aandeelhouders
werden gewoonlijk dividenden betaald van 6 à 8 pCt. Zij geeft
bankbiljetten uit, discompteert plaatselijke wisselbrieven en leent
geld op hypotheek. De interest op de Philippijnen bedraagt gewoonlijk
zes tot negen pCt. De jaarlijksche operatiën van de Bank bedragen
meer dan 2 millioen dollars. In den regel wordt eene waarde van een
half millioen ongeveer aan wisselbrieven gediscompteerd. De gewone
omloop gaat 2,000,000 dollars niet te boven in bankbiljetten en
zij heeft goederen in bewaring genomen en rekeningen uitstaan tot
eene waarde van ongeveer 1,750,000 dollars. De Bank heeft veel gemak
aan den handel opgeleverd en aan een zijner voornaamste vereischten
beantwoord, dat namelijk om eenig opgehoopt geld van de inlanders in
omloop te brengen. De meeste buitenlandsche huizen zijn aandeelhouders.
Het tiendeelig stelsel in het rekenen en den geldsomloop werd op de
Philippijnen ingevoerd bij Koninklijk besluit; daardoor werd een einde
gemaakt aan al de complicatiën van maravedis, quartos en reales de
ocho, door de eenvoudige aanneming van den dollar, in honderd centen
verdeeld. Het zou inderdaad niet tot lof strekken van de Engelsche
bevolking (het zij in het voorbijgaan gezegd), indien, zoo als sommige
tegenstanders van verbetering hebben beweerd, zij nooit zou gebragt
worden om het goede te waarderen of te begrijpen eener verandering om
over te gaan tot het tiendeelige stelsel, dat de «onbeschaafde geest»
van den «woesten Indiaan» reeds is begonnen aan te nemen, die zijne
vingers gebruikt als de instrumenten voor de nieuwe philosophie en
waarschijnlijk nu en dan geholpen wordt door de eenvoudige abacus
van den Chineschen winkelier, waarmede hij veel te doen heeft.
De maten en gewigten, die op de Philippijnen gebruikt worden, zijn:
De Arroba (25 lbs. Spaansch) = 25.36 Eng. lbs.
De Quintal (100 lbs. Spaansch) = 101.44 Eng. lbs.
De Kattie = 1.395 Eng. lbs.
De Pikol van 137 katties (36 lbs. Sp.) = 139.48 Eng. lbs.
Cavan = 25 gautas.
Gauta = 8 chupas.
Pie = { 12 Sp. duim.
{ 11 Eng. duim.
Vara = { 3 pies.
{ 33 Eng. duim.
De zak rijst (zuiver) weegt 132 lbs. avoirdupois.
De zak padie 103 1/2 lbs. avoirdupois.
Vat olie 96 lbs. avoirdupois.
In het jaar 1855 publiceerde Don Sinibaldo de Mas, die met eene
officiële zending tot onderzoek van den toestand dezer eilanden was
belast, een rapport omtrent de inkomsten van de Philippijnen, gerigt
aan den Minister van Finantiën in Spanje [30].
Hij begint zijn rapport met eene vergelijking van de bevolking en den
handel van Cuba met die van de Philippijnen; hij gaf op dat Cuba,
met nog geen millioen inwoners, een handel van 27,500,000 dollars,
terwijl de Philippijnen, die hij zeide dat in 1850 4 millioen zielen in
een staat van onderwerping en 1 millioen niet onderworpenen bevatten,
een handel hadden van nog geene 5 millioen dollars. Hij berekent
de gekleurde bevolking van Cuba op 500,000; de blanke bevolking op
de Philippijnen van 7,000 tot 8,000 personen. Hij leidt daaruit af,
dat zoo de productie der Philippijnen gelijk stond met die van Cuba,
die eene waarde van 250 millioen dollars zou bedragen en dat de
belastingen dan 48 millioen dollars, in plaats van ongeveer 9,500,000
dollars zouden opbrengen.
Hij beweert, dat de grond in zijne productive krachten gelijk staat
met welke ook ter wereld; dat de hoedanigheid der producten--suiker,
koffij, tabak, indigo, cacao en katoen--uitmuntend is; dat hij bijna
een monopolie van abacá (Manilla-hennip) bezit, en gaat dan over
tot het nagaan der middelen, op welke wijze van deze natuurlijke
voordeelen het best kan worden gebruik gemaakt.
Hij verwerpt intusschen elke uitbreiding van het bestaande systeem of
vermeerdering van belastingen in hare tegenwoordige vormen en beweert
te regt, dat tot ontwikkeling van den landbouw, de nijverheid en den
handel de Philippijnen naar vermeerderden bloei moeten streven.
Zijne drie voorstellen zijn:
1o. de opening van nieuwe havens voor den vreemden handel;
2o. vrijlating van de productie, de fabricatie en de verkoop
van tabak;
3o. de vermeerdering van de bevolking der eilanden.
Bij Koninklijk besluit van 31 Maart 1855, werden nog drie havens voor
den vreemden handel geopend; Zamboanga (Mindanao), Iloilo (Panay)
en Sùal (Luzon). De resultaten hebben niet aan de verwachting
beantwoord. Eene reden ligt boven op: tolbeambten, tolbepalingen,
tolkantoor-lasten gingen aan de schijnbaar vrijzinnige wetgeving
gepaard. Deze zijn voldoende om het verkeer te belemmeren, zoo
niet te vernietigen. Ik betwijfel of in eenige der nieuwe havens de
ontvangsten aan de tolkantoren de kosten van inning dekten. De proeve
zou eene van vrijen handel geweest zijn, maar de nijd en vrees van
de hoofdstad hebben hier zeker invloed uitgeoefend. Men moet niet
vergeten dat de nieuwe havens, die onder al de lasten gedrukt gingen
die Manilla had te ondergaan, geene van de gemakken aanbood, die de
schepping zijn van vele geslachten, zoo als werven en magazijnen,
geroutineerde kooplieden, kapitalen, voorname buitenlandsche
kolonisten, verzekerde consumptie van invoer- en voorziening
van uitvoerartikelen; deze overwogen de kosten van verzending van
goederen naar of van de hoofdstad, terwijl aan den anderen kant, de
invoering van een tolkantoor nadeel heeft toegebragt aan den handel,
die vroeger bestond, zooals bijv. het bezoek der walvischvaarders te
Zamboanga, die zich niet aan de fiscale bepalingen, thans ingevoerd,
wilden onderwerpen. Maar als iedere haven op de Philippijnen tolvrij
zou gemaakt worden, zou eene groote impulsie gegeven worden aan de
industrie, den handel en de scheepvaart; het verlies voor de schatkist
zou niet belangrijk zijn, want de zuivere opbrengst der tolregten is
zeer onbeteekenend, terwijl andere bronnen van inkomsten ongetwijfeld
zouden vermeerderd worden door den prikkel, die aan de algemeene
welvaart zou worden gegeven. De Mas toont aan dat de uitbreiding van
den handel van Cuba uit Havannah naar andere havens eene vermeerdering
in de waarde te weeg bragt van 2 millioen op 30 millioen dollars.
Twee plannen zijn door Senor de Mas ontworpen voor de losmaking van de
tabakskultuur en fabrikatie van het bestaande Rijks-monopolie. Het
eerste is eene zware grondbelasting te heffen van alle landen
waar geproduceerd wordt; het andere om een regt op den uitvoer te
heffen. Hij berekent dat een baleta land (1000 vierk. brazas) 1500
planten en 4 à 5 cwt. tabak geeft, die voor 4 à 5 dollars per quintal
kunnen worden verkocht. De kosten van fabrikatie van 14,000 cigaren,
die 1 cwt. vertegenwoordigen, zijn 5 1/4 dollars, en de kisten ter
verpakking 3 1/2 dollars. Hij zegt dat de waarde der cigaren 6 1/2
dollars per kist bedraagt (zij is thans veel meer), in welk geval
de winst 77 1/4 dollars zou beloopen, en stelt een regt voor van
70 dollars per cwt., zijnde meer dan vijf maal de kosten van dit
artikel. Hij geeft voldoende redenen op voor zijn conclusie, dat
cigaren op goedkooper wijze door de boeren dan door het Gouvernement
zullen gemaakt worden, toont aan dat de kosten van de administratie
belangrijk zouden verminderd worden, verzekert dat de Indianen,
die te huis werken, zich met lagere belooningen tevreden zouden
stellen dan het loon van het Gouvernement bedraagt, en onderstelt
dat de onbewoonde huizen der inlanders zouden gebruikt worden tot
het maken van cigaren als een vermakelijk en nuttig huiswerk. Het mag
betwijfeld worden of hij op de juiste waarde schat den weêrstand[P2:
weêrstand?], die de luije gewoonten van den Indiaan aan vrijwilligen
of uit zich zelf verrigten arbeid biedt; maar de conclusie, waartoe ik
gekomen ben door niet juist dezelfde redeneringen, is dezelfde als die
waartoe mijn vriend gekomen is, dien ik aangehaald heb, namelijk dat
het Gouvernements-monopolie minder productief is dan vrije kultuur,
fabrikatie en verkoop zou blijken te zijn; dat eene verlaging van
prijzen de aanvraag vermeerderen, grootere winsten aan de schatkist
afwerpen en meerdere voordeelen aan het volk toekennen zou, en dat
de argumenten (meestal van de belanghebbenden bij het monopolie)
ten gunste van het bestaande systeem, op geene gezonde redeneringen
rusten en door geene statistieke feiten worden gestaafd.
Het tabaksmonopolie (estanco) werd in 1780 door den Gouverneur-Generaal
Basco gevestigd; de monniken verzetteden er zich hevig tegen en
bedreigingen van verschillende straffen werden aan diegenen gedaan,
die zich aan de gestelde verpligtingen zochten te onttrekken. Maar
tot op heden toe moeten er groote tabaksplantaadjes bestaan, die
de waakzaamheid van het Gouvernement ontgaan, en cigaren kan men op
vele eilanden koopen voor een vierde van den gouvernementsprijs. Het
personeel ter bescherming van het tabaksmonopolie bestaat uit bijna
duizend beambten en meer dan dertig booten. Desniettegenstaande
wordt de tabak veel in de provinciën gekultiveerd, waar de kultuur
door de wet is verboden, en ik vind in een rapport van den Alcalde
van Misamis (Mindanao) den volgenden volzin: «Het denkbeeld om bij de
tabakskultuur ten voordeele van de schatkist te werken, moet ter zijde
gesteld worden, daar het grondgebied, waar zij wordt geproduceerd,
niet onder Spaansch gezag staat.»
Weinige jaren geleden werd eene poging gedaan om het tabaksplanten
in de provincie Iloilo aan te moedigen door eene maatschappij, die
de Indianen voorschotten deed; maar de onderneming, die door het
Gouvernement werd ontmoedigd, mislukte, en ik vond, toen ik de plaats
bezocht, de magazijnen verlaten en de maatschappij ontbonden. Er hebben
vele expeditiën plaats gehad tot vernieling en verbeurdverklaring van
onwettig geproduceerde tabak, en bij meer dan eene gelegenheid zijn
opstanden, twisten, ernstig verlies van levens en vele twijfelachtige
resultaten, gevolgen van deze inmenging geweest. De statistieke opgaven
bewijzen dat de consumptie van de tabak van den Staat belangrijk in
de verschillende provinciën verschilt, daar de grootere of mindere
moeijelijkheid in het verkrijgen van het verbodene artikel daarop
van invloed is.
Er zijn verschillende plannen gevormd ter vermeerdering van de
bevolking der Philippijnen uit China, Zwitserland, Borneo en zelfs
uit Britsch Indië. De monniken hebben geen dezer plannen ooit gaarne
gezien. Zij vertegenwoordigen allen elementen, die niet gemakkelijk
aan geestelijken invloed zouden worden onderworpen. De Chinezen zouden
niet gewillig bebouwers van den grond zijn, zoo eenig ander bedrijf
grootere voordeelen beloofde, en het is bijna zeker dat de vadsige
Indiaan nergens met den nijveren, volhardenden en spaarzamen Chinees
zou kunnen wedijveren. Vele plannen zijn gemaakt voor de invoering
van Chinesche vrouwen, met het doel om Chinesche familiën aan den
grond te verbinden; maar tot nog toe heeft niets den afkeer kunnen
overwinnen, waarmede eene Chinesche vrouw haar land verlaat, evenmin
als den algemeenen weêrzin daartoe van de zijde van de Chinesche
familiën. Chinesche meisjes zijn dikwijls geschaakt ter verzending
naar de Philippijnen, en menig gruwzaam feit is daaromtrent ter kennis
van Britsche autoriteiten in China gekomen, die door de bestraffing is
gevolgd van Britsche onderdanen, welke in deze wreede en barbaarsche
handelingen gemengd waren. De oprigting van eene zusterschap in China,
de Sainte Enfance genaamd, is als een middel beschouwd om vrouwelijke
kinderen tot Christenen te maken en ze naar de Philippijnen te zenden;
vele weezen zijn bijeengezameld of aangekocht, maar deze welgemeende,
doch niet welbestuurde arbeid heeft weinig succes gehad. In 1855
werd in een officiëel stuk beweerd (De Mas, bl. 26), dat in 1858
een jaarlijksche invoer van 2500 kinderen mogt verwacht worden. De
berekening is geheel mislukt; de etablissementen in China zijn in een
staat van verlegenheid en moeijelijkheid, en ik ben niet overtuigd dat
eene enkele Chinesche vrouw voor het beoogde doel is aangevoerd. Eenige
weezen of verlaten kinderen mogen in de groote steden van China,
vooral uit de weeshuizen, aangekocht worden, maar eene vermeerderde
aanvraag zou slechts de verlating door haar moeders aanmoedigen. Deze
gestichten zijn van zeer betwijfelbaar nut en verbreiden waarschijnlijk
meer ellende, dan dat zij verbetering aanbrengen.
De grootste hinderpaal tegen den vooruitgang der Philippijnen en de
ontwikkeling van hunne onmetelijke hulpbronnen, is toe te schrijven aan
de ellendige traditionele politiek van het moederland, wiens wangunst
de handen der gouverneurs bindt, aan wie het bestuur wordt opgedragen,
zoodat de kennis en ondervinding die op de plaats verkregen worden,
geheel onderworpen is aan de onwetendheid en kortzigtigheid van de
verwijderde, maar hoogste autoriteiten. Wanneer de Spanjaard slechts
de moraal van een zijner vele leerzame spreekwoorden erkende: Mas
sabe el loco en su casa que cuerdo en la agena (de dwaas weet meer
van zijne eigene woning, dan de wijze man van de woning van anderen),
zou meer vertrouwen gesteld worden in diegenen, welke geheel bekend
zijn met de plaatselijke omstandigheden en plaatselijke behoeften. Zoo
als het nu is, wordt alles naar Madrid verwezen. Een lang uitstel
is onvermijdelijk; eene verkeerde beslissing waarschijnlijk;
de omstandigheden veranderen voortdurend, en wat heden nuttig zou
geweest zijn, is morgen geheel onraadzaam. Dan bestaat de grootste
onwilligheid om zelfs de schaduw van autoriteit te laten varen of
eenige van die bronnen van bescherming te erkennen, waaraan een zoo
verzwakt en bedorven Gouvernement als het Spaansche, zich vastklemt als
aan zijn steun en protectie. Ook de onzekerheid van het behouden van
een ambt, waarin alle hoogere ambtenaren van het Spaansche Gouvernement
verkeeren, kan niet anders dan demoralisatie en ontmoediging te weeg
brengen. Vóór dat een gouverneur zijn grondgebied bezigtigd en een
bepaald stelsel aangenomen heeft, staat hij bloot aan eene van die
veelvuldige veranderingen, welke de grillen van het hof of de stem
van het volk doen plaats hebben. Het was eene droevige bezigheid voor
mij de verzameling te bezigtigen van de verschillende portretten
van Gouverneurs-Generaal, die mijne kamer versierden en waarop de
datums hunner benoeming en aftreding waren vermeld. Sommigen hunner
vervulden hunne betrekking slechts weinige maanden en werden zoo
goedsmoeds en zonder eenige reden ontslagen als men eene onnuttige
plant wegsmijt. In dit opzigt scheen ook geene verandering te
zullen komen, daar reeds verscheidene ledige lijsten gereed waren
om de vera effigies van toekomstige Excellentiën te ontvangen. Het
Engelsche koloniale systeem is beter, waarbij gouverneurs voor zes
jaren benoemd en, behalve onder bijzondere omstandigheden, vóór dien
tijd niet ontzet worden. Of er aan het bezit van magt eenig zedelijk
bederf verbonden is, genoeg om tegen al de voordeelen op te wegen,
die langdurige ondervinding en plaatselijke kennis opleveren, is eene
vraag voor philosophen en staatslieden.
Maar ook andere oorzaken van achteruitgang zijn merkbaar juist in die
elementen van rijkdom en voorspoed, waarnaar deze eilanden voor hunnen
toekomstigen bloei moeten streven. Een zoo vruchtbare grond, eene zoo
heldere zon en zoo overvloedige regen vereischen zoo weinig medewerking
van de hulp van den mensch dat hij onbezorgd, lui, onbekommerd voor
den dag van morgen wordt. Hij behoeft de hand slechts uit te strekken
om het voedsel daarin op te vangen. De vezel van de aloë, die de
vrouw met het eenvoudigste werktuig weeft, verschaft haar kleederen;
de verdiepingen en de zolderingen, benevens de vaste deelen van zijne
woning zijn van bamboe gemaakt, die hij in overvloed vindt, terwijl de
nipa-palm het dak en de muren van zijne hut oplevert. Hij heeft weinige
behoeften en is niet gehecht aan weelde. Zijne genoegens bestaan in
godsdienstige processiën, in muziek en dans, in zijn gallo bovenal. Hij
kan zonder huur bezit nemen van elke hoeveelheid gronds, die hij wil
bebouwen. Er bestaat ongetwijfeld eene neiging tot verbetering. De
kultuur neemt toe en goede voorbeelden zullen hunne werking doen.
In tijden van rust heeft Spanje niets voor zijne Philippijnsche
koloniën te vreezen. Zoo lang de vreemde vijand daarbuiten
blijft en het bewind mild en met voorzigtigheid wordt gevoerd,
bestaat geene bezorgdheid voor een inwendigen opstand; maar ik
twijfel aan de deugdelijkheid van eenige der ter beschikking van
de autoriteiten staande middelen van defensie, zoo onverhoopt eens
onlusten mogten ontstaan. Men kon voor eenigen tijd welligt op de
Indische geregelde troepen vertrouwen, maar of hetzelfde van de
militia of eene der stedelijke hulptroepen kan verwacht worden,
valt te betwijfelen. Het aantal Spanjaarden is klein, op de meeste
eilanden geheel onbeteekenend; luiheid en onverschilligheid zijn
de kenmerken der inlandsche rassen, en zoo, aan den eenen kant, zij
zich niet aan de zijde van indringende vreemdelingen scharen; men kan
hun geene vaderlandslievende of energieke bedoelingen toeschrijven
ten opzigte van hunne Spaansche meesters. Toch hebben zij geene
traditiën van vroegere onafhankelijkheid, geene afstammelingen
van beroemde hoofden of vorsten, waarop zij met liefde, hoop of
eerbied neêrzien. Er zijn geene overblijfselen van omvergeworpen
hierarchiën. Geen Montezumas, noch Colocolos komen in hunne gezangen
voor of worden in hunne gedenkschriften vermeld. Er bestaan geene
ruïnen van groote steden of tempels; in één woord geene teekenen van
het verledene. Er bestaat eene zekere ontevredenheid onder de Indianen,
doch die is sterker jegens de inlandsche gobernadorcillos, de hoofden
van barangais, de gepriviligiëerde leden van de principalia der plaats,
als zij hunne «kleine dwingelandijen» uitvoeren, dan wel jegens de
hoogere autoriteiten, die boven hunne klagten verheven zijn. «De
Gouverneur-Generaal is in Manilla (ver weg); de Koning is in Spanje
(nog verder), en God is in den hemel (het verst van al).» Het is eene
natuurlijke klagt, dat de stam- of hoofdbelasting gelijkelijk op
alle klassen van Indianen drukt, rijk of arm. De barangay hoofden,
die met de inzameling belast zijn, verteren het geld niet zelden
met spelen. Één misbruik is echter uit den weg geruimd: de belasting
in verscheidene provinciën werd vroeger in producten ingezameld, en
daarbij werden aan de inlanders groote afpersingen aangedaan, waarvan
de schatkist geenerlei voordeel trok, maar de mindere ambtenaren
veel. Ik meen dat de belasting nu in het algemeen in geld wordt
geheven. Alle Spanjaarden, alle vreemdelingen (uitgezonderd Chinezen)
en hunne afstammelingen, zijn van de belasting vrijgesteld. Een van de
meest intelligente kooplieden van Manilla (Don Juan Bautista Marcaida)
heeft de goedheid gehad mij verscheidene memoranda te geven nopens het
onderwerp van de middelen der Philippijnsche eilanden en de wijze om
die te ontwikkelen. Ik hecht groote waarde aan zijne opmerkingen,
de resultaten van zorgvuldige nasporingen, veel ondervinding en
eene uitgebreide belezenheid. Zij zijn doorspekt met sommige van de
nationale vooroordeelen van een Spaansch katholiek, in wiens geest
de zamenstelling van de Roomsche Kerk met iederen vorm van gezag
zamenhangt en die in die zamenstelling zelve en in hare noodzakelijke
werking niet wil zien onoverwinnelijke hinderpalen tot de volle
bevordering van kennis, tot den grootsten bloei in den landbouw,
de fabrieknijverheid en den handel,--in één woord, tot die groote
werking van den populairen geest, waaraan Protestantsche natiën hunne
godsdienstige hervormingen en hunne onbetwijfelbare superioriteit op
het groote veld van speculatie en goed geluk verschuldigd zijn. Hij
zegt: «De maatschappelijke organisatie van de Philippijnen is de meest
vaderlijke en beschaafde van eenige ter wereld, die tot grondslag
heeft de leerstellingen van het Evangelie en de goede en vaderlijke
geest van de wetten van Indië.» Men mag aannemen, ten opzigte van de
wetgeving der koloniën van vele natiën, dat de Spaansche wetgeving
betrekkelijk humaan is en dat de invloed van de Roomsche geestelijkheid
dikwijls en met succes is aangewend ter bescherming en ten voordeele
van overwonnen natiën en van ingevoerde slaven; maar Marcaida erkent
en toont aan «den verdoofden en weinig verbetering aanbrengenden aard
van het bestaande stelsel», en verlangt gewigtige veranderingen in
het belang van het algemeene welzijn.
«Het Gouvernement handelt langzaam door zijne gecompliceerde
organisatie en door gebrek aan de noodige krachten om die hervormingen
in te voeren, die door plaatselijke kennis worden gevorderd, doch
door de onwetendheid, zelfzuchtige belangen of politieke intrigues
van het moederland worden ter zijde gesteld.»
Met opzigt tot de geestelijkheid, acht hij de administratie in
het algemeen goed, maar meent dat de tijd en latere omstandigheden
gewigtige veranderingen hebben noodig gemaakt in de verdeeling van
de geestelijke magt, benevens eene nieuwe regeling van de pueblos,
eene betere opvoeding van de kerkbeambten, eene groote vermeerdering
van het aantal parochiale priesters, waarvan thans vele kerspelen
hebben van 3 tot 60,000 zielen. Hij wenschte in den geestelijke van
een kerspel den godsdienstigen en tevens den wereldlijken leeraar van
zijne gemeente te zien, en verlangt daarvoor dat hij eene goede en
groote opvoeding hebbe genoten, een punt, waarvoor het Gouvernement
niet gemakkelijk de middelen zou verschaffen en waarvoor de Kerk
zeker niet hare medewerking zou verleenen.
«Voor de administratie der justitie hebben de Philippijnen één
hoogste en 42 lagere geregtshoven. Dit aantal is zeer onvoldoende
voor de behoeften van 5 millioen inwoners, die over 1200 eilanden
verspreid zijn en een zoo uitgestrekt grondgebied beslaan.» Het
lijdt geen twijfel dat het verkrijgen van regt bijna ongenaakbaar,
dat het kostbaar, langdurig, onvoldoende en dat er menige last aan
verbonden is. Spanje was nooit beroemd om de opregtheid zijner regters
en de zuiverheid zijner geregtshoven. Een pleyto op het schiereiland
wordt als eene even groote ramp beschouwd als een regtsgeding voor
de kanselarij in Engeland, waarbij dan nog het kwaad komt van gebrek
aan vertrouwen in de bedeelers van het regt. Hun karakter is wel niet
verbeterd op een afstand van 10,000 mijlen van het schiereiland, en zoo
Spanje moeijelijkheden heeft om zich in het moederland van onkreukbare
regters te voorzien, dat bezwaar zou zich in zijne verste bezittingen
nog meer voordoen. Er scheen mij toe veel bewonderenswaardige
veêrkracht te bestaan in de traditionele en nog bestaande gebruiken en
instellingen der inlanders. Veel kan ongetwijfeld nog gedaan worden
om het gebrekkige, kostbare en lastige van processen weg te nemen,
door meer natuurlijke en minder technische handelingen in te voeren;
door het verkrijgen en onderzoeken van bewijzen te vergemakkelijken;
door de opheffing van de massa's papel sellado (documenten op gezegeld
papier); door de kosten te verminderen en de wijze te vereenvoudigen
van appèl en bovenal door de invoering van eene wetgeving, strookende
met de gewone omstandigheden van het maatschappelijke leven.
Hij acht de pogingen om de bevolking in steden zamen te pakken
nadeelig voor de belangen van den landbouw in het land, maar deze
zamenpakking is zeker bevorderlijk aan beschaving, een goed bestuur
en het verkrijgen van rijkdommen, en het is gemakkelijker, dan bij
de verspreiding van de inwoners, te voorzien in de behoefte aan die
groote hoeven, waardoor de Philippijnen de productie van het land
aanmerkelijk kunnen uitbreiden.
«De natuurlijke rijkdommen van het land zijn onberekenbaar. Er bestaan
uitgestrekte plekken van den meest vruchtbaren grond; beken, stroomen,
rivieren, meren aan alle kanten, bergen, mineraal, metalen en eene
groote verscheidenheid van marmer; bosschen, waarvan het hout voor
alle dagelijksche benoodigdheden geschikt is; gomsoorten, wortels,
medicijnen, kleurstoffen, allerlei soorten van vruchten. Op vele
eilanden kost behoorlijk voedsel voor een gezin van vijf personen niet
meer dan een cuarto, iets meer dan een oortje, per dag. Sommige eetbare
planten groeijen tot eene aanmerkelijke hoogte en wegen dikwijls 50 à
70 pond; gutta-percha, caoutchouc, gom-lak en vele andere gomsoorten
vindt men in overvloed. Het aantal vezelen is oneindig; de bekende
en onbekende rijkdom der eilanden vereischt dan ook slechts geschikte
krachten om dien ontzaggelijk te ontwikkelen.
«Met eenige hervormingen in de wetgeving--aldus besluit hij--met
verbeterd onderrigt aan de geestelijkheid, zouden de eilanden
een paradijs worden van onuitputtelijke rijkdommen en van eene
welvaart, die in geene vergelijking zou komen met eenig gedeelte van
den aardbol. De gehoorzaamheid en intelligentie van de inlanders,
hunne onnavolgbare deugden (die nu ontbreken, al mogen zij voorzien
kunnen worden) doen hen oneindig hooger staan dan eenige Aziatische of
Afrikaansche stam, die aan Europeesch gezag onderworpen is. Waar diepe
kennis en berekening vereischt worden, zullen zij in gebreke blijven,
maar hunne natuurlijke neigingen en eigenschappen en de tegenwoordige
staat van beschaving onder hen, geven veel hoop en aanmoediging voor
de toekomst.» [31]