MINERALE STOFFEN.

De mijn-wetten, Reglemento de Minas, zijn vrijzinnig en verleenen

concessiën aan iedereen: Spanjaard, Indiaan, mesties, genaturaliseerden

of gevestigden vreemdeling, die eene mijn ontdekt, die ontdekking

bekend maakt en ze exploiteert. Verschillende beambten en alle

geestelijken zijn van dit voorregt uitgesloten. Het werk moet in

negentig dagen worden aangevangen, onder zekere voorwaarden; vier

achtereenvolgende maanden schorsing of acht maanden staking van arbeid

in één jaar, doen de concessie verliezen. Er mogen niet minder dan

acht werklieden bezig zijn. De mijnen zijn aan het onderzoek van het

mijn-departement onderworpen. De mijn-verordeningen werden door den

Kapitein-Generaal Claveria in Januarij 1846 uitgevaardigd.

Het goud van de Philippijnen wordt door wasschen en graven

verkregen. In vele provinciën vindt men het in de rivieren en inlanders

worden belast om het daar verkregene te wasschen. De merkwaardigste

en voordeeligste goudmijnen, die door de Indianen bewerkt worden,

zijn die van Tulbin en Sujuc. Zij breken de rots met hamers en malen

ze tusschen twee kleine molensteenen, terwijl zij de stukken in water

oplossen, waardoor het goud wordt gescheiden. Zij smelten het in

kleine schelpen en het levert gewoonlijk 8 à 10 dollars per ons op,

maar het is zelden fijner dan 16 karaten. Men vindt het in kwarts,

maar de nuggets zijn zelden zeer groot. De inwoners van Caraga houwen

in den top van een berg een bekken van belangrijke grootte en brengen

daarin water door kanalen, van den wilden palmboom gemaakt; zij

graven den grond op, terwijl het bekken wordt gevuld, dat plotseling

wordt geopend en elke bestaande goudlaag vertoont; deze werkzaamheden

worden voortgezet totdat de putten met ingevallen aarde worden gevuld,

als wanneer zij verlaten worden; gewoonlijk, wanneer het tot eene

diepte is gekomen, die de voordeeligste resultaten geeft, spoelt de

waterstroom veel van het metaal weg, dat anders zou worden verkregen en

verzameld. Men vindt ook goud in de aangespoelde lagen, die tusschen

steenen gedaan en in het water geworpen worden, zoodat het metaal tot

op den bodem zinkt. De rivieren Caraballo, Camarines en Misamis en

de bergen Caraga en Zebu zijn de meest productive. Vele Indiaansche

familiën vinden haar bestaan in het wasschen van het rivierzand en bij

hevige regens vindt men het goud op de straten van sommige pueblos,

als de stroomen zijn overgeloopen. Er kan geen twijfel zijn aan het

bestaan van veel goud op de eilanden, maar vooral op die gedeelten,

welke door de onafhankelijke stammen worden bewoond.

De Sociedad Exploradora is belast met de bewerking van de goud-mijnen

en het wasschen van stofgoud in de provincie Nieuw-Ecija.

Stofgoud is het ruilmiddel in het binnenland van Mindanao en

wordt in zakken voor de gewone levensbehoeften geruild. Het bezit

van Californië door de Spanjaarden, gedurende zoovele geslachten,

zonder de ontwikkeling van zijne rijkdommen, kan verklaren hunne

luiheid en onverschilligheid op de Philippijnen, in weêrwil van de

herhaalde waarschuwingen van Spaansche schrijvers dat de Archipel

van goud overvloeit.

IJzer vindt men ook in overvloed, vooral in de provincie van Bulacan;

maar men mag betwijfelen of het zoo goedkoop kan worden geproduceerd

als ingevoerd, vooral daar de wegen in een zoo achterlijken staat

verkeeren en wagenvrachten zoo zwaar zijn. Vele ijzerwerken zijn

aangevangen, doch heeft men weder laten liggen.

Eene kolenmijn wordt geëxploiteerd te Guila Guila, op het eiland Zebu,

aan de rivier Mananga, op een afstand van ongeveer 6 mijlen van de

stad San Nicolas, die omstreeks 20,000 inwoners telt en bijna de

grootste stad op het eiland is. Men zegt dat er kolenlagen van 1 tot

4 voet dikte gevonden worden. De eigenaar zeide mij dat hij in den

loop van het volgend jaar in staat zou zijn kolen aan de kust tegen

een matigen prijs aan te voeren te Tangui, nabij de stad Falisay.

Onder de verschillende voorwerpen van speculatie is het mijnwerk

zeker het meest aantrekkelijk voor den avonturier om de hooge

premiën, die het somtijds voor den gelukkige oplevert. Wanneer de

kans tusschen verschillende deelhebbers is verdeeld, neemt het 't

karakter van eene loterij aan, waarin de kansen naar den inleg is

geëvenredigd, maar waarin, zooals in de meeste mijn-speculatiën op

de Philippijnen, de ondernemingen door particulieren worden bestuurd,

zonder de noodige middelen om de eerste zwarigheden te overkomen en in

den noodigen inleg, teleurstellingen en verlies te kunnen voorzien,

zoodat het verlaten van oogenschijnlijk kostbare en veel beloovende

ondernemingen maar al te dikwijls voorkomt. Ik heb voor mij liggen

eenige bijzonderheden omtrent de pogingen, die aangewend zijn tot

bewerking van de kopermijnen van Mancajan, in het district Cagan

(tegenwoordig Lepanto genaamd) in Zuid-Ilocos (Luzon). Zij werden op

de ruwste wijze sedert onheugelijke tijden door de Igorotte Indianen

bewerkt en de gunstige rapporten omtrent den rijkdom der aderen, die

naar Europa werden overgebragt, leidden tot vernieuwde, maar slecht

aangewende pogingen tot de exploitatie. Er moet veel geld verspild

zijn, zonder dat zelfs de noodige werktuigen bestonden om het metaal

uit te halen, of wegen om het te vervoeren. Eene proeve genomen met

eene tien voet hooge en zeven voet breede laag, ter zijde van eene

vier el diepe put gelegen, gaf, als de resultaten van eene analyse,

44 pCt. koper, 29 pCt. zwavel, 18 pCt. arsenicum en 9 pCt. ijzer. De

ruwheid van de rotsen, de dikte van het struikgewas, de luiheid der

inlanders en, waarschijnlijk vooral, het gemis aan eene intelligente

leiding en voldoende geldelijke bronnen, hebben veel ontmoediging te

weeg gebragt. Don Antonio Hernandez zegt dat 280 Indiaansche (Igorotte)

familiën in Mancajan zich met koper graven en smelten bezig houden;

dat zij alleen jaarlijks 200 picos (elke pico is 137 1/2 Eng. pond)

leveren, die zij van 8 tot 9 dollars per pico verkoopen, op de plaats

zelve en aan de naburige Christen Indianen voor 10 à 12; deze laatste

verkoopen ze weder op de kust voor 13 à 16 dollars.

De Indianen in Ilocos en Pangasinan vervaardigen hunne eigene

huishoudelijke benoodigdheden uit het koper, dat zij zelve uitgraven.

Fijn gespikkeld marmer wordt in de provincie Bataan gevonden en men

heeft er zelfs van gebruikt tot sieraad der kerken; maar het bestaan

daarvan heeft weinig de aandacht getrokken en men kon geen koper

vinden voor sommige groote blokken, die door een' vaderlandschen

avonturier waren uitgehouwen.

Reeds vroeger heb ik medegedeeld dat zich vele minerale wateren op

het eiland bevinden, zoowel zwavel- als ijzerhoudend, te Antipolo. In

de Laguna is eene beschermvrouw, waarvoor de feesten achttien dagen

duren en bij welke gelegenheid tallooze massa's van het water komen

drinken en aan de processiën ter harer eere deelnemen. De inwoners

van Manilla hechten veel waarde aan de wateren van Pagsanghan.

Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden · 第 36 / 58 题