VOORTBRENGSELEN.

De Leges de Indias (wetten van de Indiën) erkennen met geestdrift de

ongeregtigheden en onregtvaardigheden, waarvan de Indianen voortdurend

de slagtoffers zijn, en trachten de geneesmiddelen daartegen te

verschaffen; zij verklaren onbillijke overeenkomsten nietig, gelasten

de overheden om daden van verdrukking streng te straffen en zeggen

ronduit, dat de transactiën van de Spaansche kolonisten dikwijls

zijn geweest «de ondergang van de Indianen». Zij doen uitkomen, dat

in sommige gevallen door schraapzucht, in andere door vadsigheid,

misdadige handelingen zijn gepleegd door de Mestizen, die gewoonlijk

de tusschenpersonen zijn bij overeenkomsten tusschen kolonisten

en inlanders. De plaatselijke ordenanzas, die talrijk zijn en zeer

vele punten behandelen, hebben ten doel den Indiaan de vruchten van

zijn' arbeid te verzekeren--hem te beschermen tegen zijne eigene

ondoordachtzaamheid en de schraapzieke afpersingen van hen, tot wie

hij zich wendt, als hij in moeijelijkheden verkeert; zij voorzien

tegen de usurpatie van zijne gronden, verklaren den souverein tot

regtmatigen eigenaar van hetgeen door geen erfgenaam wordt opgeeischt,

en dringen er op aan, dat de Indiaan overal van den grond, dien hij

bebouwt, op eene voldoende wijze de middelen van bestaan zal erlangen;

de ophooping van eigendommen, welke door kerkelijke ligchamen van de

Indianen zijn verkregen, wordt er in verboden, en desniettegenstaande

zijn onmetelijke landerijen in het bezit van de monniken-orden. Er

bestaan ook bepalingen, om gemeentegronden voor algemeen gebruik af te

zonderen, afgescheiden van de private bezittingen. Verscheidene dier

verordeningen hebben zulk een onbepaald karakter, dat men daardoor

zeker kan zijn, dat zij niet worden nageleefd; andere dalen tot

zulke particulariteiten en specialiteiten af, dat het onmogelijk is,

ze op te volgen. Het een-en-zeventigste artikel bijv. noodzaakt de

Indianen «om nuttige boomen, geschikt voor den grond, te planten»,

om tarwe, rijst, maïs, groenten, katoen, peper, enz. op geschikte

plaatsen te zaaijen--om te onderhouden «elk soort van vee, eigenaardig

aan de localiteit»; om «vruchten te doen groeijen in hunne tuinen en

boomgaarden rondom hunne huizen»; om te houden «op zijn minst twaalf

kippen en een haan» (eene zeer overtollige wetsbepaling) en «een jong

varken van het vrouwelijk geslacht»; zij moeten aangemoedigd worden om

kleederen en touwwerk te vervaardigen en als zij gedurende twee jaren

in deze verpligtingen te kort schieten, zullen zij hunne landerijen

verliezen, die bij eene publieke proclamatie aan anderen zullen

worden geschonken. Er bestaat inderdaad geen onbeperkt eigendomsregt

op den grond onder de Indianen; de grond kan altijd worden genomen

en weder toegeëigend door de Spaansche autoriteiten. De landerijen

worden bezeten onder voorwaarde, dat zij bebouwd zullen worden. Er

zijn gronden, die door Spanjaarden en voornamelijk door corporatiën

van de geestelijkheid bezeten worden en in naam huur betalen aan de

kroon, maar die huur is zóó klein, dat zij niet noemenswaardig is. Er

bestaat geene moeijelijkheid om gronden voor niet te krijgen, slechts

onder de voorwaarde om ze in kultuur te brengen. Langdurig gebruik en

langdurig bezit hebben ongetwijfeld regten doen geboren worden, waaraan

zulk eene waarde wordt gehecht, dat zij kunnen gehandhaafd worden

tegen private vorderingen of eischen van algemeen nut. Er ontstaan

geschillen over hetgeen door het woord «kultuur» moet worden verstaan,

en het land is vol van geschillen en processen over landbezit. De

groote grondeigenaars spreken altijd van de moeijelijkheid om

onafgebroken arbeid te verkrijgen, van de noodzakelijkheid om

voortdurend voorschotten aan den landbouwer te moeten geven, van den

roof, waaraan de rijpe oogst bloot staat. Daarom zijn zij gewoon de

landerijen aan de bebouwers in het klein te verhuren, die geringe en

onvoldoende voordeelen aan de eigenaars en aan de markt bezorgen. Zij

beklagen zich over den naijver en den onwil van de Indianen, over

hun geheimen en openlijken tegenzin tegen vreemdelingen en over de

te groote toegevendheid van de «wet van de Indiën». Het schijnt mij

toe, dat er een ruim veld bestaat voor voordeelige landbouwkundige

proeven, misschien niet zoo zeer in de onmiddellijke nabijheid van

groote en volkrijke plaatsen, dan wel op de uitgestrekte plaatsen

van onbebouwd terrein, waarvan men eene ruime opbrengst kan trekken

alleen door attentie en kapitaal, volharding en kennis. De landbouwer

zou zich ongetwijfeld een vast en onherroepelijk bezit kunnen

verzekeren. Eenmaal door het gouvernement in bezit gesteld, moet

hij tegen elke verkorting van zijn regt beschermd worden. Ik geloof

niet aan de onoverwinnelijke traagheid van de Indianen, wanneer zij

behoorlijk worden aangemoedigd. Ik vernam toch, dat een inlander in

een der meest verwijderde dorpen, dat ik in Pinay bezocht, door een

monnik was aanbevolen suiker te planten. Hij deed dit en verkreeg

vijf honderd dollars voor de opbrengst, die hij voor de eerste maal

naar Iloilo bragt. In het tweede jaar verkrijgt hij een duizendtal; en

anderen volgden nu zijn voorbeeld. Een weinig meer arbeid produceert

zooveel dat de geringste impulsie groote resultaten oplevert, vooral

waar die over eene groote uitgestrektheid wordt aangewend. Maar de

Indiaansche luiheid is niet alleen nadeelig door de weinige hulp,

die daardoor geboden wordt aan den landbouw in de voorbereiding,

het zaaijen, bezorgen en inhalen van den oogst; men mist daardoor

ook die groote werkzaamheid, welke veeleer als van publiek dan

van particulier belang kan geacht worden. Van daar het gemis aan

gemakkelijke irrigatie, de onvoldoende toestand van de rivierwerken,

het gebrek aan kanalen, de slechte toestand der wegen op zoo menige

plaats. De jaargetijden brengen de stroomen aan en de bergstroomen

scheppen de geulen, maar het water verdwijnt in de zee en de landbouwer

brengt zijne producten, zoo goed hij kan, te midden van rotsen, van

zand en modder, die de watervallen achter hem hebben gelaten. Ik heb

lastbeesten gezien, die vruchteloos poogden zich met hunne lasten

uit de poelen te trekken, waarin zij waren gevallen en waar hunne

geleiders ze eindelijk achterlieten. Men heeft mij zelf naar volkrijke

plaatsen in palanquins gedragen, terwijl de dragers, soms 16 in getal,

tot hunne enkels in dikke modderpoelen, losse steenen of vaste groeven

vielen. De Mas zegt, dat de landbouw drie vijfden van de producten

absorbeert, terwijl hij twee vijfden aan den eigenaar en kapitalist

overlaat; maar de voorwaarden van den arbeid loopen zoo zeer uiteen,

dat het moeijelijk is eenige algemeene berekening te maken, buiten het

feit dat kapitalist noch landbouwer eenige van die voordeelen geniet,

welke beiden onder een beter systeem zouden verkrijgen; dat de kosten

veel grooter, de opbrengst veel kleiner is en dat de algemeene welvaart

lijdt onder den toestand van elk in het bijzonder. Wat men dan ook

van de ontzenuwende werking van het klimaat en het gemis van prikkels

voor de industrie moge zeggen, het is waarschijnlijk dat alle natiën,

zelfs de meest industriële en vermogende, perioden van luiheid en

werkeloosheid hebben doorloopen. China strekt tot voorbeeld om te

bewijzen dat het klimaat alleen geen onoverwinnelijke hinderpaal voor

krachtige werkzaamheid in de verschillende takken van veldarbeid,

en dat het bezit van veel geen noodzakelijk beletsel is voor het

verlangen om meer te verkrijgen en meer te genieten. De waarde der

landerijen is zeer verschillend. De Mas zegt, dat de quinon (van 1000

vierk. vademen), in Pangasinan voor 220 à 250 dollars wordt gekocht; in

de Laguna voor f 250 à f 300; in Ilocos Sur voor 300; in de omstreken

van Manilla voor 1000. Hij schijnt de suiker over het algemeen als

de beste kultuur te beschouwen. Hij geeft verschillende tabellen van

de kosten en lasten van verschillende tropische producten, maar de

groote onzekerheid, de kosten van bouw, de wisselvalligheden van het

klimaat, de verwoestingen der insecten, de fluctuatie in het bedrag en

de waarde van verkrijgbaren arbeid en de ebbe en vloed van aanbod en

vraag maken alle berekeningen illusoir. Zijne apuntes zijn intusschen

wel waardig geraadpleegd te worden door belanghebbenden. Hij geeft als

een resultaat van de rijstkultuur eene winst van 24 pCt. als minimum,

een voordeel van 76 pCt. als maximum per jaar op. Dit zou reeds een

aanloksel genoeg zijn, vooral daar men zegt, dat de Spanjaarden meer

van den landbouw dan van eenigen anderen tak van bedrijf, en meer van

landbezit dan van eenigen anderen eigendom houden, volgens hun oud

lied.--Indigo zou, volgens de Mas, 100 pCt. opleveren. Met koffij,

zegt hij, kan men zijn kapitaal in vier jaren verdubbelen. Cacao

levert 90 pCt. op. Pogingen om moerbeziën-kultuur voor zijdewormen

in te voeren, zijn niet gelukt, ofschoon de soorten, die men naar

Europa gezonden heeft, om hunne uitmuntende kwaliteit bekroond zijn

geworden. De wormen vereischen meerdere aandacht dan de Indianen

daaraan wijden en hetzelfde kan men zeggen van muskaatnoten, kaneel

en van elk product, dat onafgebroken zorg vereischt. De weelderige

producten der Philippijnen zullen niet ligt eene meer doelmatige

wijze van kultuur ondergaan.

De eigendomsregten behooren verzekerd en erkend te zijn in een land,

dat niet opgemeten of gekadastreerd is; waar de vreemde bevolking

heen en weêr trekt en onzeker is; waar de titels van eigendom voor het

grootste gedeelte ontbreken en toeëigening van den grond weinig door de

hoogere autoriteiten wordt gecontroleerd; waar geen landregt bestaat

en de godsdienstige corporatiën de inlanders leiden. Het bezit van

kleine grondstukken vermeerdert noodzakelijk de kosten van productie

en het zou niet gemakkelijk zijn voor groote kapitalisten zich te

vestigen, zonder dat het verkrijgen en de bebouwing van uitgestrekte

gronden was gemakkelijk gemaakt. Zulke kapitalisten zouden de noodige

verbeteringen in de landbouw-wetenschap invoeren; zij zouden met zich

brengen heldere hoofden en flinke handen en zij zouden practische

werking aan hoogere kennis geven. Algemeen wordt dan ook het verlangen

uitgedrukt om landbouw-maatschappijen op te rigten, maar deze zijn

veeleer de kinderen, dan wel de ouders van den vooruitgang en het

talrijke en aanzienlijke genootschap, dat reeds te Manilla onder de

benaming van de «Sociedad Economica» bestaat, heeft geene gewigtige

veranderingen te weeg gebragt. Er bestaat in het Spaansche karakter

eene te groote neiging om de «autoriteit» te beschouwen als de bron

en den steun van alle hervormingen; maar de autoriteiten brengen in

de meeste gevallen van producerende industrie de grootste voordeelen

door werkeloosheid en terugtrekking te weeg; niet hare tusschenkomst,

maar die van de personen zelve is noodig; het is met de opheffing

van beperkende bepalingen, de wijziging van wetten, die men zegt dat

beschermen en begunstigen, maar die bescherming en begunstiging is

eigenlijk de opoffering van de velen aan de weinigen. Het gouvernement

kan ongetwijfeld het algemeene welzijn zeer bevorderlijk zijn door de

kennis, die het kan verzamelen en verspreiden. Niets is wenschelijker

dan dat de rijke gronden van de Philippijnen geheel door werkelijk

wetenschappelijke kennis worden geëxploiteerd. Geologen, chemisten,

mechaniciens, botanisten, allen kunnen ons veel leeren nopens de

ruwe materialen van deze menigvuldige eilanden, die zoo aanlokkelijk

voor den exploiteur zijn en zoo weinig geëxploiteerd worden. Bergen,

bosschen, vlakten, beeken, rivieren, dat alles eischt nasporing en

verbetering, die zij gewis zouden beloonen.

Van de inlandsche producten, die door de Spanjaarden gevonden zijn,

schijnt de drooge bergrijst het voornaamste artikel geweest te zijn,

dat de Indianen tot voedingsmiddel gecultiveerd hebben, daar de

wijze van irrigatie weinig bekend is en de wijze van kultuur op de

eenvoudigste manier geschiedt. De zendelingen leerden de Indianen

hunne landen te verdeelen, hun landbouw te verbeteren, hun oogst

in te zamelen en over het algemeen hun toestand door meer kennis en

doorzigt te verbeteren. Maïs en tarwe werden uit Amerika ingevoerd,

ofschoon geruimen tijd het gebruik van tarwebrood ten dienste van de

massa beperkt was. Tegenwoordig is de voorraad aan de behoeften van

den verbruiker geëvenredigd. Meloenen, watermeloenen en verschillende

vruchten, erwten, pompoenen, uijen, komkommers, knoflook en andere

gewassen vonden spoedig hunnen weg uit Mexico naar de kerktuinen en

van daar tot eene meer uitgebreide kultuur. Koffij sproot op het

eiland Luzon in het wild voort, zonder dat zij door de inlanders

werd ingezameld. Tabak werd onder bescherming van het gouvernement

ingevoerd en is de belangrijkste bron van bestaan geworden. Peper

en cassia groeijen ongemerkt, maar de klapperboom en de plantaan

behoorden onder de meest kostbare van de bezittingen der Indianen

en de areca werd niet minder hoog geschat. Indigo was inheemsch

en voor den wilden katoenboom werd geen zorg gedragen; het kan

niet anders dan betreurenswaard genoemd worden, dat tegenwoordig

zulk eene ongeëvenredigde zorg voor de oorspronkelijke producten

van het land wordt gedragen en zoo weinig doeltreffende maatregelen

worden genomen tot verbetering der hoeveelheid en tot uitbreiding der

kultuur. Tegenwoordig bestaan er weinige gronden, waaraan behoorlijke

arbeid en voldoend kapitaal besteed wordt. Voor die, welke in het

bezit van de godsdienstige corporatiën zijn, kan weinig ten opzigte

der verbetering van den landbouw verwacht worden, maar de bebouwde

landen zijn meestal in handen van kleine inlandsche eigenaars. Waar de

arbeider wordt gehuurd, verkrijgt hij eene dagelijksche bezoldiging,

die van eene halve tot eene en een halve reaal (3 1/2 tot 10 stuivers)

verschilt in de onderscheidene provinciën.

De quinon is de gewone landmaat; hij wordt verdeeld in 10 baletas, deze

in 100 loanes, die 31,250 Castiliaansche varas vertegenwoordigen. Drie

werklieden zijn voldoende voor de bebouwing van een quinon. In 1841

vaardigde de kapitein-generaal Urbiztondo een decreet uit, waarbij de

invoer van Chinesche landbouwers door landeigenaars werd aangemoedigd,

vooral met het oog op de suiker-, indigo en hennep-kultuur. Men

verwachtte een gunstige ommekeer van dit besluit--het bleef echter eene

doode letter. Ingevoerde arbeid, aan alle soort van dwang onderhevig,

kan op den duur niet met vrije inlandsche arbeid mededingen.

Dit vraagstuk is van zeer groot belang in zijne vertakkingen en

invloed op de koloniale belangen, als daarbij de vrije handel en de

vrije arbeid van de mededingende wereld wordt ter sprake gebragt. Ik

betwijfel zeer of de krachten van de West-Indiën--afhangende van

aangevoerde en kostbare immigranten--met de rijke velden van de Oost

kunnen wedijveren, als kapitaal en vlijt toegepast worden op den meer

vruchtbaren grond, het beter klimaat en de minder kostbare middelen van

productie. De vooruitgang is daar slechts de natuurlijke ontwikkeling

van de elementen, waarmede de Voorzienigheid die landen bedeeld heeft,

terwijl in de West-Indische koloniën alles gedwongen en onnatuurlijk

is tegen ontzaggelijke sommen aangekocht en door voortdurende offers

onderhouden wordt.

Een Bezoek aan de Philippijnsche Eilanden · 第 30 / 58 题