Men heeft op de Philippijnen een aartsbisschoppelijke en drie
bisschoppelijke zetels. Het aartsbisdom van Manilla werd in 1595
door Clement VII gesticht en door Philippus II met een jaarlijksch
inkomen van 500,000 maravedis (f 2,400) begiftigd. Het bisdom van
Nieuw-Segovia werd omstreeks denzelfden tijd gesticht en met eene
gelijke som begiftigd. In 1859 was die zetel vacant. Het bisdom
van Cebu werd in 1567, kort na de verovering van het eiland door
de Spanjaarden, gesticht. Ook Nueva Caceres heeft een bisdom. De
keuze van candidaten voor deze geestelijke eere-ambten is meestal
overgelaten aan de godsdienstige broederschap, die het talrijkst
is in het district waar eene plaats openvalt, terwijl de candidaat,
wanneer hij door den Spaanschen souverein is goedgekeurd, door den
Paus wordt bevestigd. Somtijds hebben wel benoemingen plaats gehad
van een bisschop, die het moederland niet wenschte te verlaten,
hetgeen, naar men mij zeide, tot het besluit geleid heeft geen
bisschop meer te installeren dan nadat hij zijn zetel zal hebben
bezet. De geestelijke magt is voornamelijk in handen van de monniken
of de eigenlijke geestelijkheid. Men vindt betrekkelijk weinig
wereldlijke priesters op de eilanden. De Dominikaner en Augustijner
monniken hebben uitgestrekte bezittingen, vooral in de midden- en
zuidelijke provinciën; de Franciscanen bevinden zich in het grootst
getal in de noordelijke gewesten. Ik moet hier de meest mogelijke
hulde en het loffelijkste getuigenis brengen aan de gastvrijheid en
de bereidwilligheid der monniken gedurende mijne geheele reis. Overal
werden de kloosters voor ons met de meeste vriendschappelijkheid
geopend en ik schrijf het grootste gedeelte van het huldebewijs
der Indianen toe aan de gulle ontvangst, die wij overal van wege de
Spaansche geestelijken genoten. De Dominikaner monniken zijn belast
met de zendingen te Fokien, in China en te Tonquin.
De geschiedenis der geestelijkheid op de Philippijnen kenmerkt zich
door bittere en somtijds bloedige geschillen van de kerk met de
burgerlijke magt en door twisten van de geestelijke autoriteiten
onder elkander. In het jaar 1710 verklaarden de Dominikanen zich
onafhankelijk van de verpligting om het kerspel te bezoeken. In een'
hunner resolutiën wordt gezegd: «In de provinciën houdt men het voor
eene zekerheid dat zulke bezoeken tot den ondergang der geestelijkheid
zouden leiden en in deze meening werd reeds voor jaren gedeeld door
vrome en ijverige geestelijken en hoogere prelaten, die in het
gewest verblijf hielden.» In 1757 werden de Augustijner monniken
(calzados) bedreigd met de verbeurdverklaring van hun eigendom,
zoo zij de hoogere magt en de toelating van regtstreeks benoemde
parochiale geestelijken miskenden, maar hun besluit was, dat zulk
eene onderwerping «de ondergang van hunne instelling en het zedelijke
verderf hunner zielen zou zijn.» In 1767 vaardigde Benedictus XIV
een bul uit, waarbij op de erkenning van het koninklijk gezag werd
aangedrongen, maar de Augustijnen bleven volharden. In 1775 werd bij
koninklijk besluit te Madrid bepaald dat alle eigenlijke geestelijken
zich moeten onderwerpen aan hun provinciaal in vraagstukken de
vita et moribus; aan den bisschop in alle zaken van geestelijke
administratie en aan den kapitein-generaal als onderkoning. Of de
geestelijke tucht beter bewaard wordt door de tusschenkomst van de
hoogere autoriteiten dan wel door de onafhankelijke werking onder
elkander van de verschillende geestelijke orden, is eene vraag,
waarover reeds veel gesproken is, maar het is een feit dat de monnik
een ontzaggelijken en weinig beperkten invloed heeft op de plaats
van zijn ambt en dat, waar misbruiken bestaan, het zeer moeijelijk
valt die na te gaan en het nog moeijelijker is straf toe te passen,
waar het kwaad blijkt bedreven te zijn.
Het kan niet ontkend worden dat, zooals Thomas de Comijn zich uitdrukt,
«de zendelingen de eigenlijke veroveraars der Philippijnen waren;
zij strekten intusschen niet den arm als krijgslieden uit, maar
zij gaven wetten aan millioenen en, hoe verspreid ook, oefenden zij
door eenheid van doel en van werkkring voortdurend gezag uit over
talrijke menschenmassa's.» Tot op den huidigen dag nog vindt men
weinige kerspelen, waarin de gobernadorcillo, nadat hij een mandaat
heeft bekomen van de burgerlijke magt, in gebreke blijft den monnik te
raadplegen, terwijl de werkzaamheid van den Indiaanschen functionaris
in het uitvoeren van den hem opgedragen last veel afhangt van de
meening des geestelijken over het gegeven mandaat.
Godsdienstige processiën zijn de trots en de hartstogt der Filipinos
en bij groote feesten verzamelen zij tallooze massa's als vertooners
en toeschouwers. De schitterendste dezer optogten zijn die, welke
na zonsondergang plaats hebben, als wanneer eenige duizende personen
brandende kaarsen dragen; de processie is dan soms eene mijl lang en
bestaat uit alle militaire en civiele autoriteiten en de geestelijke
ambtenaren, die met elkander wedijveren in de vertooning van hunnen
ijver en ootmoed. Bij die gelegenheden maken prachtig gekleede beelden
van de verschillende voorwerpen van vereering een belangrijk deel
der plegtigheid uit. Men verzekerde mij, dat de waarde der juweelen,
die het beeld van Nuestra Senora de la Imaculada Concepcion op
haren feestdag droeg, meer dan 25,000 dollars beliep. Een aantal
muziekcorpsen vergezellen den optogt. Een der aardigste gedeelten
daarvan is het aantal kleine meisjes, allernetst in het wit
gekleed, die achter sommige beelden der heiligen of de palio van den
aartsbisschop gaan. Eene dezer processiën trok gedurende 40 minuten
voort en was van eene onmetelijke lengte, terwijl langs den geheelen
weg aan beide zijden dragers van waskaarsen gingen. De geestelijke
orden schijnen een wedstrijd te voeren, wie van hen den meesten indruk
en ontzag zal te weeg brengen. De beelden zijn in levensgrootte en
in prachtige kleederen gestoken, die met versierselen als opgevuld
zijn. Zij worden op de schouders van hunne vereerders gedragen,
aldus een plate-form uitmakende, waarop zij aan de menigte worden
tentoongesteld [13].
Deze godsdienstige plegtigheden, die zoo dierbaar voor en
zoo karakteristiek aan de Filipinos zijn, worden Pentacasi
genoemd. Iedereen schijnt daaraan deel te nemen, hetzij binnen of
buiten 's huis. Allen noodigen uit of worden uitgenoodigd en men
is druk bezig met het bereiden van maaltijden of het versieren van
kamers (met meubelen, die van alle kanten geleend worden; iets dat
later op wederdienst aanspraak maakt); voorts met het bijeenzamelen
van muzikanten; het opzoeken van vreemdelingen, terwijl bij dat alles
de plaats vol leven en bedrijvigheid is.
«Op den avond voor het feest,» zegt een inlandsche schrijver, terwijl
hij melding maakt van hetgeen in de nabijheid van Manilla plaats had
«is men in de pueblo druk bezig met het maken van toebereidselen. Op
de straten worden schoone bogen van bamboe gemaakt, met beschilderd
linnen bedekt, die verschillende bouworden aanduiden; sierlijke
draperiën worden over den boog gehangen, waarin zich verschillende
openingen of vensters bevinden, om daarin bont opgesmukte lantarens
te plaatsen (eene kunst, die ongetwijfeld overgenomen is van de
Chinezen, welke daarin zeer ver gevorderd zijn). In de lantarens worden
versierde beeldjes in voortdurende beweging gehouden door de warmte
van den atmospheer. Bouquetten van kunstbloemen, vruchtengroepen en
verschillende deviesen versieren de huizen, terwijl de plaatselijke
muzikanten serenades brengen aan de priesters en de autoriteiten; de
geheele bevolking begeeft zich voorts ter kerke voor de avonddienst. De
dalagas (meisjes) maken hare beste plunje gereed om aan de processie
deel te nemen, waarin koninginnen en heiligen, benevens verschillende
personen uit de H. Schrift, worden voorgesteld door de Zagalas of
vrouwelijke personen uit de gezinnen, die dan fluweelen en gouden
kleederen dragen, met al de juweelen versierd, die men kan vinden, en
hoezeer nu het kostuum niet altijd van veel klassieke of historische
kennis getuigt, is het toch zeer schoon en luisterrijk, doet het
genoegen aan de dragers en wordt bewonderd en toegejuicht door de
toeschouwers. Volksliederen worden, geaccompagneerd door de guitar,
gezongen en de vrolijkheid duurt tot middernacht voort. Ten 8 ure van
den volgenden morgen wordt de mis bijgewoond, eene preek gehouden
en eene processie gemaakt, waarna allen zich naar hunne woningen
begeven om de hitte van den dag te ontgaan, maar in de voornaamste
woningen zijn maaltijden gereed voor iederen gast, die komen wil,
terwijl eene groote verscheidenheid van Indiaansche spijzen op de
tafel staan. Ten vier ure des namiddags komen de militairen met hunne
muziek en gewoonlijk vereenigen de dorpsmuzikanten in het kerkkoor
zich dan bij de kerk om de talrijke bezoekers uit de hoofdstad te
verwelkomen. De menigte rijtuigen is dan zóó groot, dat zij niet
door de straten mogen rijden, maar aan den ingang van den pueblo
moeten verlaten worden, terwijl de dan uitstappende personen te voet
naar de woningen moeten gaan, waar men hen uitgenoodigd heeft. Een
groot aantal Spaansche meisjes uit Manilla zit aan de vensters om
de drukte te beschouwen. De straten zijn nu niet alleen gevuld met
de fraai uitgedoschte inwoners, maar ook eene massa Indianen komt
uit de binnenplaatsen om aan het feest deel te nemen. De inlandsche
autoriteiten brengen nu, door muziek voorafgegaan, een bezoek in
de verschillende huizen om de Zagalas bijeen te zamelen, die in hare
koninklijke kleederen en met haar kroonen te voorschijn komen, met eene
menigte volgelingen achter zich. Er heeft een groot vuurwerk plaats;
raketten worden af- en ballons opgelaten en zoo gaat de processie naar
de kerk. Het is een groote dag voor den gallera of het haanstrijdperk;
het is tot stampens toe gevuld met drukke en opgewonden vertooners
en toeschouwers; groote weddingschappen worden aangegaan; hutten
omgeven de plaats, waar eten en drinken wordt verkocht en onder de
délicatesses komen geroosterde speenvarkentjes veel voor. De processie
vertrekt gewoonlijk ten 6 ure. Allen, die er aan deelnemen, dragen een
brandende waskaars; eerst de kinderen van het dorp; daarna de soldaten;
vervolgens het beeld der Heilige Maagd, met een geleide van gesluijerde
dames; daarop het beeld van den heilige van den dag of van de plaats,
wiens wagen door een aantal dalagas in witte kleederen wordt gedragen,
die guirlandes en kroonen van bloemen in de hand hebben en door de
autoriteiten en den priester met zijn' gouden kap gevolgd worden;
nu een muziekkorps en cavalerie-soldaten; hierachter de hoofd-zagala,
wier koninklijk kleed door acht of tien Indiaansche meisjes, in het
wit gekleed en met bloemen versierd, wordt gedragen. Andere zagalas,
voorstellende de Christelijke deugden, komen nu, als: Trouw, Hoop,
Liefdadigheid met hare karakteristieke attributen. Somtijds zijn
er ook karren bij, waarin tooneelen uit de Schrift door personen
worden vertoond, terwijl anderen alle blijken van ootmoed ten toon
spreiden. De processie trekt door de straten, tot dat het laat in den
nacht is; dan worden de beelden weder naar de kerk gebragt en beginnen
andere vermakelijkheden. De voornaamste gasten worden gelaten in een
open, tijdelijk opgerigt gebouw, dat fraai gedrapeerd en schitterend
verlicht is; in het midden staat eene groote tafel, met lekkernijen
opgevuld en met bouquetten en pyramiden van bloemen versierd. De
grootste eerbewijzen worden aan de geestelijken en daarna aan de andere
bezoekers betoond, naar gelang van rang en positie. Daar de straten
en huizen verlicht worden, zoodra de nacht aanbreekt, verzamelen de
voornaamste inwoners hunne gasten daar en tegen 10 ure begint men
met het ontsteken van vuurwerk en het oplaten van ballons, waarbij
de concurrentie van de vuurwerkkunstenaars der hoofdstad ruim veld is
overgelaten. De meeste pueblos rondom Manilla hebben hunne feestdagen
en bij het wedijveren in het roemrijk maken van de plaatselijke
heiligen en beschermers, trachten zij zelfs de hoofdstad voorbij te
streven. Santa Cruz, eene rijke en volkrijke plaats, verheugt zich in
de bescherming van den H. Stanislas en spreidt verder de meeste pracht
ten toon, waarin de inwoners van Manilla een werkzaam aandeel nemen. De
feestdag der Chinezen is die van den H. Nicolaas in Guadalupe. Tondo
heeft zijne bijzondere feesten. Binondo is groot en prachtig op den
dag van «Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans van den H. Dominicus.»
Sampaloc viert «Onze Vrouw van Loreto.» Santa Ana vereert «Onze
Vrouw van de Verlatenen» (de los desamparados). Pandacan heeft zijne
feesten ter eere van «den heiligen naam van Jezus» en de pracht
daarvan verhoogt de liefelijkheid der plaats. St. Sebastiaan houdt
den optogt met zijn zilveren wagen, waarin «Onze Vrouw van Carmel»
statig wordt rondgedragen. De schorsingen, die door de regenmaanden,
de vasten en door vele andere belemmeringen plaats hebben, worden
vergoed door de buitengewone ceremoniën en festiviteiten en andere
katholieke vreugdedagen. Alleen de lijst van al deze fiestas zou
bladzijden beslaan en ik had het geluk de eilanden juist in een tijd
te bezoeken, dat ik de gelegenheid had menige dier karakteristieke
vertooningen bij te wonen.»
De weelde der monniken en van sommige monniken-orden op de
eilanden is dikwijls en natuurlijk een onderwerp van verwijt
geweest. De inkomsten, die zij trekken, zijn op sommige plaatsen
zeer belangrijk, in verwijderde districten beloopen zij zelfs 8 à 9
duizend dollars per jaar, soms meer, zooals in de volkrijke pueblos als
Binondo. Sommige dezer gemeenten bezetten ook groote stukken gronds,
waarvan de administratie op bepaalde vergaderingen, in de hoofdstad
gehouden, wordt gecontroleerd, bij welke gelegenheid de menschen uit
de verschillende provinciën en van dezelfde broederschap, verslag
moeten doen van hun beheer en de algemeene belangen der broederschap
bediscussiëren. De besparingen der monniken komen na hunnen dood
aan de kloosters, maar zij beschikken er bij hun leven zonder veel
moeite over.
Wij hebben reeds gezegd dat de staatkunde der monniken op de
Philippijnen daarin bestaat om den Indiaan langs een pad van
bloemen naar den hemel te geleiden. Hij zal weinig berisping van
zijn' geestelijken vader ondervinden, wanneer hij de godsdienstige
plegtigheden getrouw waarneemt, zijne bijdragen aan kerk en staat
geregeld schenkt en die openlijke blijken van eerbied en ootmoed
betoont, die de vertegenwoordigers der Godheid als hunne wettige
erfenis eischen; maar er bevinden zich ook vele doornen onder de rozen
van, en veel hinderpalen op dien hemelschen weg en eens zal de tijd
komen dat hooger en edeler streven dan thans den armen onbeschermden,
of weinig beschermden Indiaan bezielt, zijn' levensgedrag zal leiden.
De persoonlijke beleefdheden, de gulle ontvangst en de talrijke
attenties, die ik van de monniken overal op de Philippijnen
ondervond, moeten mij natuurlijk gunstig voor hen doen stemmen. Ik
vond onder hen inderdaad mannen, die liefde en eer waardig zijn,
sommigen zelfs van groote geestontwikkeling, maar letterkundige
beschaving en wetenschappelijke kennis zijn zeldzame zaken onder
hen. Steeds bezig met hunne eigene belangen, weten zij weinig van
de wereldsche zaken. Politiek, geographie, geschiedenis hebben geene
bekoorlijkheid voor hen die, zoo zij al den lust tot studeren hadden,
in hunne afzondering en uitsluiting weinig gelegenheid daartoe zouden
hebben. Hunne kloosters zijn schier paleizen met uitgebreide hoven,
gronden en tuinen; hunne inkomsten dikwijls groot. Hoezeer hunne
leefwijze over het algemeen sober en eenvoudig is, houden velen
schoone rijtuigen en hebben de beste paarden van de plaats; zij worden
meestal door eene ootmoedige en bijgeloovige bevolking omgeven, op
wier hoop en vrees, gedachten en gevoelens zij een invloed uitoefenen,
die betooverend zou worden genoemd, wanneer hunne geloovigen dien niet
goddelijk achtten. Deze invloed is ongetwijfeld grootendeels verkregen
door den heldenmoed, den arbeid, het lijden en de opofferingen van
de vroegere zendelingen en door de goed georganiseerde hierarchie
van de Roomsche kerk, wier vertakkingen zich tot de uiterste punten
uitstrekken waar slechts een vorm of schijn van het Christendom kan
worden ontwaard. Boekdeelen op boekdeelen--de uitgebreide verhalen
van de handelingen der verschillende godsdienstige orden zijn voor
Protestantsche lezers weinig bekenden--vullen de boekzalen van deze
gestichten, die de verzamelplaatsen zijn van hunne godsdienstige
historie.
De meest invloedrijke broederschap op de Philippijnen is die der
Augustijnen (Agostinos Calzados), die met de verzorging van meer dan
anderhalf millioen zielen belast zijn. De barrevoetgaande Augustijnen
(Agostinos Descalzos of Recoletos) oefenen over ongeveer een derde
van dat aantal gezag uit. Dan volgen de Dominikanen in rang, wier
vereenigingen niet minder talrijk zijn dan die der barrevoetgaande
Augustijners. Vervolgens komen de Franciscanen, die met de Dominicanen
in de uitgestrektheid van hun gezag gelijk staan. Afgescheiden van
de monnikenorden en de hoogere geestelijke autoriteiten, bestaat er
slechts een klein aantal parochiale en wereldlijke geestelijken in
de Philippijnen.
Bij gelegenheid van installatie onder het «koninklijk zegel» hebben de
plegtiglieden plaats in de kerk der Augustijnen, de oudste in Manilla,
waar ook de regements-vaandels worden ingewijd en andere publieke
feesten gevierd. Aan deze kerk is een klooster verbonden. De geregelde
Augustijnen en de Recoletos hebben beiden geldelijke toelagen van
den Staat. De Franciscanen staan naast de Augustijnen, wat betreft
het aantal hunner geestelijkheid.
Eene bron van invloed, die de monniken bezitten en waarvan eene menigte
burgerlijke ambtenaren is uitgesloten, bestaat in het meesterschap
van de inlandsche talen. Al de voorbereidende studiën van geestelijke
aspiranten zijn aan dit onderwerp gewijd. Het lijdt geen twijfel dat
het dagelijksch verkeer met het Indiaansche volk hun daarin wel te
stade komt, daar zij steeds in gesprek daarmede zijn, terwijl zij
naauw bekend zijn met hunne belangen. Een der beste middelen om het
gezag der burgerlijke departementen te verhoogen zou bestaan in de
aanmoediging, aan de ambtenaren te geven tot het verkrijgen van de
kennis der inlandsche talen. Ik meen dat het Spaansch nergens dan in
de hoofdstad van de predikstoelen gesproken wordt. In vele pueblos
vindt men geen enkelen Indiaan, die Castiliaansch verstaat, zoodat
de priester dikwijls de eenige tolk tusschen het gouvernement en
de gemeente is en, zooals de maatschappij thans is georganiseerd,
een noodzakelijke tolk. Men moet hier in het oog houden, dat de
verschillende leden van godsdienstige broederschappen door sterker
banden en een krachtiger en meer invloedrijke organisatie aan elkander
gehecht zijn, dan eenige officiele hierarchie onder burgers, zoodat
het gouvernement geenerlei medewerking van de priesterschap kan
verwachten, waar het geldt de vermindering van geestelijke magt
of gezag, hoezeer de onderwerping van dat gezag aan den Staat en de
beperking daarvan, overal waar het zich in het algemeen welzijn mengt,
eene groote noodzakelijkheid en een gewigtig op te lossen vraagstuk
in de Philippijnen is. Maar hier juist is het Katholieke karakter
van het gouvernement zelf eene zeer groote en bijna onoverkomelijke
zwarigheid. Niets is den Spanjaard dierbaarder dan zijne godsdienst;
zijne orthodoxie is zijn trots en roem en op dezen grondslag bouwt de
Roomsche kerk natuurlijk haar politiek gezag en kan zij haar alles
overheerschenden invloed met den geheelen werkkring van het civiel
gouvernement ineenmengen. De Hollanders hebben in hunne koloniën met
zulk eene zwarigheid niet te kampen.
De Kapitein-Generaal heeft de goedheid gehad mij de jongste opgaven
te geven van de geestelijke corporatiën op de Philippijnen tot op
1859. Zij zijn de volgende:
------------------------+------------+-----------+--------+-----------+---------
| Belasting- | | | | Sterfge-
| schuldigen | Zielen. | Doop. | Huwelijk. | vallen.
------------------------+------------+-----------+--------+-----------+---------
Recoletos. | | | | |
Aartsbisdom Manilla. | 29.899 | 122.842 | 5.335 | 1.166 | 3.334
provincie Zebu. | 90.701 | 454.279 | 18.559 | 4.166 | 6.500
+------------+-----------+--------+-----------+---------
Totaal | 120.600 | 577.121 | 23.894 | 5.332 | 9.834
+------------+-----------+--------+-----------+---------
Franciskanen. | | | | |
Aartsbisdom Manilla. | 60.936 | 227.866 | 7.988 | 1.923 | 7.896
Bisdom Nieuw-Caceres. | 72.477 | 289.012 | 9.957 | 2.505 | 7.020
Bisdom Zebu. | 57.778 | 237.583 | 9.941 | 2.260 | 4.691
+------------+-----------+--------+-----------+---------
Totaal | 191.191 | 754.461 | 27.886 | 6.688 | 19.607
+------------+-----------+--------+-----------+---------
Augustijnen. | | | | |
Aartsbisdom Manilla. | 162.749 | 678.791 | 28.826 | 6.194 | 20.669
Bisdom Ilocos. | 85.574 | 357.218 | 15.775 | 4.218 | 8.383
Bisdom Zebu. | 136.642 | 607.821 | 27.049 | 4.049 | 16.361
+------------+-----------+--------+-----------+---------
Totaal | 384.965 | 1.643.830 | 71.650 | 14.461 | 45.413
+------------+-----------+--------+-----------+---------
Dominicanen. | | | | |
Aartsbisdom Manilla. | 20.803 | 74.843 | 3.230 | 603 | 2.806
Nieuw-Segovia. | 77.314 | 352.750 | 1.374 | 3.909 | 9.216
+------------+-----------+--------+-----------+---------
Totaal | 98.117 | 427.593 | 4.604 | 4.512 | 12.022
------------------------+------------+-----------+--------+-----------+---------
De Dominikanen zijn belast met de zendingen in de provincie Fokien in
China en Tonquin. Zij deden in 1857 plaats hebben: in Fokien 11.034
belijdenissen en 10.476 communiën; 1.973 doopplegtigheden van kinderen
en 213 van volwassenen, 284 huwelijken en 288 bevestigingen. In
Oostersch Tonquin: 3.283 doopplegtigheden van kinderen en 302
van volwassenen; 4.424 laatste oliesels, 64.052 belijdenissen,
60.167 communiën en 658 huwelijken. In Midden-Tonquin: 5.776 doopen
van kinderen en 400 van volwassenen; 32.229 zalvingen; 141.961
belijdenissen; 131.438 communiën en 1.532 huwelijken.