Nadat wij ons gereed hadden gemaakt voor een bezoek bij de Laguna en
omliggende bergen, welker prachtige ligging aan het eiland Luzon eene
wereldberoemde vermaardheid gegeven heeft, begaven wij ons op weg,
vergezeld door den alcalde-major de la Herran, kolonel Trasierra,
een adjudant van den gouverneur, die tot mijn bijzonderen gids en
bewaker benoemd was, mijn waarde vriend en getrouwe medgezel kapitein
Vansittart, en eenige andere heeren. De inwoners der Laguna worden door
de Indianen van Manilla Pagasilangan of Oosterlingen genoemd. Toen wij
de verschillende dorpen bereikten, kwamen de Principalia of inlandsche
gezagvoerders naar buiten, om ons te begroeten, en musicale troepen
vergezelden ons naar en van al de pueblos. Wij vonden de Indiaansche
dorpen versierd met gekleurde vlaggen en geborduurde doeken,
en geweerschoten kondigden onze komst aan. De wegen waren fraai
versierd met bamboes en bloemen, en alles riep ons een hartelijk,
hoewel eenvoudig, welkom toe. De dikke en rijkgeschakeerde bladeren
van den mangaboom, de kleine bamboes met hunne gevederde toppen in
de lucht, de nog hoogere kokosnootboom, de areca en de nipa-palmen,
de plataan-boomen, welker in elkander geslingerd groene bladeren
zulk een rijkdom aan een tropisch landschap geven, de broodvrucht,
de papaya en de sterk gekleurde wilde bloemen, die door elkander over
oevers en takken groeijen; de rivier, die nu en dan zigtbaar wordt,
met hare kano's en hutten, en Indianen, mannen, vrouwen en kinderen,
die den geheelen oever bevolken. Wij gingen over een uitmuntenden
weg van Santa Ana naar Taguig, waar een brug van bamboes in haast was
gelegd geworden, om ons den overtogt over den stroom gemakkelijk te
maken; het eerste rijtuig kwam goed over, met het tweede brak de brug,
en er werd eenigen tijd vereischt om het ongeval te herstellen en de
andere rijtuigen in staat te stellen om voort te komen. Taguig is een
fraai dorp, met warme baden en omstreeks 4,000 inwoners; men zegt,
dat de visch daar bijzonder goed is. Nabij hetzelve ligt Pateros,
welke naam ongetwijfeld ontstaat door de groote hoeveelheid kunstmatig
uitgebroeide eenden (patos), die daar opgekweekt en in ongeloofelijke
menigte op de oevers der rivier gevonden worden. Zij worden gevoed
door kleine schelvisschen, die in menigte in het naburige meer zijn,
en die in booten naar de paterias, op de oevers van de Pasig, gebragt
worden. Die eenden-fokkerij wordt door de Indianen Itig genoemd. Elk
pateria is van dat van den buurman gescheiden door een beschot van
bamboes op de rivier, en met zonsondergang zwemmen de eenden van het
water naar nabij gelegene gebouwen, waar zij hare eijeren gedurende
den nacht leggen, en keeren 's morgens met een groot gevolg naar
de rivier terug. Als de eijeren verzameld zijn, worden zij in
groote bewaarplaatsen gebragt, warme paddi schillen bevattende,
die altijd op denzelfden warmtegraad gehouden worden; het geheel
is met een kleed bedekt, en zij worden weggenomen door de eigenaars
zoodra ze uitgebroeid zijn. Wij zagen honderden jonge eenden loopen
in lage bamboe-manden, wachtende tot dat ze op de oevers der rivier
overgeplaatst zouden worden. De monnik te Pasig verliet zijn klooster
om ons te ontvangen. Het is een volkrijke stad, meer dan 22,000 zielen
bevattende. Er is een school voor Indische vrouwen. Het heeft steenen,
vierkanten hoeken; de steen is bewerkt voor het verbruik te Manilla,
maar zacht en broos. De omstreken zijn versierd door tuinen. Onze
gastheer, de monnik, had voor ons in het klooster een maaltijd
gereed gemaakt, die met groote netheid en ware gastvrijheid werd
toegediend. Toen wij nu de grenzen zijner alcadia bereikt hadden,
namen de magistraat en zijne medgezellen van ons afscheid, en betraden
wij een falua (felucca), voor ons door den intendant van Marine bezet
met een groot aantal roeijers; en voorzien van een karpet, kussens,
gordijnen en andere gemakken. Hierin vertrokken wij naar de laguna,
voorafgegaan door een troep muzikanten. De roeijers stonden overeind,
en bij iederen slag van de roeispaan vielen zij op hunne zetels terug;
zij gaven daardoor een groote vaart aan de boot; die oefening schijnt
zeer moeijelijk, toch deden zij hun werk met een zeer goed humeur,
en zelfs toen zij van den regen dropen, morden zij niet. In het meer
(Bay genaamd) is een eiland, tusschen hetwelk en het open land een
diep en gevaarlijk kanaal is, genaamd Quinabatasan, hetwelk wij
door moesten. De stroom vloeit met eene groote snelheid, en dikwijls
gaan er schepen in hun doortogt verloren. De oevers zijn bedekt met
schoone vruchtboomen, en de bergen steken aan alle kanten hunne
toppen omhoog. Onze bestemming was naar Santa Cruz, en lang vóór
onze aankomst was een loodsboot afgezonden, om onze komst aan te
kondigen. De zon was onder, maar wij bemerkten, dat bij onze komst de
straten verlicht waren, en hoorden de gewone Indiaansche muziek in
de verte. Toen wij de rivier bereikten, werden wij in een aangenaam
verlicht en versierd vlot gebragt, hetwelk ons aan land bragt--en
een gevolg van rijtuigen, in een van welke de Alcade zat, die zijn
cabacera of hoofdkwartier verlaten had om voor ons te zorgen, geleidde
de troep naar een fraai huis, een rijken Indiaan toebehoorende,
alwaar wij geheel gereed een zeer goed middag- of avondmaal vonden,
en al de notabelen van de plaats, den priester, als een onmisbaar
voorwerp onder hen, verzameld om de vreemdelingen te verwelkomen. Wij
gingen langs een schouwburg, die in der haast scheen opgebouwd te
zijn, en sierlijk opgetooid was, waarin, zooals men ons berigtte,
ter onzer eere en om ons genoegen te doen, een Indisch blijspel
in de Tagalesche taal zou worden opgevoerd. Ik was te onwel om te
luisteren, maar ik hoorde veel op het tooneel praten (dat natuurlijk
voor ons gezelschap onverstaanbaar was), vele zwaarden zich kruisen,
en zag vele gevechten voeren, geesten vrouwen najagen tot in bosschen,
en koningen en koninginnen in hunne netste pakjes uitgedoscht. De
schouwburg was voor de menigte op de straat open en duizenden kwamen de
voorstelling bijwonen uit belangstelling en nieuwsgierigheid. Men zeide
mij dat sommige acteurs uit Manilla waren gekomen. Onze gastheer was
buitengewoon voorkomend; zijne tafel was niet alleen met inlandsche,
maar ook met vele Europesche overtolligheden gevuld. Hij was als een
Indiaan gekleed en scheen met zijne garderobe te pronken. Hij bediende
ons zelf aan zijne eigene tafel, keerde en bewoog zich onophoudelijk
alsof hij waarlijk vereerd was om te kunnen bedienen. Zijn naam,
dien ik dankbaar herdenk, was Valentijn Valenzuela en zijn broeder
bekleedde de waardigheid van priester.
Santa Cruz telt eene bevolking van ongeveer 10,000 zielen. Men zegt
dat de meeste zijner inwoners vermogend zijn. De kerk is fraai en
de buitenwegen breed en in goeden staat. In de naburige bosschen
vindt men veel wild, doch er bestaat weinig lust voor de jagt. In
de omstreken groeit eene groote verscheidenheid van tropische
producten. De inlanders zamelen wilde honig op, terwijl katoenen en
abacá-stoffen voor huisselijk gebruik worden geweven. Het huis, waarin
men ons uitgenoodigd had, was fraai gemeubileerd, maar wij vonden er de
gewone sieraden van heiligen in beelden en vaatwerk voor wijwater. Des
avonds werden de Tagalesche meisjes uit de stad en omstreken op een bal
uitgenoodigd en de dag werd met de gewone vrolijkheid en levendigheid
besloten; de bolero en jota schenen daar de geliefkoosde vermaken te
zijn. Dans en muziek maken de genoegens der Indianen uit; de meeste
avonden, die wij in de Philippijnen doorbragten, waren dan ook aan die
vermakelijkheden gewijd. Den volgenden morgen bragten de rijtuigen van
den Alcalde, die door de kleine ponies van Luzon werden getrokken,
ons naar de casa real te Pagsanjan, den zetel van het Gouvernement,
of cabacera der provincie, waar wij hetzelfde goede onthaal als van
onzen geleider, vonden bij Senor Tafalla, den Alcalde. Pagsanjan telt
ongeveer 5,000 inwoners; deze plaats is minder bevolkt dan Binan
en andere vlekken in de provincie. Gastvrijheid was hier, even als
overal elders, aan de orde van den dag en zelfs van den nacht, en de
gulle ontvangst mogt hier te meer op prijs gesteld worden, omdat er
buiten de hoofdstad geene herbergen of pleisterplaatsen voor reizigers
waren. Hij die intusschen door de autoriteiten wordt aanbevolen en
door de monniken in bescherming genomen, zal nooit iets ontberen wat
tot zijn gemak kan bijdragen en veeleer over de overtollige bewijzen
van gulheid verbaasd staan, dan iets van het noodige missen. Ik werd
soms overstelpt wanneer de kelders van de kloosters zich ontsloten voor
wijnen, die daarin 20 à 25 jaren bewaard waren, en wanneer ik zeg dat
de overvloed van sigaren en chocolade zelfs den meest kritiserenden
der critici zou bevredigd hebben, laat ik slechts regt wedervaren
aan de giften en de gevers.
Wij deden een uitstapje naar het bevallige dorpje Lumbang. Natuurlijk
werd ons tot aan de oevers van de rivier, die de grenzen van het
vlek vormen, door de voornaamste autoriteiten uitgeleide gedaan. De
stroom was nog al hevig, doch eene bark wachtte ons en bragt ons naar
de voorzijde van het klooster aan de overzijde, waar de voornaamste
geestelijke, een monnik, ons naar de receptiezalen geleidde. Wij
wandelden door het vlek, dat door 5,000 Indianen wordt bewoond en
uit eene breede straat bestaat. Uit de vensters der huizen, waar
zich eene menigte nieuwsgierigen had verzameld, wapperde een aantal
gekleurde doeken en kleederen als vlaggen. Daarna keerden wij naar
den cabacera terug en overnachtten daar. In den vroegen morgen van
den volgenden dag trokken wij naar Pagsanjan.
Wij kwamen thans in de hoogere streken, wier bekoorlijke plantengroei
meer woest en bewonderenswaardig was. Intusschen werden de wegen hoe
langer hoe slechter, zoodat onze paarden met moeite de rijtuigen door
den dikken modder voorttrokken. Wij moesten menigmaal de hulp der
Indianen inroepen, om ons uit het wagenspoor te trekken, waartoe zij
steeds met de meeste bereidwilligheid gereed waren. Toen eindelijk de
rijweg geheel onberijdbaar werd, trokken wij door het bosch, waar de
Indianen met hunne lange messen, hunne getrouwe gezellen, die in den
weg staande struiken en takken afsneden en voor ons een begaanbaren weg
baanden. Na eenige dagreizen kwamen wij te Majayjay aan. Hier werden
wij door een aantal Indianen, met vlaggen en muziek, naar het klooster
geleid, van waar de goede Franciscaner monnik Maximo Rico kwam,
om ons te verwelkomen en ons langs den breeden trap naar de groote
bovenvertrekken te brengen. Dit vlek telt ongeveer 8,500 inwoners;
het klimaat is vochtig en de werking daarvan vertoont zich in het
heerlijke gewas rondom de plaats. De kerk en het klooster zijn verreweg
de merkwaardigste van de openbare gebouwen. Deze plaats is omringd door
bergachtige landschappen en de boomen uit de bosschen bieden schoone
en afwisselende tooneelen aan. Bladeren, bloemen en vruchten van de
heerlijkste vormen en kleuren,--het schoonste struikgewas en takken
van tropische boomen, zich op allerlei wijze dooreen kronkelend,
zijn de eigenschappen van deze streken. De inlandsche bevolking
maakte van de ruwe heuvelachtige streek gebruik om een langdurigen
tegenstand aan de Spanjaarden te bieden bij hunnen eersten inval,
en de verdedigingsmiddelen moeten zoo krachtig geweest zijn dat
bevel gegeven werd om de schatkist van Manilla naar die plaats over
te brengen bij de landing der Engelschen in 1762. Gelukkig--zeggen de
Spaansche geschiedschrijvers--werd dit bevel niet ten uitvoer gebragt,
daar de Engelschen hunne maatregelen hadden genomen tot vermeestering
van den buit en het bleek dat de plaats niet tegen hen bestand geweest
zou zijn.
Wij wilden nu de bergen bestijgen en moesten dus onze rijtuigen
verlaten. Men voorzag ons van palanquins, waarin wij ons in onze
geheele lengte konden uitstrekken en die door 8 man gedragen werden,
waarbij een gelijk aantal mannen tot aflossing gevoegd werden. De
Alcalde van de naburige provincie Tajabas was te Majayjay gekomen om
ons tot een bezoek in zijn district uit te noodigen, waar hij zeide dat
het volk reikhalzend naar onze komst uitzag en schikkingen voor onze
ontvangst gemaakt had, zoodat het niet weinig teleurgesteld zou zijn
wanneer wij Lucban niet bezochten. Wij konden zulk een vriendelijken
aandrang niet weêrstaan en legden ons thans in de palanquins, die voor
ons gereed stonden. Inderdaad wij werden goed beloond. De paden op de
bergen zijn in denzelfden toestand, waarin zij door den stroom gebragt
waren en bijna onbegaanbaar door de rots-massa's, die door het water
naar beneden geslingerd worden. Soms moesten wij op den ingeslagen
weg terugkeeren om een anderen te betreden, die nog veel slechter
was. Op sommige plaatsen was de modder zoo diep, dat onze dragers er
tot de knieën inzakten en niet dan met groote moeite en den bijstand
van hunne kameraden zich of ons uit zulk eene onaangename positie
konden redden. Doch geduld en vrolijkheid, aanmoediging, luid gelach
en eene algemeene en broederlijke medewerking kwamen alle hinderpalen
te boven. Rondom ons was alles stil en eenzaam; doch het gegons van de
bijen en het gesjilp der vogelen; diepe ravijnen onder ons, bedekt met
woudboomen, die nooit door den bijl van den houthakker zouden worden
neêrgeveld; hoogten boven ons, die nog moeijelijker te bebouwen en
met een heerlijken plantengroei versierd waren; beekjes en riviertjes
die daar zacht kabbelend in grootere stroomen vloeiden en van daar
langzaam hunnen weg naar den grooten oceaan baanden,--dat alles was
genoeg om onze aandacht te trekken en onze belangstelling gaande te
houden. Eindelijk bereikten wij eene vlakte op den kruin van een'
berg, waar twee fraai versierde draagstoelen, met een aantal dragers,
voor ons gereed stonden en wij verwelkomd werden door eene schaar
bevallige jonge vrouwen, op ponies gezeten, die zij met verwonderlijke
vlugheid bestuurden. Zij waren allerliefst gekleed. De Alcalde noemde
haar zijne Amazonas en eene lieve woordvoerster berigtte ons in zeer
zuiver Castiliaansch, dat zij hier waren gekomen om ons naar Lucban te
geleiden, dat eene mijl verder gelegen was. Dit was ons even welkom
als onverwacht. Ik zag de Tagalezen onverschillig op den achter- of
zijkant van hunne paarden gezeten. Het waren uitmuntende paardrijders,
die links en regts gallopeerden en sprongen en met hunne fraaije zweep
zwaaiden. Een muziekkorps geleidde ons, en de Indische huizen waar wij
langs gingen, droegen de gewone teekenen van welkomstgroeten. Zelfs de
wegen waren op meer dan gewone wijze versierd: eerebogen van versierde
bamboes aan beide zijden en geweerschoten kondigden onze komst aan. De
Amazonas droegen mutsen met linten en bloemen versierd; op de schouders
hadden allen doeken van geborduurd pina, terwijl gekleurde voorschoten
en rokken van inlandsch fabrikaat tot het schilderachtige uitzigt
bijdroegen. Zij gallopeerden den geheelen weg langs,--voor, achter
ons of, zoo de weg dit toeliet, aan onze zijde en schenen in alle
bewegingen geheel op haar gemak te zijn. Als naar gewoonte begaven
wij ons naar het klooster, waar wij den presiderenden monnik--een
man van de wereld--aantroffen, die voorkomend, onderhoudend, zelfs
geestig in zijne gesprekken was. Hij had vele toebereidselen voor
onze komst gemaakt. De voornaamste lieden werden tot het middagmaal
uitgenoodigd, waarbij menige geestigheid werd verkocht, en niet
het minst door den monnik. Toen men van het schoone geslacht sprak
(als de Indische meisjes daaronder gerangschikt kunnen worden) merkte
kapitein Vansittart op dat hij 30 ongehuwde officieren aan boord van
de Magicienne had.
«Ik doe iets--riep daarop de monnik--zend ze hier; ik zal ieder hunner
eene lieve vrouw geven.»
«Maar gij moet ze eerst bekeeren.»
«Ja, ja, daar zal ik voor zorgen.»
«En dan de trouwpenningen opsteken?»
«Natuurlijk, dat is 't voornaamste.»
Na het diner of souper, zooals men het noemde, werden de Amazonas, die
ons 's morgens vergezeld hadden, met nog eenige andere, binnengeleid;
de tafels werden weggenomen en toen ik mij naar mijne slaapkamer begaf,
was men nog druk bezig te dansen.
In de kamers van het klooster vond ik nieuwsbladen en boeken. De
monnik was weetgieriger dan de meeste van zijne orde en men kon met
hem een waarlijk onderhoudend en leerrijk gesprek voeren.
Wij keerden langs een anderen weg naar Majayjay terug, omdat wij een
heerlijken waterval wilden bezigtigen, waar men zegt dat de rivier tot
op 300 voet afdaalt. Wij kwamen op een rotsbrok zoo digt mogelijk bij
den waterval, die een vreesselijk geweld maakte, maar de stof en mist,
die weldra onze kleederen doorweekten, verduisterden het tooneel en
maakten het ons onmogelijk de diepte van den val na te gaan. Hij wordt
door eene karakteristieke schakering van bergen en bosschen omgeven,
die wij geen tijd hadden te onderzoeken en waarover de inlanders
ons slechts onvolledige mededeelingen konden doen. Zij wisten dat er
zich dassen, wilde beeren, buffels en andere wilde dieren in bevonden,
doch geen hunner was in die woeste streken doorgedrongen. Een reiziger
was eens over de rotsen van den voet tot aan den top van den waterval
geklommen.
Wij keerden naar Majayjay terug om door onze gastheeren in het klooster
met de gewone gastvrijheid te worden verwelkomd en ontvangen, en nadat
wij van onzen Alcalde afscheid hadden genomen, trokken wij naar Santa
Cruz, waar wij in onzen felucca langs de kust voeren en te Calamba,
een vlek van ongeveer 4,000 inwoners, aanlandden. Daar wachtten
ons rijtuigen om ons naar Binan te brengen, nadat wij korten tijd
te Santa Rosa zouden zijn gebleven, waar de Dominikaner monniken,
wie vele der uitgestrekte goederen in de nabuurschap behooren, ons
als gewoonlijk uitnoodigden hun klooster te bezoeken. Wij hielden ons
daar slechts korten tijd op. De wegen aan de oevers van de Laguna zijn
over het algemeen goed en wij bereikten Binan vóór zonsondergang;
in de eerste straat hadden de Indianen zich tot eene processie
gevormd, toen wij voorbij trokken. Men had verder vlaggen, takken
van bloemen dragende boomen en dergelijke uitgestoken. Eerst trokken
wij tusschen rijen jongelingen, daarna langs eene reeks meisjes en
eindelijk bereikten wij onder een' eereboog de schoone woning van
een' rijken mestizo, die met eene Spaansche orde was gedecoreerd,
waarmede zijn' vader reeds was begiftigd. Hij sprak Engelsch, daar
hij zijne opvoeding te Calcutta genoten had en zijn huis--dat zeer
groot was--leverde genoegzame bewijzen dat hij niet te vergeefs
de kunst van huisselijke beschaving had bestudeerd. De meubelen,
de bedden, de tafels, het keukengereedschap, alles toonde goeden
smaak aan, en de blijkbare opregtheid van de goede ontvangst bragt
niet weinig tot het aangename toe. Op het plein tegenover het huis
van Don José Alberto was eene talrijke menigte bijeengekomen. De
Indianen lieten ons hunne vechthanen bewonderen, doch wij waren niet
op de vertooning van hunne oorlogszuchtige deugden gesteld. Er werd
een aantal geweerschoten gelost, terwijl na het ondergaan der zon
vuurwerk werd ontstoken en een groote vuurballon, waarop de woorden:
«De bevolking van Binan aan hare doorluchtige bezoekers» opgelaten,
dien wij spoedig uit het gezigt verloren en die welligt onze komst
zal hebben aangekondigd aan de Magicienne in de Manilla-baai. Binan
is eene plaats van eenig gewigt. Vele rijke mestizos en Indianen
hebben er hunne woonplaats. De plaats zelve telt meer dan 10,000
inwoners. Uitgestrekte landgoederen, die daar gelegen zijn, behooren
aan de Dominikaner monniken; de voornaamste onder deze was degeen,
dien wij het laatst bezocht hadden. Even als overal kwamen ook hier
de voornaamste personen ons in ons hoofdverblijf hunne hulde brengen,
waarbij de gobernadorcillo, die gewoonlijk Spaansch spreekt, de tolk
van de overigen is. Inlichtingen omtrent de plaats, dankzegging voor
de ons bewezen eer, waren de hoofdonderwerpen van ons discours, maar
de inlanders waren altijd verheugd als de «vreemdelingen uit verre
plaatsen» belang schenen te stellen in hetgeen hen betreft. Nergens
zagen wij een spoor van armoede; nergens was ophooping, ruwheid
of verveling op te merken. De handelende personen en toeschouwers
schenen zich evenzeer te vermaken en onze tegenwoordigheid verschafte
die goede lieden slechts een feestdag te meer bij hunne geregelde
en bepaalde festiviteiten. Binan wordt door eene rivier doorsneden
en is ongeveer eene mijl van de Laguna verwijderd. De straten zijn
tamelijk breed en de buitenwegen uitmuntend. Bij de meeste huizen
vindt men tuinen, waarvan sommige zelfs zeer uitgestrekt zijn. Men
vindt er zeer verschillende soorten van vruchten. Rijst wordt er op
groote schaal verbouwd, daar de rivier en de daarin vloeijende beeken
genoegzame middelen tot irrigatie aanbieden. De landerijen worden
meestal door de Dominikanen verhuurd en de groote uitgestrektheid
van sommige eigendommen bevordert den landbouw. Vóórdat de landerijen
productief zijn, wordt eene geringe pachtsom genoten en, wanneer zij
eens winst opleveren, zijn de monniken nog zeer vrijgevige heeren,
die hunne huurders vele winsten doen genieten. Men zegt dat zij zich
met 1/10 van de geheele opbrengst tevreden stellen. Een huurder
wordt zelden de pacht ontnomen, wanneer hij zijne huurpenningen
geregeld betaalt. Vele landerijen zijn ook in bezit van associatiën
of maatschappijen, onder den naam van Casamahanes bekend.--Tusschen
Binan en Manilla wordt veel handel gedreven.
Hoogst voldaan over al hetgeen wij gezien hadden, scheepten wij ons
op nieuw in en trokken over de Laguna naar Pasig. Deze schoone rivier
afwaarts varende, bereikten wij Manilla 's namiddags.