In de _Geschiedenis van Woutertje Pieterse_, zooals die nu, helaas
onvoleindigd, voor ons ligt, hebben wij in de allereerste plaats te zien
een poging tot weergave der geleidelijk voortschrijdende geestelijke
ontwikkeling van een geniaal kind--Woutertje-zelf--; in de tweede
plaats een schets van: het Hollandsche volksleven:--_Femke_ en haar
moeder, _Gerrit Sloos, Klaas Verlaan_, de joodsche familie _Roebens,_ de
illuminatie-avond, enz.--; de klein-burgers:--de _Pietersen_, juffrouw
_Laps_, e.d.--; de "deftige" burgerij:--de _Kopperlith's_: typen van het
dwaze, opgeblazen parvenudom, met zijn sleep van kruiperige loonslaven,
en de _Holsma's_: ietwat geïdealiseerde beelding eener verstandige,
liefderijke, boven alle vooroordeelen hóógstaande doktersfamilie--; de
geestelijken, vertegenwoordigd door de kluchtige, verachtelijke figuur
van den _huisdominee_, en de heerlijk-gebeelde, kinderlijk-reine
persoonlijkheid van _pastoor Jansen_; "allerhoogste" personages, zooals
de groote _Napoléon_, op wien wij even in den schouwburg een vluchtig
kijkje krijgen, de _Paltsgravin_, prinses _Erica_, enz.; in de derde
plaats.... Maar nee, ik ga zóó niet verder, die zin werd veel te lang,
te vermoeiend door zijn lengte, zelfs als jullie op al die "plaatsen"
even waart gaan zitten, wat nog zoo gek niet zou zijn geweest, want,
laat me je verzekeren, je hebt vandaar heerlijke inkijkjes en prachtige
vergezichten....
[p.224] Wat ik verder wou zeggen, kwam in 't kort hierop neer, dat het
geheele werk één worsteling van het hooge met het gemeene, één
_Multatuliaansch_-heftig-beukende, maatschappelijke meubelen, ruiten,
hééle heilige huisjes stuk-rinkinkende pràchtige worsteling is.
Men zou, wellicht interesseert jullie deze mededeeling, ons boek kunnen
indeelen bij: _romantisch realisme_.... Maar hoe! ik zei: "_wellicht_
interesseert 't jullie" ... het _moet_ je interesseeren, want het geldt
hier niet, je 'n paar geleerde woorden naar 't hoofd te smijten, of je
'n kruieniersachtig suiker-rijst-boonen-indeelingsgewoontetje in te
stampen, maar het gaat erom, je de begrippen, de zeer veel verheldering
veroorzakende begrippen, waarvan die termen namen zijn, bij te brengen,
èn om de te behandelen stof, de letterkunde dus, door verdeeling meer
overzichtelijk en begrijpelijk te maken.
Wat ìs _Romantiek_?
Nou, om 't 'ns erg kort en populair te zeggen: een kunstbeelding van,
zeer wel bestaanbare, _uitzonderings_figuren, levend in zelden
voorkomende omstandigheden; daardoor heel vaak verschijnend als een
"overdrijving" van de _algemeene_ werkelijkheid, want die
_uitzonderings_figuren maken, door hun levenswaarheid, op den
gemiddelden lezer den indruk van vertegenwoordigers der _algemeene_
werkelijkheid te zijn.[8]
De romantiek nu, in dit romantisch-realistische werk, uit zich niet
slechts in het feit der beelding van sommige personen van het tweede
plan--prinses _Erica_ bijvoorbeeld--, ook niet alleen in het doen plaats
hebben van gebeurtenissen, die, wanneer we ons het totaal-beeld voor
oogen brengen, dat de werkelijkheid ons van den loop der dingen
voorhoudt, een sterken bijsmaak van onwaarschijnlijkheid krijgen, maar
[p.225] die romantiek uit zich al dadelijk heel principieel in den opzet
en op het hoofdplan van het werk: _het beschrijven der zielsgeschiedenis
van een geniaal mensch_. En nu ga ik verder en zeg dit: omdat een
geniaal mensch zelf "een stuk romantiek" is, door de Natuur, te midden
van Háár dag-dagelijksch "realisme" neergezet, botst hij daarmee,
verstoort hij er in zekeren zin de harmonie van (zeer zeker: om tot een
hoogere harmonie te geraken, en: de botsing is een heilzame, maar dat
verandert voor 't oogenblik aan 't onaangename van de zaak niets.
Multatuli-zelf is hier een uitstekend voorbeeld van) en zóó, en daarom
verstoort de _afbeelding_ van een geniaal mensch in een werk als
dit--voor driekwart een afbeelding der _algemeene_ werkelijkheid--de
harmonie van dat werk. We voelen een onaangenaam aandoende
ongelijksoortigheid en zelfs tegenstrijdigheid der deelen. (Multatuli
heeft dat, geloof _ik_, zelf gevoeld, vandaar dat het klaarblijkelijk
zijn plan was, zijn _Woutertje_, langzamerhand, naar den kant der
romantische prinses Erica uittedringen. Ik voor mij ben er zeker van,
dat, had hij het werk voleindigd, dit, _uit aan de Wouterfiguur
ontsprongen noodzaak_, al meer en meer verromantiseerd zou zijn
geworden. En verder ben ik van oordeel, dat het dit bewustzijn, met wat
er verder aan vast zit, bij _Multatuli_-zelf, is geweest, dat hem den
lust benomen heeft verder aan zijn verhaal te werken, en niet "ergernis
over de _Van Vloten's_" enz.--Stel je voor, omdat de kleine menschjes je
aftakelen, heb je geen lust meer aan de levende schoonheid in je ziel,
die je-zelf zoo heerlijk weet! Terwijl toch juist het natuurlijk beloop
is, dat die schoonheid je over alles troost en heenhelpt! Neen, geloove
wie 't kan, ìk kan 't niet. _De zaak is mijns inziens, dat hij geen
vreugde meer aan die schoonheid zelf had_--_om bovengenoemde redenen_.)
* * * * *
Ik zeide u daar straks dat je van al die "plaatsen" zulke aardige
inkijkjes en vergezichten zoudt kunnen hebben. Nu eerst een inkijkje.
Zie toe: daar wriemelen, maken zich belachelijk, worden gegeeseld door
hun eigen bespottelijkheid, [p.226] de Pietersen, de Lapsen, de Stoffels
en hoe al dat tuig verder heeten mag, vlak onder je neus.... Maar hé,
wat is dat? Je wijkt terug ... je denkt, daar zal wel 'n luchtje aan
zitten. En je hebt gelijk, je denkt er nog te licht over: er is geen
luchtje, er is een stànk aan. Maar, o wonder! hier hebt ge van dien
stank geen last; let maar op: wat ge voelt, dat is genòt, blìjdschap; je
trekt geen vies gezicht, maar je schatert. Wat is de oorzaak van dat
wonder? Ah, éven wachten. Zie eerst, lach eerst en allicht vindt ge dan
zelf die oorzaak.
-- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- -- --[9]
Ziezoo, klaar voor dezen keer. En nu maar aannemend, dat er wel enkelen
uwer zullen zijn, die nog maar altijd niet weten, waarom zij niet
gewalgd hebben bij het zien van al dat gedoe der Lapsen en Pietersen en
integendeel hebben genoten, precies gelijk ik trouwens, die toch geen
clown, gezwegen dan van een _Laps_ of 'n _Pieterse_, kan of kon zien,
zonder 'n weerzin en 'n schaamte te gevoelen over zulk een vernedering
van het _mensch-zijn_,--dat nu maar aannemend, geef ik u daarvan de
volgende verklaring: dat wat gij bewonderd, waarvan je genoten hebt, is
de _weergave_, de _afbeelding_ van het leven, _niet_ dat leven-zelf. Het
doet er niet toe _wat_ afgebeeld wordt, maar steeds _hoe_ het afgebeeld
wordt. Nòg eens: lees mijn artikel in den catalogus.[10]
Zooals ik reeds zei: dit nu was een _inkijkje_, in het volgende
hoofdstuk zet ik u op een plaats vanwaar ge een _vergezicht_ hebt.--
* * * * *