I. Al wat is, is in zichzelf of in iets anders.

II. Datgene, wat niet door bemiddeling van iets anders kan worden

begrepen, moet uit zichzelf begrijpbaar zijn.

III. Uit een gegeven oorzaak volgt noodzakelijk een bepaalde

uitwerking, en omgekeerd: wanneer geen bepaalde oorzaak gegeven

is, is het onmogelijk dat een uitwerking optreedt.

IV. De kennis eener uitwerking hangt af van de kennis der oorzaak

en sluit deze in zich.

V. Dingen, welke niets met elkaar gemeen hebben, kunnen ook niet

uit elkaar worden verklaard, ofwel: het begrip van het eene sluit

het begrip van het andere niet in zich.

VI. Een ware voorstelling moet met het door haar voorgestelde

overeenkomen.

VII. Van al wat als niet-bestaande gedacht kan worden, sluit het

wezen ook geen bestaan in zich.

Ethica In meetkundigen trant uiteengezet, vertaald, ingeleid en toegelicht door Jhr. Dr. Nico van Suchtelen · 第 27 / 59 题