Naar een schilderij van Hendrik van der Spyck]

Zelfs Heinrich Heine noemt de mathematische bewijsvoering een

"groot gebrek". "De wiskundige vorm geeft Spinoza een stug

uiterlijk". Maar Heine, de dichter, die toch naar de meening der

hierboven bedoelde spijtige bewonderaars een sterker afkeer

behoorde te hebben van alle zoogenaamd koud en dor

intellektualisme dan de geleerde filosofie-historicus, Heine

vervolgde: "Maar dit is als de ruwe schil der amandel, de kern is

des te verblijdender. Bij de lectuur van Spinoza grijpt ons een

gevoel aan als bij den aanblik der natuur in haar diepst-levende

rust. Een woud van hemelhooge gedachten, wier bloeiende toppen in

wuivende beweging zijn terwijl de onwrikbare stammen wortelen in

de eeuwige aarde. Er is in de geschriften van Spinoza een zekere

atmosfeer die onverklaarbaar is. Het is alsof de luwten der

toekomst ons er uit tegenwaaien."[V11]

[Voetnoot 11: Geschichte der Religion und Philosophie in

Deutschland.]

Inderdaad, Spinoza's gedachten zìjn nuchter, koel en klaar. Wat

mogen wij anders verwachten van den man voor wien "klaar en

duidelijk begrijpen" het hoogste was? Maar zij zijn nuchter, koel

en klaar als een ijle dageraad in vroege lente, wanneer heel de

natuur is als een stille glimlach van rustig-zekere verwachting,

zij zijn van een schoonheid even verheven, een blijheid even

zuiver en een innigheid even wonderbaar teer. Eer dan zich te

bedroeven over zijn strengen betoogtrant, moest men zich er over

verheugen dat nochtans zulk een warme gloed van liefde heel zijn

werk overstraalt.

Spinoza's "koel verstand" heeft nooit zijn "warm gemoed" verlamd

of onderdrukt, maar het integendeel geleid uit de onzekere

verwarring van zijn jeugdige hartstochten naar de veilige

hoogheid eener dankbaar geëerbiedigde redelijkheid. Zijn

intellectualisme berust niet op gemis, maar op loutering van

gevoel; nooit heeft zich een dwaas verlangend hart, na zwaren

strijd, rustiger, blijder en dankbaarder "onderworpen" aan de

Rede dan het zijne. Die onderwerping was in waarheid bevrijding.

En is men wel zoo zeker dat diezelfde gemoedswarmte ons koesteren

zou als Spinoza een ànderen vorm gekozen had? Is het niet

eigenlijk een pedanterie te beweren dat Spinoza zijn gedachten op

andere wijze beter had kunnen uiten? Maar Spinoza kóós immers

dien vorm en hij was er de man niet naar om iets onbezonnen te

doen, zonder zich rekenschap te geven van zijn bedoeling er mede,

allerminst zooiets als het schrijven van zijn levenswerk. En wie

Spinoza's leven en denkwijze, en leven en denkwijze zijner

omgeving eenigszins kent, voelt ook al spoedig dat die

veelgesmade wiskundige bewijstrant voor hèm, den opvolger van

Descartes, den vriend van Jan de Wit, Christiaan Huygens en van

zooveel andere vermaarde wiskunstenaars, de eenige doelmatige

moest schijnen om in dien gistenden, troebelen tijd zijn klare

waarheden te betoogen. Men moge achteraf beweren, en mijns

inziens volkomen terecht, dat de wiskundige bewijsvoering voor

wijsgeerige stellingen, welke toch ten slotte steeds slechts min

of meer aannemelijke _beweringen_ zijn, alle _bewijs_ kracht

mist; de eigenlijke beteekenis der methode is ook een geheel

andere. Zij is een grootsche propagandistische betooging tegen de

kinderachtige en nuttelooze dweperij van allerlei warhoofden, die

liever over God, Wereld en Mensch grondeloos fantaseeren naar het

hen wordt ingegeven door hun zoogenaamde gevoel (waaronder zij

dan al hun verwarde, verdoezelde voorstellingen verstaan) dan met

hun verstand, het hoogste vermogen dat God hen gaf, er werkelijk

over te dènken. Weest in uw denken over de hoogste

levensvraagstukken zoo nuchter, dat wil zeggen zoo

onbevooroordeeld, zoo koel, dat wil zeggen zoo onbevreesd voor

den uitslag, zoo absoluut eerlijk, als de wiskundige is bij het

denken over cirkels en driehoeken. Eerst wanneer ge u tot die

geestelijke hoogheid hebt opgewerkt, wil Spinoza zeggen, is u de

weg geopend tot klaar en duidelijk begrip, tot liefde en tot

zaligheid.

_October 1915._ N. v. SUCHTELEN.

Ethica In meetkundigen trant uiteengezet, vertaald, ingeleid en toegelicht door Jhr. Dr. Nico van Suchtelen · 第 16 / 59 题