1. Wat bedoeld wordt met: „Het regelen van de familie bestaat in het
verzorgen van zijn karakter,” (beteekent het volgende:) Als menschen
genegenheid en liefde voelen, zijn zij partijdig; als zij verachten en
haten, zijn zij partijdig; als zij in vreeze en in eerbied zijn, zijn
zij partijdig; als zij in droefheid en medelijden zijn, zijn zij
partijdig; als zij hooghartig en onverschillig zijn, zijn zij
partijdig. Zij, die liefhebben en (toch) het slechte (van wat zij
liefhebben) kennen, en zij, die haten en (toch) het goede (van wat zij
haten) kennen zijn weinigen onder den Hemel!
2. Daarom luidt een zegswijze: „Een mensch kent niet de slechtheid van
zijn zoon, en kent niet de rijpheid van zijn groeiend graan.”
3. Dit wordt bedoeld met: „Als het zelf (karakter) niet wordt verzorgd,
kan men er de familie niet mede regelen.”