Dit boven geschreven hoofdstuk van commentaar legt de heldermaking uit
der schitterende deugd.
Ik ben het niet met de verklaring in dit Nawoord eens. In stede van
eene uitlegging hebben wij hier enkel een aanhaling van een paar
oude teksten, die men zou kunnen toepassen op het vorige hoofdstuk
van Confucius. De Kʼang Kao of „Aankondiging” aan Kʼang is. een
boek uit de Chow dynastie. De aangehaalde woorden werden door
koning Woe gesproken over zijn’ vader Wĕn en gericht tegen zijn
broeder Foeng. De Tʼai Kia is een boek uit de Shang dynastie, en in
de aangehaalde woorden is de „hij” de beroemde koning Thʼang. De
„hij” in No 3 is keizer Yaou zelf. Veel van een commentaar, d. i.
eene uitlegging, heeft dit hoofdstuk nu juist niet.