1. In de Kʼang Kao wordt gezegd: „Hij kon zijn deugd helder maken.”
2. In de Tʼai Kiă wordt gezegd: „Hij beschouwde en bestudeerde de
heldere decreten van den Hemel.”
3. In de Canon van keizer Yaou wordt gezegd: „Hij kon zijne verheven
deugd helder maken.”
De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) · 第 60 / 107 题