BESLUIT.

Het bovenstaande is het drie en dertigste hoofdstuk. Tszʼ Szʼ, na zijne

beschrijvingen tot het opperste gebracht te hebben in de vorige

hoofdstukken, keert in dit hoofdstuk weer terug en beschouwt (het punt

van) oorsprong (van zijn onderwerp); dan weer, van het lagere werk (van

de studie) af, vrij van alle egoïsme, en wakende over zijn eenzaamheid,

zet hij zijne woorden (zijn rede) voort, tot het (verkrijgen van) den

strengen ernst en de reverentie, waarmede het geheele rijk tot de

volmaking van rust en vrede komt. Hij roemt verder de mystiek er van,

tot hij er op het laatst (van spreekt) als (te zijn) zonder geluid of

reuk. Hierna neemt hij den totalen (inhoud) van het geheele Werk, en

behandelt dat in het kort. In dit telkens herhalen, terechtwijzen en

onderrichten van de menschen was zijne bedoeling allerdiepst en

ernstig. Zal hij, die dit studeert, niet zijn uiterste best moeten

doen?

De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) · 第 53 / 107 题