De Meester zeide: „Het keizerrijk, de staten en de families kunnen goed
geregeerd worden; waardigheden en jaarwedden kunnen geweigerd worden;
blanke wapenen kunnen worden vertreden. Maar Choeng Yoeng kan niet
bereikt worden!”
Choe Hie zegt hiervan, dat de drie bovenbedoelde dingen, hoe
moeilijk ook, toch nog licht zijn in vergelijking met het
verkrijgen van Choeng Yoeng. Want om dit te bereiken mag de mensch
„geen greintje egoïsme en begeerten” (dus overneiging) hebben, en
dit is het allermoeilijkste, en schier onmogelijk.