De Meester zeide: „De menschen zeggen allen: „Wij weten,” maar
voortgedreven, en gevangen in een net, een val, of een kuil, weten zij
niet hoe er uit te komen. De menschen zeggen allen: „Wij weten,” maar
als zij Choeng Yoeng uitkiezen kunnen zij er zich niet voor den tijd
van een maand in handhaven.”