HOOFDSTUK VII.

De Meester zeide: „De menschen zeggen allen: „Wij weten,” maar

voortgedreven, en gevangen in een net, een val, of een kuil, weten zij

niet hoe er uit te komen. De menschen zeggen allen: „Wij weten,” maar

als zij Choeng Yoeng uitkiezen kunnen zij er zich niet voor den tijd

van een maand in handhaven.”

De Chineesche Filosofie, Toegelicht voor niet-Sinologen, 1. Kh'oeng Foe Tsz' (Confucius) · 第 17 / 107 题