De Meester zeide: „Ik weet hoe het is, dat Tao niet wordt begaan! Die
weten overschrijden het, die dom zijn komen er niet aan toe! Ik weet
hoe het is, dat Tao niet helder is! Die waardig (en deugdzaam) zijn
overschrijden het, die onwaardig zijn komen er niet aan toe!
2. Er zijn geen menschen, die niet drinken en eten. (Maar) weinigen
kennen den (waren) smaak!”