Ik breek eensklaps af. Ik verzoek u dit eerste gedeelte myner brochure,
eindigende met de vroeggeboorte van een myner conclusiën, terstond
uittegeven.
Ik verneem--en geloof--dat het ministerie zal aftreden, en dat de
Kamer ontbonden wordt.
Het drukken, corrigeeren, reviseeren duurt me te lang.
Wanneer deze brochure nà die verandering uitkomt, zou 't kunnen
schynen dat ik door 't bestryden van vryen arbeid, gevallen grootheden
aantastte, en hof-maakte aan een nieuw gezag.
Dit mag niet.
Kondig S. V. P. oogenblikkelyk het tweede gedeelte aan, waarin ik
den Vryen arbeid op andere wyze zal behandelen.
Zoo waarlyk de Havelaarszaak neêr komt op: "de koffiveilingen van de
Nederlandsche Handelsmaatschappy" zoo waarlyk de titel van dat andere
boek overeenstemde met den inhoud... zoo waarlyk zal men later inzien
dat deze brochure geschreven is over, en wel tegen... Vryen Arbeid.
Brussel, 11 Januari 1862.
De bescherming der inlandsche bevolking tegen willekeur, van wien ook,
is een der gewichtigste plichten van den Gouverneur-Generaal.
Hy zorgt dat de besturende ambtenaren de daaromtrent bestaande of nader
uittevaardigen verordeningen stiptelyk nakomen, en dat den inlanders
overal gelegenheid gegeven worde om vryelyk klachten inteleveren.
Art. 55. Indisch Regeerings-reglement.
De kwestie over Vryen arbeid is geen kwestie. Besteel den Javaan niet,
plunder hem niet, vermoord hem niet ... dan zal er over eenigen tyd
blyken of hy vrywillig arbeiden wil.
Ik.
THAT is the question!
Shakespeare's Hamlet.
There is something rotten in the State! Zoo eindigde het eerste
gedeelte dezer brochure, die ik eensklaps afbrak om reeds dadelyk
als m'n innige overtuiging te verklaren dat Vrye-arbeid in Indië, op
dezen oogenblik leugen is. Ik wilde die meening publiceeren voor ze
't uitvloeisel kon schynen van eigenbelang.
Ja, daar is verrotting in den Staat, en de naam van die verrotting,
Nederlanders, is LEUGEN. Van boven tot beneden heerscht leugen.
De troonrede spreekt van ongestoorden vrede, van rust en geluk, op
den oogenblik als duizenden daarginder bezwyken onder hongersnood,
of neêrzygen onder de klewang-bajonetten uwer voor hoog handgeld
gehuurde soldaten. Die troonrede spreekt dus leugen, Nederlanders!
Uw Tweede-Kamer beraadslaagt met voorgewende deftigheid wat zy zal
antwoorden op dien leugen, en brengt na 't hooren van 'n zestigtal
geachte maar onverstane sprekers, met kunst en moeite den leugen
voort, dat ze dien opgedischten anderen leugen met genoegen
heeft vernomen. Daarop houdt ze zich bezig mee het beoordeelen
der wetten, haar voorgelegd door Ministers die zich alweer niet
kunnen staande-houden zonder leugens. En de beraadslaging, die
reeds leugenachtige donneés behandelt, dit beraadslaging zelve is
leugenachtig. Want by uw Vertegenwoordiging, Nederlanders, wordt
niet gevraagd naar de strekking der behandelde wetten, de vraag is of
't belang van de PARTY meebrengt, dat deze of geene Minister aan 't
bestuur blyve. Er wordt in uwe Kamer handel gedreven in stemmen. Men
biedt hulp in 'n accynskwestie, ter betaling voor 't zwygen over
... dat andere. Delft zal Twenthe steunen in z'n linnenkraam,
à titre de revanche voor Delftsche boter. De eikenkroon voor
den neef van ... zekeren heer, is de belooning voor 't intrekken
van dat laatste amendement. 'n Lange straatweg die uitloopt op
X. en de buitenplaats voorbygaat van 'n geacht lid, wordt betaald
met 'n nog langer redevoering die alles voorbygaat, en op niets
uitloopt. Uw Tweede-Kamer, Nederlanders, is 'n markt van stemmen. Wie
't meest biedt, mynt. Wie zelf niet bieden kan, associëert zich met
een-of-andere compagnieschap die ze "staatkundige party" noemen. Als
er evenwicht is tusschen bod en behoefte, ontstaat er 'n ministerieele
krisis. Wordt dit evenwicht verbroken, dan komt de meerderheid op
't kussen, en blyft daar tot de minderheid op haar beurt weêr hooger
bod kan doen.
De waar die men op deze markt verkoopt, is nooit de tentoongestelde
of geannonceerde. 't Is daarmeê als met sommige winkeliers, die
handschoenen of sigaren voor 't venster leggen als pretext voor
't handeldryven in meisjes achter de toonbank.
Op die markt spreekt men over eerlykheid, en bedoelt winst. Over
begrippen, meeningen, inzichten, overtuiging, en bedoelt belang. Over
rechtskwestiën, en bedoelt onrecht. Over staathuishoudkunde, en bedoelt
diefstal. Over vryheid, en bedoelt dwingelandy. Over menschenrecht,
en bedoelt moord.
De schoonste redevoering, die ooit gehouden werd in 'n vergadering
van vertegenwoordigers, is van Cromwell. Schrikt niet, lezers, lang
is ze niet, ziehier:
"You are no parliament! I say You are no parliament! Begone, and
give place to honester men. What shall we do with that bawble? Take
it away ...
To honester men ... maakt plaats voor eerlyker lui! Juist. Cromwell
had een zeer eigenaardige manier om plaats te maken, maar dewyl gy,
Nederlanders, nu eenmaal langzamer te-werk gaat, raad ik aan toch alle
middelen die u ten-dienste staan te beproeven, om Cromwell's doel te
bereiken, hoe langzaam en vervelend dan ook de middelen werken. Ge
hebt de zoogenaamde vryheid van verkiezingen. Maakt daarvan nu-en-dan
eens gebruik, en verbeeldt u niet dat ge 't doet, door uw candidaten
te zoeken op de voorzyden uwer couranten, of in de aanbevelingslysten
der kieskollegiën. Tracht door eigen inzicht te geraken tot honester
men in uwe Kamer. Toont dat ge misselyk zyt van al 't gekibbel over
voorgewende kwestiën. Toont dat ge waarheid eischt, en u verzadigd
voelt, tot walgens toe verzadigd, van parlementaire leugens.
Want het zyn leugens, de kwestiën waarmeê ze zichzelf en u
bezig-houden, Nederlanders!
't Is de vraag niet of de Javaan moet worden uitgezogen door liberale
of door behoudende bloedzuigers. De vraag is: of hy moet mishandeld
worden, door wien ook?
En op deze vraag is slechts één antwoord mogelyk; neen!
Dit staat duidelyk geschreven in het Regeeringsreglement, en duidelyker
nog--o veel duidelyker!--in 't hart van ieder die daarin 'n betere
godsdienst omdraagt, dan er valt van-buiten te leeren uit 'n oud boek.
Zoolang men in uwe Kamers die vraag niet durft te-berde brengen
... zoolang daar niet zal opstaan de oprechte DERDE PARTY, DE PARTY VAN
WAARHEID, de party die zonder vasthouden aan kinderachtige stelseltjes,
de hoofdzaak behandelt, en aan die hoofdzaak alle byzaken ondergeschikt
houdt ... zoolang men in die Kamer vragen zal: zyt ge behoudend
of liberaal, insteê van plichtsvervulling te eischen van liberalen
en behouders beiden ... zoolang men daar luistert naar onverstane
redevoeringen over Vryen-arbeid en Kultuurstelsel, en intusschen
door stilzwygen goedkeurt dat uw prachtig Indië wordt bedorven door
onbekwame gouverneurs ... zoolang men daar blyft doorwawelen over
Art. 56 van 't Indisch Regeeringsreglement, in plaats van voldoening te
eischen aan 't oneindig belangryker 55e artikel van datzelfde Reglement
... zoolang men in die Kamer duldt dat de Slymeringen worden beloond,
en de Havelaars gestraft ... zoolang men daar traagheid, lauwheid,
eedverkrachting en misdaad blyft steunen tegen yver, plichtsbesef,
eergevoel en moed ... zóólang zal ik blyven zeggen: begone, and give
place to honester men!
En meent nu niet dat ik uw Tweede-Kamer te hard val, Nederlanders. Ik
heb 'n antecedent voor my, dat in hevigheid myn vonnis te boven gaat
... het antecedent dat uitging van die Kamer zelf, waarin men, ge
hebt het gehoord, elkaâr over-en-weer heeft genoemd: Droogstoppels,
d. i. zonder de minste vryheid in 't vertalen: ELLENDELINGEN.
Ik die Kamer hard vallen? Eilieve, ik sprak nog alleen van de leugens
die men daar behandelt, ik roerde alleen de onzedelykheid van uwe
vertegenwoordiging aan. Hoe zou 't wezen als ik lust had eens het
talent en de werkzaamheden van al uw geachte sprekers te schatten? Dat
gy, Nederlanders, by-voortduring tevreden zyt met onwaarheden, kan
ik nog beter begrypen, dan dat ge niet opstaat tegen 't byna totaal
gemis aan talen in uwe Kamer. Leugens, ik beken dit, kunnen iets
aantrekkelyks hebben, vooral wanneer de opvoeding altyd daarheen
leidde. Maar eergevoel en eigenliefde moesten u aandryven om eens
'n ander soort van menschen naar den Haag aftevaardigen. Bedenkt
toch dat de vergadering van geachte sprekers gecenseerd wordt de
monsterkaart te wezen van alles wat uw land uitstekends bezit, en
dat de vreemdeling--wanneer-i eens in 't hoofd kreeg achttegeven op
uwe Kamers--zich al zeer spoedig de vraag zou voorleggen: zóó zyn de
knapsten, wat moet ik denken van de rest?
Welke redenaars heeft uw parlement opgeleverd sedert 1816? Welke
staathuishoudkundigen? Welke schryvers? Welke karakters? Welke
groote mannen?
O, zeker... ge zult in antwoord op die vragen 'n paar mannen noemen,
maar ge moest u bezinnen voor ge die noemde. Dit had niet noodig
moeten zyn, en 't blyft de vraag nog of ge 't recht hadt die mannen
te noemen, al vergaf ik u 't bezinnen.
Inderdaad, Nederlanders, òf ge telt weinig uitstekende mannen onder
u, òf ge stelt hen te hoog om ze te veroordeelen tot vyfjarigen
dwangarbeid op de parlementaire galei. Maar in dit geval, waar
blyven ze dan? Ge kunt ze toch niet allen griffiers maken, zooals met
Sloet geschied is, wiens onderkoninkschappelyk genie jaren lang zoo
deerniswaard begraven bleef onder proces-verbalen van de zittingen der
Geldersche Staten. We hebben immers maar elf provinciën in ons land.
Bedenkt toch, bid ik u, wanneer ge dan geen prys stelt op de eer
en het belang van de Natie, dat ge misschien eenmaal naar den Haag
zult gaan, gy of uw kinderen, en dat de mannen aan de poort u en uw
familie zullen beoordeelen naar de modellen die ge jaar-in jaar-uit
daarheen zondt uit uwe stad. Waarachtig, men zal er u op aanzien, en
't zal u weinig baten in de opinie der tollenaars, dat ge u verschuilt
achter de hoofdartikelen van uw krant die u de modellen aanprees als:
"zoo byzonder achtenswaardig."
Leugen. Dit is de naam van de ziekte, de rottende ziekte waaraan de
Natie lydt. Wie naar waarheid streeft, wordt gescholden, belasterd
en mishandeld. Wie zich aansluit aan 'n party die leugens uitvindt
tegen-over de leugens der andere party, wordt gesteund, verheven,
beloond.
Leugens ontvangt de Gouverneur-Generaal in Indië, van de
residenten. Leugens geeft hy den Minister. Leugens geeft deze ter
herkauwing aan de Tweede-Kamer.
Leugens verspreiden de dagbladen onder hun abonnés.
Met leugens houden de partyen zich staande.
Met leugens wordt het Volk gevoed.
Leugens doen adressen teekenen.
Met leugens wekt men kunstmatige agitatiën op.
Zoo waarlyk ik veel gedragen heb, ik zegge u, daar is verrotting in
den Staat, en de naam van die verrotting is leugen!
Ge zoudt onrechtvaardig handelen, Nederlanders, my te vloeken om deze
uitspraak. Ik heb 't recht, luid te spreken voor de waarheid waaraan
ik door veel lyden verbonden ben.
En ook ware 't onbillyk my euvel te duiden dat m'n toon anders is dan
de toon die aan leugens passen zou. Ge begrypt immers dat juist de
gladde gemanierde schuifelende effenheid der onware woorden noodig
was om u voortdurend al die onwaarheden te doen slikken als goede
spyze? Ge begrypt immers dat er 'n andere taal dan de gewone noodig
is, om u wakker te schudden uit uw slaperigheid? Ge begrypt immers,
in één woord, dat ik niet schryven kàn als 'n ander, juist òmdat ik
u de waarheid zeg?
Maar wilt ge die hooren? Is 't u inderdaad om waarheid te doen?
Ik weet het niet. Jazelfs ge noopt my dikwyls daaraan te twyfelen.
Doch dit is uwe zaak. Myn zaak is u die waarheid te zeggen.
Neemt ze aan, o handeldryvende Nederlanders ... al waar 't om de
goedkoopte alleen. Ge betaalt uw leugens duur, zeer duur, en my
betaalt gy niets. Dit niet-betalen moge nu oneerlyk wezen ... de
uitgestelde schuld aan my, moge schandelyk vuile plekken nalaten,
als gy ze in uw boeken durft doorhalen met gewetenlooze pen ... dit
doet er weinig toe. Wat men niet betaalt, is altyd goedkoop. Ik beken
dan ook dat het u moeielyk vallen zou my alles te betalen wat ge my
schuldig zyt, ook al waart gy eerlyk genoeg om het te beproeven.
Waarheid? Wat is dan hier waarheid? Wàt is waarheid over de zaken die
thans aan de orde van den dag zyn? Ik wil trachten u dit te zeggen,
schoon 't me moeite kost, lezer. Herhaaldelyk heb ik u toegeroepen
dat ik teksten schryf, en geen preêken. Is 't u inderdaad om waarheid
te doen? Waarlyk, wezenlyk, waarachtig?
Welnu, sla deze bladen toe, leg dit kleine boekje ongeopend voor u,
lees den titel op den omslag, lees ...
Laat het boekje gesloten liggen, zeg ik u.
Lees den titel op den omslag ... lees voort ... lees voort tot op
den naam van den edelen man die de goedheid heeft,--uit liefde tot
de waarheid, hoort ge! [72]--deze blaadjes uittegeven, en ...
Weet ge nu nòg niet, lezer, wat de waarheid is?
Dan wanhoop ik aan 't slagen van elke poging om u die waarheid aan
't verstand te brengen. Dan ontken ik de oprechtheid uwer begeerte
om die waarheid te weten.
Dan verklaar ik u te diep verleugend om behoefte te kennen aan
waarheid, om besef te hebben van waarheid, om eerbied te voelen voor
waarheid. En als ik te-werk ging naar den indruk van 't oogenblik,
dan legde ik hier de pen neêr.
Wie na 't lezen van de drie motto's op den titel, nòg niet weet wat
waarheid is omtrent de zoogenaamde kwestie van den dag, kan zich
de moeite van 't verder lezen sparen. Hy zoeke z'n "voorlichting"
elders. Ge weet wel, waar? En als er geen krant by de hand is, dan
maar in 's hemels-naam in 't byblad.
"Als ik te-werk ging naar den indruk van 't oogenblik!" maar ik ga
niet naar den indruk te-werk. Ik ben methodischer dan er gemeend
wordt door lieden die geen geestdrift begrypen zonder kortstondige
naar krankzinnigheid zweemende drift van geest. Ik denk zeer lang
voor ik handel, en ik overyl me zelden. Myn leven--dat een geheel
is--zou dit bewyzen aan ieder die wat meer menschkunde bezat dan er
noodig is tot het ontcyferen van al te dagelyksche karakters.
Ik handel niet naar den inspraak van 't oogenblik, en zal dus voortgaan
u zoo lankdradig en vervelend als maar eenigszins mogelyk, aan 't
verstand te brengen dat: