Als ge niet ophoudt, ons huichelaars te noemen, en te zeggen dat
onze aangebeden Thorbecke, een onbeduidend mannetje is, zal ik my
verplicht achten, u overal uittemaken voor een onverlaat, een dief,
een echtbreker, een mooischryver, een gek en een poëet ... enz.