VAN EEN MEISJE.

Ik ben een boetvaardige zondares, en mag u niet langer broeder

noemen. Want in-stede van te antwoorden op myn genadedeelachtigheid

aanbiedende brieven, stoot gy den Heiligen Geest van u af, en roemt

op eigen daden. Ik zegge u, dat gy behoort te roemen in dien eenigen

waren onwrikbaren hoeksteen des Geloofs, Jezus, dat is de Christus,

die neergedaald is ter-helle en verheven ter rechterhand Gods. Reinig

u met het bloed des kruizes. Anders zal ik genoodzaakt zyn een Oefening

tegen u op te zetten, en daarin zal ik verkondigen, dat gy de verzenen

tegen de prikkels slaat ... enz.

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 97 / 125 题