VAN KAPPELMAN.

Mynheer! Ik ben Kappelman! Myne zaken gaan zeer goed, en ik leid

een rustig en gemakkelyk leven. Ik zie, dat gy, in weerwil daarvan,

voortgaat, u te bemoeien met de stiefdochters myner vrouw. Dit

versta ik niet langer. Myne vrouw mag met die kinderen doen wat zy

wil--daarvoor is zy myne vrouw--en ik zal zorgen, dat uw zedeloos

geschryf, niet in derzelver hande kome. Ik bevind my zeer goed, by de

tegenwoordige inrichting van myn huis, en dit is het voornaamste. Ik

ben Kappelman. Ik zal 't vertellen aan myn vriend den kruienier dat

gy een demokraat zyt ... enz.

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 93 / 125 题