AAN TINE.

O god, wat is dat vreemd ... ik droom altyd dien droom. Daar dwaalt my

iets voor 't oog ... een meisje, een schim, 'n spook ... Ik reikhals

vruchteloos ... ze ontwykt me, en zweeft omhoog ... en lost zich op

in niets! M'n hart is leeg, o god!

Ik ben vermoeid.

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 70 / 125 题