VAN EEN DOMINE.

Broeder! Uit innig gevoel des harten voel ik me gedrongen, u te

verzoeken, my toetestaan persoonlyk kennis met u te maken. Ik ben

van plan, morgen, na de preek, terstond naar Amsterdam te gaan, en

by u myn bef en broek te komen afleggen, om met u te spreken over

't geloof. Ge zyt op 'n goeden weg. Ge zyt een te goed mensch: om

niet te gelooven als ik. Lees maar na ... [32]

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 54 / 125 题