VAN EEN ANDEREN VADER.

Mynheer!

Myne dochters hebben my bekend, dat zy verboden omgang met u hebben. Ik

ben Kappelman, en verzeker u, dat ik my wenden zal tot de politie,

als die gekheid niet terstond ophoudt. Er zyn wetten in het land,

die de fatsoenlyke lui beschermen. Myn naam is Kappelman: gy kunt

gerust naar my vragen. Ook verzoek ik u myn zoontje met rust te laten.

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 32 / 125 题