--Waarheen, o Philoines! vraagde Hudoor zynen makker, dien hy ontmoette
in de straten van Athene.
--Ik yl om de drie maten slechten wyn te drinken, die my wachten by
de leelykste myner drie maitressen, antwoordde Philoinos waggelend.
Want hy was dronken.
--Kom mede, ge hebt wyns genoeg, en maitressen te veel, naar ik vreeze.
--Drie, Hudoor, Drie! De Meester heeft het gezegd! Drie ... heeft
hy gezegd!
--De meester sprak van wyn noch hetaeren, kom mede ...
Hy heeft gezegd: drie ... drie ... DRIE!
En Philoinos viel neder voor den derden keer op dien avond. Maar
ditmaal bleef hy liggen.
En hy is blyven liggen tot op dezen dag.