DERDE GESCHIEDENIS VAN GEZAG.

Een reiziger was beladen met goud en zilver. Uit vreeze voor roovers

had hy zich voorzien van wapenen. Ook volgden hem z'n dienstknechten

in groot getal, ja er waren er meer dan alle roovers in 't gansche

land saemgenomen. Hy was zoo goed gewapend en vergezeld, dat een

geheel leger niet in-staat zou zyn, hem z'n rykdommen te ontnemen.

Sommige roovers die dit niet wisten, vielen hem aan, maar zouden

hierover lang berouw gehad hebben, als ze niet terstond gesneuveld

waren.

Een roover, voorzichtig geworden door het voorbeeld zyner broederen,

raadpleegde 'n heiligen kluizenaar, die raad wist in alle dingen, omdat

hy lang alleen was geweest met twee doodsbeenderen en 'n kruik water.

--Hoe moet ik doen, o heilige man, om heer te worden over de schatten

van dien reiziger!

--Het middel is zeer eenvoudig, antwoordde de vrome heremiet. Werp hem

den strik dien ik u geven zal, om den hals, dan zal hy geen weerstand

bieden. Hy zal z'n knechten gelasten zich voor u ter-aarde te buigen,

en u geven wat gy begeert.

En het geschiedde zoo-als de heilige man gezegd had. Maar de reiziger

en z'n gezellen bevonden zich zeer slecht daarby.

Die strik heette "Geloof" en heeft z'n kracht behouden tot op

dezen dag.

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 16 / 125 题