AAN TINE.

Lieve beste Tine, myn Tine! Ik ben verliefd, en heb haast u dit te

zeggen. Ik weet niet waar ze woont, maar m'n brief zal terecht komen

... want, Tine: ik heb haar geschreven. Neen, vleesch voor de kinderen

behoeft niet alle dagen ... de kinderen in 't Burgerweeshuis zien er

heerlyk uit, schoon zy zelden vleesch eten. En ze hebben toch niet eens

'n wei voor 't huis, met bloemen en koeien er in, zooals onze kinderen.

Een idee! Ik hoop dat Fancy niet antwoordt. Dan heb ik 'n ongelukkige

liefde, die ik beschryven zal voor wat biefstuk. Heine deed dit

ook. Hy leefde 'n rond jaar van de hartziekte die hem doodde.

Ik hoop dat ze niet antwoordt. Dag, myn Tine!

Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag · 第 7 / 125 题