ZEVENTIENDE TOONEEL.

Bos. De Boekhouder.

BOS. Dòl! Ze zou in staat zijn me goeie naam met d’r kostschoolfratse

te bederve! – Wie ’r verder komt, zend je weg, begrepen? – Tuig! –

Rapalje! – Dat hééle nest deugde niet. – Die vérdómde dronkelap! – Die

kerel die na jenever stinkt! (weerklinkt buiten Jelle’s viool) – Dat

mot ’r nog bijkomme! (voor het raam) Ruk uit! Nee, geen cent! (de

muziek houdt op) ’k Ben gewoon ondersteboven... (smakt in zijn stoel,

neemt vinnig Clémentine’s schetsboek op, bladert er in, smijt het op

den grond, bukt zich, rukt er eenige blaadjes uit, verscheurt die. Een

oogenblik zit hij in gedachten, schelt aan de telefoon) Hallo! – Met

Dirksen – Dirksen, zeg ik – de assuradeur! (wacht somber kijkend) –

Hallo! Ben jij daar, Dirksen? – ’t Is mis met de Hoop van Zegen – ’n

Luik met mijn merk angespoeld en ’t lijk van ’n matroos (in ruzietoon

overgaand) Wat zeg-je? Kan je begrijpe! – Geen kwestie van! Twéé en

zestig dage! De waarschijnlijkheidskans is zóo groot – (gekalmeerd)

Goed – ’k Zal je bij me op kantoor wachte – Maar ’n beetje spoed, hè? –

Ja – voor veertienduuzend gulden – Bejour! (schelt af – bij de laatste

woorden is Kniertje binnengekomen).

Op Hoop van Zegen: Spel van de Zee in 4 Bedrijven · 第 70 / 76 题