EERSTE TOONEEL.

Bos. Mathilde. De Boekhouder.

MATHILDE. Clémens...

DE BOEKHOUDER (lezend met pijp in den mond) ... de navolgende

strandgoederen, als 2447 ribben, gemerkt Kusta, 10 schooten gemerkt M.

S. G. ...

MATHILDE. Hou effen je mond, Kaps...

DE BOEKHOUDER. ... 4 dekbalke, 2 spiere, 6 brailtjes...

MATHILDE (hem aanstootend). Lees strakkies maar verder.

DE BOEKHOUDER. Jawel, mevrouw.

BOS (ongeduldig). ’k Heb nou geen tijd.

MATHILDE. Dan máak je maar tijd. ’k Heb de circulaire van de torenklok

opgesteld. Toe schel de burgemeester is op.

BOS (ongeduldig-schellend). Vlug dan! Ansluite met de burgemeester! Ja!

– Dat gedonder terwijl ’k ’t druk heb – ’k zit tot over de oore –

(lief) Is u daar? M’n vrouwtje...

MATHILDE. ... Of mevrouw effen an de telefoon kan komme voor de

circulaire.

BOS (kribbig). Jawel! Jawel! Niet zoo lang. – (lief) Of mevrouw ’n

oogenblik voor de toestel... Precies burgemeester – de dames niewaar,

hahaha! – Die is héél goed. – (kribbig) Nou? Wat mot ’k zegge. Maak ’t

kort!

MATHILDE. Hier, lees de circulaire is voor. Dan kan die na de

drukkerij.

BOS (kwaadaardig). Die heele lap! Ben je dol! Denk je da’k niks an me

kop heb! Die verdomde...

MATHILDE. Hou ’n beetje je fatsoen – Kàps...

BOS. ... Loop naar de hel! – (lief) Jawel, mevrouw. Morgen mevrouw. M’n

vrouwtje. – Nee, ze kan niet zelf an de telefoon komme – weet ’r niet

mee om te gaan. – (kribbig) Waar is ’t vod? Schiet op! – Me vrouwtje

het de circulaire voor de torenklok opgesteld, luister u?... Datum

postmerk. M. M.... – Wat zeg u? – Heb u liever L. S.? – Ja. Ja. – Heel

juist. – Luister u? – De Nieuwe Kerk is u zeker niet onbekend. – Nee,

zegt ze, de stommeling! – ’k Ben al an ’t leze, mevrouw. – Nog is: de

Nieuwe Kerk is u zeker niet onbekend. Die kerk heeft, gij weet het, een

hooge toren. Die hooge toren wijst naar boven, en dat is goed, dat is

gelukkig en waarlijk niet overbodig voor vele kinderen van ons

geslacht...

MATHILDE. Lees toch wat duidelijker...

BOS. Hou je snater! – Pardon – dat was tegen me boekhouer – ja, ja, ha

ha ha! – ... Maar die toren kon toch iets meer doen, dat ook goed is,

ja zeer nuttig. Hij kan ons, kinderen des tijds, ook bij den tijd

bepalen. Dat doet hij niet. Hij staat daar sinds 1882 en gaf nog nooit

antwoord op de vraag. „Hoe laat is ’t?” Dat kon hij wèl doen. Hij is ’r

zelfs op gemaakt. Er zijn vier plaatsen zichtbaar, die gereserveerd

zijn voor wijzerplaten. Op allerlei wijze is sinds jaren – zeg u wat? –

Nee? – sinds jaren door de bevolking uit den omtrek van dien toren den

wensch uitgesproken, dat hij een klok mocht krijgen. Circa ƒ 3000 zijn

noodig. Wie helpt nu mee? De commissie. – Mevrouw... Wat zeg u? – Ja,

de namen ken u natuurlijk. – Ja, héél aardig, heél aardig opgesteld. –

Ja, ja, al de dames van de Commissie teekene natuurlijk in voor ’t

zèlfde bedrag. – Honderd gulden, ieder? – Ja – ja. – Héel goed. – M’n

vrouw blijft thuis. – Mevrouw! (schelt nijdig af) Verdomde nonsens!

Honderd gulden na de weerlicht! Wat raakt ’t joù of ’r ’n klok op dat

ding staat!

MATHILDE. ’k Zal je maar in je eigen vet late gaarsmoore.

BOS. Ze komt over ’n kwartier hier met d’r rijtuig. – Nou, bejour!

MATHILDE. Bejour! Bejour! As je ’s avonds wat minder groccies dronk,

zou je ’s morges niet zoo’n beroerd humeur hebben – geef effen vijf

gulden.

BOS. Nee. Nee! Je heb vanmorgen pas ’n rijksdaalder uit me beurs

genomen, terwijl ’k sliep. ’k Kan an de gang blijve!...

MATHILDE. Heb ik ’n rijksdaalder? Wat ’n infame lengen! Net één gulden!

Bah, wat ’n man, om z’n cente te telle voor-ie na bed gaat.

BOS. Bejour! Bejour!

MATHILDE. Geef ’t niet! Dan kan ’k strakkies de burgemeestersvrouw op

’n glaasje jenever trakteere – drie kruike ouwe snik en geen enkele

flesch port of sherry!... (Bos smijt driftig twee rijksdaalders

neer)... Zeg ben ’k je meid? Zonder mij zou jij niet met rijksdaalders

smijte! – Bah! (nijdig af)

Op Hoop van Zegen: Spel van de Zee in 4 Bedrijven · 第 53 / 76 题