[52] De diepst doordachte en tegelijk innigst religieus doorvoelde
geloofsovertuiging van deze soort in den nieuweren tijd geeft
ongetwijfeld Fechner. Men vergelijke daarvoor weder de laatste
hoofdstukken van zijn _Die Seelenfrage_, in de uitgave van Paulsen, blz.
223 enz., en de eerste hoofdstukken van zijn _Die Tagesansicht gegenüber
der Nachtansicht_ tot blz. 70. Wie zijn geloofslied, dat aan Paul
Gerhard herinnert,
In Gott ruht meine Seele,
Weil Gott lebt, lebe ich,
Denn er allein hat leben;
Ich kann nicht stehn daneben
Er kann nicht lassen mich.
in zijn geheel vergelijkt met het boven aangehaalde mystieke liedje van
Angelus Silesius, zal daarin een veel Christelijker gevoelstoon en
gedachteninhoud ontdekken. Men vindt het o.a. in de _Tagesansicht_ blz.
65 en stelle daarnaast zijn troostlied blz. 162.
Trouwens het door dogmatisch rationalisme beheerscht vooroordeel tegen
het pantheïsme, ziet voorbij dat de pantheïstische opvatting van Gods
verhouding tot wereld en mensch in de eerste plaats naar haar denkwaarde
te beoordeelen is, en dat, onafhankelijk daarvan, de religieuze waarde
ook door andersdenkenden onvoorwaardelijk te erkennen is. De grootste
pantheïstische denkers zijn diep religieuze naturen geweest, vele der
grootste mystiek religieuze naturen (bijv. een Eckehart) zijn tot
geloofsuitingen gekomen die van pantheïsme niet meer te onderscheiden
zijn. Voor de religie is niet de denkwijze of voorstellingsvorm, maar
het zuiver en innig religieus doorleven van de geloofsgedachten
hoofdzaak.