G.

[19] De Aufklärung was een nuchter verstandelijke richting in het

godsdienstig denken der 18de eeuw, die van den rijkdom der Christelijke

geloofsgedachten slechts de drie bovengenoemde grondideeën behield,

daartoe allen godsdienst herleidde en dan zoogenaamd wijsgeerige

bewijzen bijbracht om hare waarheid voor het denken te staven. Kant mag

zelf onder haren invloed hebben gestaan inzoover ook voor hem

godsdienstig geloof in de aanvaarding dier grondideeën opging, hij heeft

zich toch verre daarboven verheven. In zijn _Kritik der reinen Vernunft_

en _der praktischen Vernunft_, en in zijn _Religion innerhalb der

Grenzen der blossen Vernunft_ wees hij de grenzen van ons kennen, de

beperktheid van ons denken aan en trachtte de hoofdgedachten van alle

religieus geloof een vasteren grondslag dan wijsgeerige bespiegelingen

te geven door ze als noodzakelijke, door het denken zelf, op grond van

ons zedelijk bewustzijn geëischte overtuigingen, althans tot een

persoonlijk gewaarborgd geestelijk bezit te verheffen.

In ons vaderland is Kant’s beteekenis voor den godsdienst het best

verstaan en het meest bevorderd door P. van Hemert. Vgl. mijn _Paulus

van Hemert als godgeleerde en als wijsgeer_.

Godsdienst en godsdiensten · 第 34 / 83 题