Z.

[5] Om misverstand te voorkomen is het niet overbodig hierbij op te

merken, dat de samenhangende groep wetenschappen die onder den

historischen naam Theologie ten onzent aan de Universiteiten worden

beoefend en onderwezen, geenszins van een dergelijke dogmatische

vóor-onderstelling als hier wordt verworpen, uitgaan noch daaraan hun

onderlingen band, hun innerlijke waarde of invloed naar buiten

ontleenen. Dogmatische theologie zooals de kerken laten onderwijzen,

heeft het recht zich aanstonds te stellen op het standpunt van het

geloof in de volstrekte waarde en in het gehalte aan geopenbaarde

waarheid in het Christendom, zooals iedere op een leerstelligen

grondslag gebouwde kerk dat opvat en predikt. Voor den geloovige zal het

dan ook van bijkomstig belang blijken of men aan deze „geloovige

wetenschap” al of niet, geheel of gedeeltelijk wetenschappelijke waarde

toe wil kennen. Zuiver wetenschappelijke theologie, die letterkundig,

geschiedkundig en wijsgeerig het verschijnsel „godsdienst”, zijn

litteratuur, zijn historische ontwikkeling, zijn zielkundigen inhoud en

vormen onderzoekt, heeft geen ander uitgangspunt, geen andere wijzen van

onderzoek, geen ander doel dan iedere andere wetenschap die soortgelijke

litteraire, historische en philosophische kennis tracht te bevorderen.

Uit een wetenschappelijk oogpunt komt dan ook de vraag naar den invloed

dezer studiën op de ontwikkeling van den godsdienst eerst in de tweede

plaats, en de vraag naar de betrekkelijke of volstrekte waarde van

eenigen vorm van Christendom eerst aan het einde, voor zoover althans

deze vraag geen zuiver religieuze is en dus buiten het gebied der

wetenschappelijke beoordeeling valt.

Godsdienst en godsdiensten · 第 20 / 83 题