Het is onverklaarbaar, hoe art. 14 der wet op de Regterlijke
Organisatie en het Beleid der Justitie, zooals het gewijzigd is
door de wet van 4 Juli 1874 (S. 90) "tot wijziging van de wettelijke
bepalingen omtrent de regterlijke tucht" spreken kan van het recht
van waarschuwing van den procureur-generaal bij den Hoogen Raad
tegenover de andere voor hun leven benoemde ambtenaren van het Openbaar
Ministerie, welke immers sedert de Grondwet van 1848 niet meer bestaan.