XVI.

Het is onverklaarbaar, hoe art. 14 der wet op de Regterlijke

Organisatie en het Beleid der Justitie, zooals het gewijzigd is

door de wet van 4 Juli 1874 (S. 90) "tot wijziging van de wettelijke

bepalingen omtrent de regterlijke tucht" spreken kan van het recht

van waarschuwing van den procureur-generaal bij den Hoogen Raad

tegenover de andere voor hun leven benoemde ambtenaren van het Openbaar

Ministerie, welke immers sedert de Grondwet van 1848 niet meer bestaan.

De 'handel in blanke slavinnen'. · 第 62 / 63 题