Bij de toepassing van art. 1 der wet van 13 Aug. 1849 (S. 39), "tot
regeling der toelating en uitzetting van vreemdelingen", wordt steeds
ten onrechte de uitdrukking "middelen van bestaan" geïnterpreteerd
als te zijn synoniem met het uitoefenen van een beroep of ambacht e. d.